Recensie

Krallice legt elke noot op een goudschaaltje

Het is altijd opletten geblazen bij Krallice. Hun zevende en achtste album, Loüm en Go Be Forgotten, kwamen de afgelopen twee maanden in eigen beheer zonder promotionele fanfare plotseling uit. En nummer zes (Prelapsarian) was nog niet eens een jaar oud. Toch is niets wat de New Yorkers doen overhaast. Voor de experimentele metal van Krallice, die in geen enkel subgenre goed past, heeft elke noot op een goudschaaltje gelegen. Innovatief, maar tegelijk vaak behoorlijk ondoordringbaar en cerebraal - met uitzondering van de afgelopen jaar uitgebrachte indrukwekkende, maar korte EP Hyperion. Zo niet op het uitzonderlijk rijke Go Be Forgotten, waarop alles wat de band probeert werkt - zelfs de cover van de totaal obscure, Amerikaanse metalband Beastlor als openingsnummer van het album.

Het draait bij Krallice nog altijd om natuurwet-brekende tempowisselingen, complexe riffs, het drumwerk van Lev Weinstein en de onwaarschijnlijke snelheid waarmee dat allemaal is uitgevoerd.

Maar op Go Be Forgotten houden smaakvolle synths de chaos in bedwang. Soms vallen de gierende gitaren zelfs helemaal stil en word je als luisteraar omwikkeld in een warme deken van ruimtegeluiden. De manier waarop Krallice zo’n intense atmosfeer oproept binnen zulke fijn gesponnen muziek is spectaculair.