Recensie

Jungle waar de regels van een videogame gelden

Actiekomedie Het vervolg op ‘Jumanji’ is stukken beter dan het origineel en dat komt niet alleen doordat de speciale effecten 22 jaar later overtuigender uitgevoerd kunnen worden.

V.l.n.r. Dwayne Johnson, Kevin Hart, Jack Black en Karen Gillan in Jumanji: Welcome to the Jungle.

‘Ik ben een nerd!”, roept spierbonk Dwayne Johnson halverwege Jumanji: Welcome to the Jungle. Eerder keek hij al verbaasd naar zijn opgepompte torso en prikte hij vol ongeloof in zijn enorme spierballen. Er gebeuren wel meer gekke dingen in de remake van Jumanji, een weinig memorabele film met Robin Williams uit 1995. Deze versie is stukken beter en dat komt niet alleen doordat de speciale effecten 22 jaar later overtuigender uitgevoerd kunnen worden.

Vier middelbare scholieren komen via Jumanji, een oude computergame, terecht in een jungle waar de regels van een videogame gelden. Ze zijn er niet als zichzelf, maar als de avatars die zij kozen. Zo kan het dat een nerd het lichaam van Dwayne Johnson krijgt. Nog leuker is dat het narcistische, met haar telefoon verkleefde meisje opeens een man is van middelbare leeftijd (Jack Black). Tot haar schrik zonder telefoon, maar met piemel. Van de andere mannen leert ze hoe zij staand moet plassen. Klinkt op papier flauw, maar is dankzij de charmante cast verrassend leuk. Zoals er wel meer amusant is aan deze actiekomedie waarin de personages leren hun angsten te overwinnen en terloops ook andere dingen opsteken: het belang van samenwerken bijvoorbeeld.

De avonturen zijn klassiek, de identiteitspolitiek – vrouw in mannenlichaam flirt met andere man – is eenentwintigste-eeuws. Er is bijvoorbeeld ook nog een grappige scène waarin een muurbloempje leert hoe zich verleidelijk te gedragen, daarmee en passant aantonend dat zulk gedrag aangeleerd is. Leerzaam voor jong en oud.