Jacques H. had goede contacten, dus hield minister Hillen hem uit de wind

Corruptie Ex-Defensieminister Hillen werd dinsdag gehoord in de zaak over corruptie op de auto-afdeling van Defensie. Hij wilde geen aangifte doen.

Oud-minister van Defensie dinsdag in de rechtbank Rotterdam. Foto Bas Czerwinski/ANP

Dat oud-minister van Defensie Hans Hillen (CDA) hier nu zit, als getuige in een grote strafzaak, is een speling van het lot. Het komt allemaal door een breed verspreide anonieme brief uit 2011 – over corruptie op de auto-afdeling van zijn departement. Die brief, zo legde Hillen uit in de rechtbank Rotterdam, belandde niet alleen bij het ministerie maar ook bij de Tweede Kamer en de media. En toen moest hij er wat mee, ook al zat hij daar niet op te wachten.

Hillen, thans „ambteloos burger met enkele nevenactiviteiten”, werd dinsdag gehoord in de zaak-Dotterbloem. Die draait om omkoping van ambtenaren die betrokken waren bij de aanschaf van duizenden nieuwe auto’s bij twee departementen, waaronder dat van Hillen. En dus moest hij als eindverantwoordelijke van Defensie nu „uitleg geven over hoe er binnen het ministerie werd omgegaan met integriteit en mogelijk strafbare feiten”, zo hield de rechter hem voor.

Aanleiding voor het oproepen van de CDA’er was een artikel in NRC eerder dit jaar. Daarin vertelde Hillen wat hij in 2014 ook al eens aan de Rijksrecherche had verteld. Dat hij als minister „natuurlijk geen aangifte deed tegen elke Defensiemedewerker die over de schreef ging”, om het departement niet te schaden. En dat Defensie een „eigen correctiemechanisme” had dat „ook heel bevredigend werkte”.

De antwoorden van Hillen dinsdag in de rechtbank waren zuinig. Hij was in zijn periode als Defensie-minister vooral druk met bezuinigen, zei hij. Het was een „tijd dat er weinig werd aangeschaft en veel afgeschaft. Helaas.” Bovendien moest hij ervan uit kunnen gaan dat het netjes verliep op zijn departement. De ambtenarij zorgde voor de dagelijkse gang van zaken, hij was er vooral „om het uit te leggen aan de Tweede Kamer”.

En die kon knap lastig zijn, vooral op het gebied van integriteit. Als minister, vertelde de CDA’er, heb je veel last van kwesties die de media halen over de integriteit van ambtenaren. „Incidenten poppen op. Uit de publiciteit of langs interne kanalen.” Zaak is die vooral niet te groot te maken: „Ik bemoeide mij als politiek verantwoordelijke niet met het management van het departement. Er werkten indertijd 60.000 man bij Defensie. Als die allemaal een fout maken moet de minister bij wijze van spreken op 60.000 vragen ingaan.”

Een setje banden

De afgelopen twee weken hoorde de rechtbank tien verdachten in de zaak-Dotterbloem, zes ambtenaren en vier vertegenwoordigers van de auto-industrie. De verklaringen van de mannen schetsen een beeld van hoe er – in ieder geval tot vijf jaar geleden – door bedrijven als Renault en Pon (importeur van de grote Duitse merken) met ambtenaren werd omgegaan.

Die kregen, als zij op de juiste plek zaten, een speciale behandeling. Niets spectaculairs, maar net voldoende. Een setje banden, een leuke korting, een reisje. De auto-bedrijven, en vooral Pon, wisten precies wie zij wat cadeau deden. Dat was een vorm van „relatiebeheer”, die zeer gangbaar is in het bedrijfsleven maar inmiddels minder geaccepteerd is in de omgang met overheidsdienaren.

Of alle verdachte ambtenaren in de gaten hadden hoe zij door Pon werden bespeeld, is niet duidelijk. De hoofdverdachte in de zaak, wagenparkbeheerder van Defensie Jacques H., vroeg volgens Pon-personeel op de man af of hij mee kon met relatie-evenementen en luxe uitstapjes, maar andere verdachte ambtenaren verklaarden bij de rechtbank geen idee te hebben gehad hoe de auto-industrie tegen hen aankeek.

Dat medewerkers van Pon intern opschepten hoe goed hun contacten in de ambtenarij waren, viel de ambtenaren moeilijk aan te rekenen – vertelden zij de rechters. En bovendien hadden zij er geen idee van dat er zo over hen werd gesproken. Ja, ze kregen korting aangeboden als ze bij Pon een privé-auto wilden kopen, maar dat kreeg iedereen. En bovendien: hoe hoog waren die voorgespiegelde kortingen nou helemaal? 236 euro voor de één, ruim 700 voor de ander.

Niet zo’n automan

Van beleid omtrent het accepteren van kortingen op privé-aankopen van Defensie-ambtenaren was in zijn tijd als minister geen sprake, zei Hillen tijdens zijn verhoor. Er was hem „niets bekend van richtlijnen over de aanschaf van particuliere auto’s”. Dit was ook „nooit besproken” en er werden hem „nooit gevallen voorgelegd die betrekking hadden op autokortingen van personeel”.

Zelf was hij niet zo’n automan, in tegenstelling tot zijn voorganger Henk Kamp (VVD). Hillen wist niet meer over de auto’s dan dat hij als minister werd rondgereden in een Audi van Pon „en die deed het altijd”. Wagenparkbeheerder H., de spil van de zaak-Dotterbloem, „kende hij aanvankelijk niet”. Maar toen die in de anonieme brief werd beschuldigd van corruptie deed hij wel navraag en begreep hij dat op het departement „iedereen buitengewoon tevreden over hem was. Zijn appreciatie was goed. Er was solidariteit met hem.”

Dat had te maken met de goede contacten van H. in de auto-industrie, waardoor hij problemen die op het departement ontstonden met het wagenpark snel en zonder nodeloos papierwerk kon oplossen. En dus besloot Hillen Jacques H. aanvankelijk uit de wind van de publieke opinie te houden, vertelde hij in de rechtbank.

Een andere reden daarvoor was dat hij het zich niet kon voorstellen dat H. zonder ruggespraak had geopereerd. „Op het moment dat een geval als dit plaatsvindt, moet dat door zijn meerderen zijn opgemerkt, en in een functioneringsgesprek besproken zijn. Hij kreeg dingen voor elkaar die bijzonder zijn, dus zijn omgeving moet gevraagd hebben: hoe doe je dat dan?”

Na anderhalf uur stond Hillen weer buiten. De behandeling van de zaak-Dotterbloem gaat begin januari verder. Dan wordt de laatste verdachte gehoord: een voormalige Pon-medewerker die – in tegenstelling tot al zijn oud-collega’s – niet wilde schikken. Dan volgt ook de strafeis van het Openbaar Ministerie.

Defensiemedewerker Jacques H. reed volgens het OM onder meer in een luxe auto op kosten van autoverkopers. Lees verder: De ‘God van Defensie’ vergat zichzelf niet