Opinie

Economische motieven in emotionele termen, het blijft riskant

Mocht Shell de liefde voor Nederland in het debat over afschaffing van dividendbelasting wel gebruiken? In de Gedragscolumn waarschuwt Pieter Desmet voor averechtse effecten.

Marjan van Loon, president-directeur van Shell Nederland. Foto: Andreas Terlaak

 Door Pieter Desmet

Afgelopen donderdag vond in de Tweede Kamer een hoorzitting plaats waarin multinationals als Shell, Unilever en AkzoNobel hun visie gaven op de regeringsplannen om de dividendbelasting af te schaffen.  Op zich een vrij serieuze aangelegenheid, maar toch deden enkele woorden van Marjan van Loon, president-directeur van Shell, mij een klein monkellachje bezorgen.

Ze vertelde namelijk dat Shell houdt van Nederland en dat ze daarom hoopt dat de liefde wederzijds is. Dat van Loon het net als de andere aanwezige CEO’s over het belang  van haar bedrijf voor de Nederlandse economie zou hebben was te verwachten, maar dat ze de Kamer ook over de liefde zou vertellen in een hoorzitting over dividendbelasting, was een wending die ik niet had zien aankomen. Wanneer de CEO van een multinational reageert op een belasting verwacht je staalharde economische kosten-baten logica,  maar geen verwijzing naar een soft en abstract begrip als liefde.

Relationele modellen

In economische relaties veronderstellen we vaak andere wetten en omgangsvormen dan in de overige relaties die we aangaan, zoals vriendschapsrelaties of liefdesrelaties. Hoe we met elkaar omgaan en wat we als rechtvaardig en normaal gedrag beschouwen hangt in sterke mate af van de context waarin de relatie zich bevindt. Is de context bijvoorbeeld een economische transactie, dan gaan we goed bijhouden wat binnenkomt en buitengaat, wat het ons kost en wat het ons opbrengt. Is de context die van de vriendschap of de liefde, dan doen we dat veel minder en vaak zelfs net niet.

In business is het tellen belangrijk, in vriendschap veel minder. In economische interacties wordt aan transacties een prijs opgehangen, in intieme relaties kan je op liefde geen prijs plakken.

Taboo Trade-offs

Interessanter wordt het als je wetmatigheden uit de ene relatiecontext gaat toepassen op de andere.  Dan treden zogenaamde taboo trade-offs op. Beeld je bijvoorbeeld in dat een vriend jouw hulp vraagt om hem te assisteren bij de voorbereiding van zijn verjaardagsfeest. Geen probleem, dat doe je met plezier. Stel je nu eens de reactie van die vriend voor als je hem na het feest de rekening presenteert van je gepresteerde uren.  Leuk verjaardagsfeest, maar lang zal de vriendschap niet leven.  Draai de klok even terug en beeld je in dat niet jij, maar die vriend aanbiedt om jou te betalen. In dat geval zou je daar zelfs geen geld voor willen aannemen. Daar doe je het niet voor, toch?

Neem nu echter het geval waarin het je baas is die vraagt om wegens onverwachte drukte even bij te springen in het weekend. Dan doen we dit misschien ook met alle plezier, maar als hij je daarna vriendelijk bedankt met een stevige doch lege handdruk, dan zal hij toch ook vrij snel tot bron van frustratie over een wasted weekend verguisd worden.

Waar je in economische transacties dus net iets vaker betalingen voor diensten verwacht, kan je heibel verwachten als je dit principe probeert in te voeren in vriendschapsrelaties, laat staan in intieme relaties.  In de liefde wordt geld minder frequent als betaalmiddel aanvaard.

Verpakken

Wanneer je drijfveren economisch zijn, kan het blijkbaar soms wel werken om je boodschap te verpakken in een jasje dat een symbolische, relationele waarde heeft. Zo zijn consumenten bereid meer te betalen voor producten als ze het aan vriendschappen of familie kunnen linken. Die link met het onbetaalbare maakt ook het product onbetaalbaar. Misschien was dat wel de onderliggende bedoeling van Van Loon, om haar boodschap van belastingafschaffing te draperen met een sausje van liefde zodat de belastingbetaler er meer voor wil betalen.

Ik zou in dat geval toch blijven oppassen met verwijzen naar een concept als liefde, zeker wanneer de onderliggende economische drijfveren eigenlijk voor iedereen heel duidelijk zijn. Je zit daar tenslotte ook voor een hoorzitting over belastingen en niet over ondeelbare waarden in het multinationaal ondernemen. Tenzij het natuurlijk oprechte liefde is die je wil betuigen, maar dan moet die liefde ook als echt overkomen. Op dat moment helpt het niet echt om een quid pro quo-benadering van die liefde te schilderen en er een prijs voor te vragen. ”

‘Voor wat, hoort wat’ is misschien een goed principe om in andere situaties toe te passen, maar op gebied van de liefde biedt het toch geen al te stabiele relatiebasis.

 

 

Pieter Desmet is als universitair hoofddocent in Behavioural Law and Economics verbonden aan de Rechtenfaculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De Gedragscolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door sociale wetenschappers.

Blogger

Folkert Jensma

Journalist en jurist Folkert Jensma (1957) werkt sinds 1985 voor NRC Handelsblad op de terreinen bestuur, justitie, politiek en Europa. Hij schreef als correspondent Brussel over de Europese eenwording door de verdragen van Schengen in 1985 en van Maastricht in 1992. Als hoofdredacteur, tot september 2006, was hij mee verantwoordelijk voor de introductie van nrc.next, de bijlage Opinie & Debat, het magazine M en de introductie van Europa- en Wetenschapspagina's in de dagkrant. Sindsdien schrijft hij als commentator recht en bestuur hoofdartikelen, jurisprudentie-rubrieken en columns voor NRC Media. Voor zijn columns ontving hij in 2013 de Jacques van Veen jubileumprijs en in 2014 de J.L. Heldringprijs.