De bisschop en de boze priesters

‘De verontrusten’. ‘Intellectuele bisschoppen’ of ‘pastorale’. Bij elk woord moet ik nadenken of het wel betekent wat ik denk. In het bisschoppelijk paleis van Den Bosch dopen bisschop Gerard de Korte en ik koekjes in de thee. Op het dressoir in de gang heb ik zijn witte mijter zien staan.

Op Roze Zaterdag moest De Korte op het laatste moment afzien van de zegening van een groep homoseksuelen in de Sint Jan. Zo’n twintig van de tweehonderd priesters in zijn bisdom kwamen daartegen in het geweer. Hen noemt De Korte ‘de verontrusten’; zij vinden de bisschop te hartelijk jegens homoseksuelen en gescheiden katholieken die ter communie gaan. Er is dus een flinke meerderheid van ruimdenkende priesters, maar „de vleugels” maken veel lawaai, zegt de bisschop.

Nog zo’n woord. Afgelopen jaar was er verdeeldheid onder de Nederlandse bisschoppen over een tekstwijziging in het Onze Vader en over de sluiting van kerken. „Accentverschillen”, is het woord dat De Korte nu kiest. „Iedere bisschop heeft een even zware stem en je conformeert je aan het eindoordeel.”

Als hij onderscheid maakt tussen ‘intellectuele’ en ‘pastorale’ bisschoppen, dan toch met eerbied voor beiden. De intellectuelen staan in de theologische traditie van de vorige paus, de conservatieve kerkgeleerde Benedictus. De pastoralen kijken liever naar de huidige paus. De Korte vindt het een eer een geestverwant van Franciscus te worden genoemd.

Paus Franciscus schreef de ‘aansporing’ Amoris Laetitia, waarin hij coulance vraagt voor gescheiden en hertrouwde mensen en de mogelijkheid openlaat dat ze ter communie gaan. „Pastorale wijsheid”, noemt De Korte dat. Hij draagt elke ochtend de mis op in de Sint Jan, elke zondag doet hij dat in een van de 290 kerken van zijn bisdom. „Ik zeg tegen de priesters: stoot mensen niet van je af.”

Als hij klachten over een priester krijgt („gelovigen worden steeds mondiger”) volgt hij „de Bijbelse lijn”. Heeft u de pastoor al gesproken, vraagt hij eerst. Als dat niet helpt, stuurt hij de „brandweerman”, een kerkelijk opbouwwerker of een welzijnswerker. „Zoek de optimale pastorale ruimte.”

De ‘verontruste’ pastoor van Reusel haalde dit jaar de landelijke pers, toen parochianen protesteerden tegen diens schrikbewind. Kinderen die zelf niet gedoopt waren, stuurde hij de kerk uit bij de doop van een pasgeborene. Een leek mocht niet langer hosties toedienen in het bejaardenhuis. De bisschoppelijke „brandweerman” nam poolshoogte, maar van verzoening was geen sprake. De pastoor nam uiteindelijk ontslag.

Wat is een goede priester, vraag ik De Korte. „Iemand die met een kwinkslag een uitzondering kan maken, zonder zich meteen op zijn principes te beroepen.”

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.
    • Jutta Chorus