Politie noemde ‘te snel’ homohaat als motief mishandeling

Vier minderjarigen stonden dinsdag terecht voor mishandeling. Het was homohaat, zei de politie eerder. Daar heeft ze nu spijt van.

Jasper en Ronnie, de twee mannen die zijn mishandeld in Arnhem, tijdens een demonstratie tegen homogeweld. Foto Piroschka van de Wouw/ANP

„We hadden het anders moeten doen.” Dat zei de politie dinsdag naar aanleiding van haar eigen berichtgeving over de mishandeling in april van twee mannen op een brug in Arnhem. De politie zegt „te snel” te zijn geweest met het noemen van een motief, namelijk homohaat, terwijl dat nog altijd niet vaststaat. Ze droeg daarmee bij aan de maatschappelijke verontwaardiging die na het incident ontstond.

Lees ook het interview met Ronnie en Jasper, die op straat in elkaar werden geslagen: "De ergste schade zit van binnen"

De politie reageert met deze eigen verklaring op de pro-formazitting in de zaak die dinsdag diende in Arnhem. Achter gesloten deuren, want de vier verdachten van de mishandeling zijn minderjarig. Bij het geweld, na een avondje uit, raakte een van de slachtoffers zijn voortanden kwijt. Hij zei later te zijn mishandeld omdat hij hand in hand liep met zijn echtgenoot. In heel Nederland gingen daarna uit protest mensen hand in hand de straat op tegen antihomogeweld.

De verdachten ontkennen tot op heden dat dit motief ten grondslag lag aan de mishandeling. Ook het Openbaar Ministerie (OM) maakte eerder al bekend de verdachten te vervolgen voor openlijke geweldpleging, maar niet wegens discriminatie. Uit het onderzoek is volgens de officier van justitie niet gebleken dat „discriminatie of homohaat aan de mishandeling ten grondslag lag”.

Voor de rechter heeft de officier dinsdag opnieuw gezegd dat bewijs hiervoor ontbreekt, zegt een woordvoerder van het OM. Dat betekent volgens haar niet dat van homohaat geen sprake kan zijn geweest. Er zijn alleen „onvoldoende aanwijzingen” om het als apart strafbaar feit ten laste te leggen. „Maar mogelijk zal de officier het discriminatoire aspect nog wel ter beoordeling voorleggen aan de rechter.” Daarover zal meer duidelijk worden bij de inhoudelijke behandeling, gepland op 26 maart volgend jaar.

De politie zal haar handen in de tussentijd niet meer willen branden aan de zaak. „Uitgerekend van ons mag worden verwacht dat we blijven bij onze taak: zonder vooringenomenheid feiten vaststellen”, schrijft ze in de verklaring. „In dit geval hebben we onvoldoende weerstand geboden aan wat leefde in de samenleving en de publiciteit.”