Tussen de cijfers over misbruik in de kerk klinkt de emotie door

Misbruik katholieke kerk De commissie die het misbruik van kinderen binnen de Katholieke Kerk onderzocht, publiceerde maandag haar eindverslag. Voor de commissieleden was het een bewogen periode, maar ze beseffen dat hun leed niets was vergeleken met dat van de slachtoffers.

„Zelfs commissieleden met een achtergrond als strafrechter ging dit niet in de koude kleren zitten”, staat in het eindverslag. Foto Marten van Dijl/ANP

Het was zwaar. Heel zwaar. De leden van de klachtencommissie werden overladen met „soms ten hemel schreiende ervaringen”. Waren de klaagschriften al emotioneel, de zittingen waren dat nog meer.

Het eindverslag van de stichting Beheer & Toezicht inzake seksueel misbruik in de R.-K. Kerk bevat – tussen alle cijfers en zakelijke verslagen – veel emotie over wat zich decennialang heeft afgespeeld in menig parochie, internaat en kostschool. Zoveel menselijk leed en verdriet was ook voor de doorgewinterde hulpverleners moeilijk.

„Zelfs commissieleden met een achtergrond als strafrechter ging dit niet in de koude kleren zitten”, staat in het eindverslag. Dat gold ook voor vertegenwoordigers van de Katholieke Kerk. „Bij velen leidde de confrontatie met het leed van de slachtoffers tot een houding die tegemoetkomend was, anderen reageerden nogal eens afhoudend door onbegrip, niet willen geloven, onvermogen. Voor hen werden de zittingen bij de klachtencommissie tot een soms harde leerschool.”

In het eindverslag wordt teruggekeken op een bewogen periode, beginnend in het vroege voorjaar van 2010 en eindigend in de winter van 2017. Het verslag: „Veel bewogen door de schokkende ervaringen van slachtoffers van seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk. Veel bewogen ook, omdat naar buiten treden met die ervaringen bij de meeste slachtoffers emoties los maakte die ook hun uitwerking hadden op relaties in gezins- en familieverband en in hun sociale omgeving. Wat vaak lang was weggestopt, baande zich een weg naar boven en naar buiten.”

Lees ook het artikel van NRC waarmee de stroom onthullingen in 2010 op gang kwam: Flink bidden, dan had je minder last

Reactie Kerk soms fout

De weg naar erkenning, genoegdoening en hulp was moeizaam. Toen het schandaal uitbrak, was er onvoldoende menskracht en ervaring bij het toenmalige meldpunt voor kerkelijk misbruik. Ook reageerde de Kerk vooral in het begin „onthand, soms onhandig, soms regelrecht fout”.

Het eindverslag maakt duidelijk dat er heel wat onderhandeld is tussen het stichtingsbestuur en de leiding van de Kerk. Af en toe was er druk nodig om kerkelijke leiders tot een menselijke houding te bewegen tijdens een zitting of de uitvoering van adviezen. Zo weigerde een Duitse congregatie 41 slachtoffers van een pensionaat in het Zuid-Limburgse Bleijerheide financieel te compenseren. De Kerk kwam daarop met een coulancefonds, zodat ze toch geholpen konden worden.

Bovendien moest er aandacht komen voor slachtoffers van excessief lichamelijk geweld en misbruikslachtoffers die wel „een authentiek verhaal” hadden, maar onvoldoende steunbewijs. Schoorvoetend kwam de Kerk ook hierin tegemoet, al bleef het volgens lotgenotengroepen te weinig.

Door de verhalen over seksueel misbruik viel de priester in Nederland van zijn voetstuk. Lees ook: In Nederland begon het allemaal bij de salesianen

Emotioneel geraakt

Het structurele karakter van het seksueel misbruik in de Kerk was door de commissie-Deetman al belicht. Maar de onderzoeken naar de honderden klachten door de klachtencommissie van de stichting bracht het leed nog nauwkeuriger in kaart.

De Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Maastricht in 2013. Tijdens een boeteviering voor slachtoffers van seksueel misbruik die geleid werd door bisschop Wiertz, barstten enkele slachtoffers in huilen uit.

Foto Marten van Dijl/ANP

Door de vele details werden medewerkers van het meldpunt emotioneel geraakt, blijkt uit het eindverslag. Veel van de woede en het verdriet van de slachtoffers, van de zorgen en wanhoop kwam binnen bij de medewerkers van de stichting. Zij doen hun verhaal in het eindverslag. Een van hen is Nel van der Loos, vertrouwenspersoon: „Wat erg was: ze werden vaak niet geloofd. Ouders waren loyaal aan de kerk, de pastoor, de broeders en paters van de internaten. De ouders waren soms ‘roomser dan de paus’. Blind vertrouwen in het gezag ging dan boven het welzijn van het eigen kind.”

Het overgrote deel van het misbruik vond plaats binnen ordes en congregaties die zich in internaten en scholen over kinderen ontfermden. Van der Loos: „Het meest aangrijpend waren voor mij de keren dat het ging om slachtoffers die als kind in de klem hadden gezeten, emotioneel en fysiek. Menigmaal waren het verwaarloosde en mishandelde kinderen. Soms kwamen ze uit gebroken relaties of waren ze jong wees.”

Sophie Roos-Bollen was tijdens de zittingen van de klachtencommissie griffier. „Het was bijzonder te ervaren hoe de slachtoffers van toen door hun daders uit een grote groep kinderen waren uitgekozen, als een makkelijke prooi. Hoe die kinderen met een aai over hun bol en een snoepje zo blij waren met de aandacht die ze – eindelijk – kregen en voor ze het wisten zo in de macht waren van hun leerkracht of leider van de afdeling.”

Zoveel verdriet en ellende zakelijk op papier zetten, was niet makkelijk. Maar als klachtencommissie was het onze taak om een goede inhoudelijke beslissing te nemen, zegt Roos-Bollen in het eindverslag. „Een zwaar emotioneel beladen zaak moest voor alle partijen op een juiste manier goed afgehandeld worden.”

Compensatie beschadigde levens

Klachten die gegrond waren, konden naar de compensatiecommissie. Die bepaalde de hoogte van het smartengeld door de slachtoffers in te delen in vijf categorieën. Deze commissie zag „veel beschadigde levens op papier aan zich voorbijtrekken”, zegt Eskje Schaafsma, secretaris van de compensatiecommissie. „De in de procedure overgelegde stukken waren dermate omvangrijk en gedetailleerd dat het enorme leed dat slachtoffers van seksueel misbruik is aangedaan je als lezer niet onberoerd laat.”

Ieder lid van de compensatiecommissie zat er af en toe ‘doorheen’. Maar, besluit het eindverslag, „in vergelijking tot het onnoemelijke leed dat vaak zeer jeugdige slachtoffers van seksueel misbruik is aangedaan verbleken die emoties snel.”

Het archief van de stichting wordt – anders dan de Kerk aanvankelijk wilde – niet vernietigd. Het materiaal wordt overgedragen aan een archiefstichting en wordt toegankelijk voor wetenschappelijk onderzoek en voor de nabestaanden van slachtoffers.



    • Joep Dohmen