Column

Wint de SP straks de ziel van de FNV?

De Partij van de Arbeid is de traditionele bondgenoot van de FNV. Na de laatste verkiezingen zijn de verhoudingen verschoven. Hoe zal de verhouding worden tussen de rozen en de tomaten(soep)?

Wat is de overeenkomst tussen Lilian Marijnissen, de nieuwe fractievoorzitter van de SP in de Tweede Kamer, en Frits Goldschmeding, filantroop en met 4,3 miljard euro de nummer twee in de Quote 500 van rijkste Nederlanders?

Zij hebben van hun afstudeerscriptie hun werk gemaakt. Die van Goldschmeding ging in 1960 over tijdelijk werk. Hij stichtte met een compagnon uitzendbureau Randstad.

Marijnissen schreef in 2008 Met één hand kun je niet klappen, haar masterscriptie over een nieuwe werkwijze van de toenmalige FNV Bondgenoten. Dat heette organising, een Amerikaanse innovatie. Dat komt erop neer dat de bond samen met werknemers een arbeidsintensieve en activistische campagne opzet. In de scriptie van Marijnissen: onder schoonmakers. Dat was een vrijwel ongeorganiseerde beroepsgroep die geen vuist kon maken. Daarna wel.

Een van de FNV-leiders was Ron Meyer. Hij schreef haar in als FNV-lid. Marijnissen was zo enthousiast dat ze als organiser begon bij de FNV-bond voor de zorg. Vorig jaar werd ze voor de SP in de Tweede Kamer gekozen. Nu wordt zij fractievoorzitter. Meyer is sinds twee jaar voorzitter van de SP.

Met twee voormalige FNV-kopstukken in de top van de SP is de vraag: wint de partij ook de ziel van de grootste vakbond (1.060.000 leden)? De FNV vaart de laatste tijd een strijdvaardiger koers die soepeler dan vroeger aansluit op het SP-activisme. Al zijn sommigen in de FNV bang ingekapseld te worden door SP’ers. Bij FNV-acties zijn SP’ers soms zo opzichtig aanwezig, dat de vakbond wel eens vraagt of het vandaag een onsje minder mag.

De SP wil onder Meyers leiding met een bredere agenda dan sociaal-economische onderwerpen nieuwe ‘doelgroepen’ aanspreken. Zijn idee van een bredere beweging zal zeker een deel van het FNV-kader aanspreken. Naast de arbeiders in de afkalvende industrie heeft de SP zich ook een stevige positie verworven in de gezondheidszorg. Dat is een groeisector met meer dan een miljoen werknemers waar elke burger vroeg of laat mee te maken heeft.

Desondanks: de SP is nog steeds de uitdager. De Partij van de Arbeid is de traditionele bondgenoot van de FNV. De PvdA had altijd één extra troef om de vakbond aan zich te binden: een rol in het kabinet. Politieke macht. Dan kun je wat gedáán krijgen. Maar na de laatste verkiezingen zijn de verhoudingen verschoven. Ze zitten samen in de oppositie en de SP is duidelijk groter dan de PvdA (14 tegen 9 zetels).

De symboliek van hun partij en de stijl van hun politieke leiders is verschillend. De tomaat versus de roos. Agerend versus bestuurlijk. Op Twitter zag ik vorige week een foto van Lodewijk Asscher van de PvdA die koffie uitdeelde aan stakende leraren. Een half jaar eerder zag ik Meyer van de SP voor de rechtbank in Utrecht stakers bij een Jumbo distributiecentrum vol vuur een hart onder de riem steken. Maar actievoeren kan ook in Den Haag. Gijs van Dijk van de PvdA, voormalig vice-voorzitter van de FNV, voert in de Kamer campagne tegen de inferieure positie van werknemers in de platformeconomie, zoals bij maaltijdbezorger Deliveroo.

De FNV hoeft natuurlijk niet te kiezen tussen die twee partijen. De bond kan zich niet uitleveren aan één politieke partij, zeker niet nu het kabinet Rutte III op deelterreinen (pensioen, arbeidsmarkt) nog steeds tot zaken wil komen met de vakbonden.

Op 13 januari houdt de FNV in Utrecht een actie tegen het kabinetsbeleid. Dat wordt de eerste testcase. Hoe zal daar de verhouding zijn tussen de rozen en de tomaten(soep).

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie