Liever een slechte film maken dan geen film

The Room Als je een remake maakt van de slechtste film aller tijden dan moet je daar een ijzersterke reden voor hebben. ‘The Disaster Artist’ is een ode aan ongrijpbare authenticiteit.

James Franco als de mysterieuze Tommy Wiseau op de set van The Room.

Hollywood houdt als geen ander van zichzelf. En van z’n gevallen helden. Dat verklaart jaar na jaar de stroom aan films die er over filmmaken worden gemaakt. De nieuwste loot aan de stam: The Disaster Artist, deels remake van de slechtste film aller tijden, deels metafilm over artistieke ambitie. Acteur en hyperactief filmwonderkind James Franco tekende voor de regie en de hoofdrol van de mysterieuze Tommy Wiseau, die in 2003 het semi-autobiografische softcoredrama The Room afleverde.

The Room werd buiten alle kanalen om geproduceerd. Met een cast en crew die zo dankbaar waren een film te kunnen maken, dat ze al hun kritische vermogens opzijzetten. De plot is onnavolgbaar, en verder hort en stokt alles. Het acteren. De techniek. Het werd een cultfilm.

Wiseaus geschiedenis is fascinerend. Hollywood is zijn enige droom. Hij lijkt zijn hele persoonlijkheid ervoor te hebben uitgewist. Zelfs ‘beste vriend’ en medespeler Greg Sestero, op wiens boek The Disaster Artist: My Life Inside The Room, the Greatest Bad Movie Ever Made (2013) Franco zijn film baseerde, heeft er nooit helemaal achter kunnen komen wie Wiseau is. Zijn eigenaardige accent doet vermoeden dat zijn wieg niet in de Verenigde Staten stond, hoewel hij zelf lange tijd beweerde uit New Orleans te komen en eind jaren zestig geboren te zijn.

En dan is er nog de kwestie van het geld. Hoe kwam Wiseau aan de middelen om dat krankzinnige avontuur te financieren? Was het een witwasactie? Of had hij inderdaad fortuin gemaakt met a. textielhandel; b. pornofilms; c. verhuur van onroerend goed (en hoe kwam hij daar dan weer aan)? Als zou blijken dat hij eigenlijk geheim agent is of nazaat van graaf Dracula, zou ik dat ook geloven.

De cultus die er met name in Amerika om The Room is ontstaan is het beste te vergelijken met de sing-a-long-voorstellingen van The Sound of Music of The Rocky Horror Picture Show: het publiek komt al lang niet meer voor de film, maar voor de ervaring. Rondom The Room bestaat een hele rits rituelen. Bezoekers nemen plastic wegwerplepels mee om naar het scherm te gooien elke keer als er een lepel in beeld verschijnt, wat om onverklaarbare redenen nogal vaak is. Er wordt vreemd sardonisch meegelachen als Tommy zijn wonderlijk monotone lach laat horen of „Focus” geroepen als een van de vele seksscènes weer eens onscherp is. Overigens ook een prima moment om even bier te gaan halen.

Aan de goede kant van het spoor

Regisseur en hoofdrolspeler James Franco is ook een soort Wiseau, maar dan een ontspoorde kunstenaar die aan de goede kant van het spoor is terechtgekomen. Zijn carrière raakte in een stroomversnelling toen hij in Sam Raimi’s Spider-Man (2002) de rol van Peter Parkers ‘liebster Feind’ Harry Osborn speelde. In sneltreinvaart maakte hij vervolgens de ene na de andere film, maar hij kwam pas echt tot leven in Pineapple Express (2008) en vergelijkbare ‘stoner komedies’ van het groepje rondom komiek Seth Rogen en producent Judd Apatow, die beiden ook weer meedoen aan The Disaster Artist. Franco werd het gezicht van sexy gekte, de knapperd tussen al die bromance-bankhangers, de hoogbegaafde clown.

Lees hier de recensie van ‘The Disaster Artist’

De films die hij zelf regisseert zijn vaak stijloefeningen die erachter willen komen wat het geheim van film is. Van de William Faulkner-verfilmingen As I Lay Dying en The Sound and the Fury tot Interior. Leather Bar., de ‘remake’ van veertig minuten verloren gewaand materiaal uit William Friedkins thriller Cruising (1980).

Met The Disaster Artist lijkt hij het antwoord te hebben gevonden. Film is vriendschap. Film is passie. Films worden gemaakt door mensen die nog liever een slechte film maken dan geen film. Film is film máken.

Dat verklaart ook de charme en het succes van The Disaster Artist; het feit dat hij in Amerika al voor de Oscars wordt getipt; en de nuffige reactie van sommige recensenten die zeggen de film zo flauw te vinden dat ze in retrospectief The Room als een meesterwerk beschouwen.

Als je een remake maakt die bijna shot voor shot de slechtste film aller tijden herhaalt, dan moet je daar wel een ijzersterke reden voor hebben. En die had James Franco. Het gaat verder dan een flirt met slechte smaak. Waar iedereen voor valt is de eigenzinnigheid van iets wat zich niet helemaal duiden laat. Kunst is het niet. Camp ook niet. En eigenlijk ook geen slechte smaak of cult. De enige verklaring is dat het authentiek is. Een authenticiteit waar de camera zo van houdt.

    • Dana Linssen