Talent AZ legt het af tegen de routine van Ajax

AZ-Ajax

Te midden van al het ontluikende talent van AZ gaf de geslepenheid van Ajax-spits Klaas-Jan Huntelaar (34) de doorslag.

Alireza Jahanbakhsh (links) maakt uit een penalty de 1-0 voor AZ. Keeper André Onana is kansloos. Rechts Fredrik Midtsjø. Foto ANP

De vergelijking met Bayern Münchens Thomas Müller is al gemaakt. Diezelfde afgezakte sokken. Die ongepolijste voetbalstijl, een onmiskenbaar gevoel voor positionering, ruimtes en goals. En buiten het veld diezelfde onafhankelijkheid van geest, branie en spontaniteit. Precies Müller, die Guus Til van AZ.

Til (19) is de zoon van een ontwikkelingswerker en geboren in Zambia. Zijn ouders hebben weinig met voetbal. Hijzelf, zowat in de schaduw van de Arena grootgebracht, werd „nooit gevraagd” door Ajax, zegt hij. Nu geldt hij als een van de parels van de AZ-jeugdopleiding, het complex dat sinds kort in Wijdewormer staat en de roemruchte academie van Ajax naar de kroon steekt.

Maar AZ - Ajax zondagmiddag werd niet het duel van Til of al die zelf opgeleide jongens uit de streek – Teun Koopmeiners, Pantelis Hatzidiakos en Thomas Ouwejan. Het duel waarin de échte achtervolger van PSV moest opstaan werd door Ajax gewonnen met 2-1. De winnaar staat op vijf punten van de koploper, de verliezer op acht.

AZ voegde zo weer een nederlaag toe aan de bittere reeks van verloren topduels. Dertien nederlagen tegen Ajax, Feyenoord en PSV in zeventien topduels sinds het aantreden van coach John van den Brom. Wat het is? Til, opgegroeid in de Amsterdamse Bijlmer maar ingelijfd door AZ, won weleens van Ajax in de jeugd. „Maar dat was heel sporadisch.” Meestal waren „die gasten” van Ajax net even handiger, verder in de ontwikkeling. „Dat je na de wedstrijd nog eens terugblikt en geen idee hebt waarom het is gegaan zoals het is gegaan. Maar ik moet zeggen: vandaag waren we wel gelijkwaardiger aan elkaar, dan baal je wel meer.”

Zwik eredivisietalenten

Zo stond er een zwik eredivisietalenten tegenover elkaar op de gladde grasmat van het AFAS-stadion in Alkmaar. Til, Koopmeiners, Hatzidiakos bij AZ, Frenkie de Jong, Donny van de Beek, Matthijs de Ligt, Justin Kluivert bij Ajax. Kijk ze zich ontwikkelen in die competitie vol kansen en weinig gevaren. Voorzichtige tekenen van leiderschap, nu al. Volwassen teksten, mediawijs. Ajacied Frenkie de Jong nodigde onlangs na een interview een journalist uit om nog even in een restaurant verder de diepte in te gaan. In gesprek gaan met de media, je realiserend dat je tot je publiek spreekt – was het maar de norm.

Fijne jongens, goeie koppen erop. Jonge spelers met toewijding aan de sport en relativeringsvermogen tegelijkertijd. Koopmeiners sprak onlangs in VI over zijn vriendin en moeder die kort achter elkaar genazen van kanker. Het woord ‘zwaar’ zal hij na een pittige training niet snel meer gebruiken, zei hij. „Voor je leven vrezen, dat is pas zwaar.” En Til zei zaterdag in een AD-interview waar het zelfbewustzijn van afdroop, dat hij hoopte zijn spontaniteit nooit te zullen verliezen. „Maar ik weet hoe het gaat. Als de belangen groter worden, kunnen voetballers niet alles meer zeggen. Jammer, want zo komen ze dommer over dan ze zijn.”

Te midden van al dit ontluikende talent gaf zondag de geslepenheid van Ajax-spits Klaas-Jan Huntelaar (34) de doorslag. Oranjes vice-topscorer aller tijden – „ik ben ook nog jong, hoor” – maakte de 1-1 voor rust. Lasse Schöne benutte de door Huntelaar versierde dan wel afgedwongen penalty na rust. Alireza Jahanbakhsh had AZ van elf meter nog op voorsprong gezet.

Op verzoek doet AZ-verdediger Pantelis Hatzidiakos (20) nog even voor wat hij nou helemaal deed bij die tango met Huntelaar. Hij maakt een halve draai om zijn as met licht gebogen armen als in een voorzichtige omhelzing – meer was het niet. „Ik hield ’m bij me, maar ik trok niet aan hem.” Maar volgens scheidsrechter Danny Makkelie was er genoeg gesjor om naar de stip te wijzen. Uitgenast van Huntelaar, heet dat. Hatzidiakos: „Wel vreemd dat hij voorover valt.”

Onbeholpen misser

Dat Ajax beter was, uiteindelijk, moet ook gezegd. Drie topwedstrijden gehad (Feyenoord-uit, PSV-thuis, AZ-uit), drie gewonnen. Marcel Keizers ploeg was geraffineerder, behendiger, slimmer – ondanks een door schorsing en blessures uitgeholde defensie. Maar de kansen die de thuisclub om zeep hielp waren wel groter dan die van Ajax. AZ-invaller Fred Friday’s misser voor open doel was van een onbeholpenheid die in het enerverende duel niet thuishoorde.

De reeks van zeven zeges, vorige week al onderbroken door het gelijkspel tegen PEC Zwolle, was indrukwekkend. Zo ‘hot’ is de AZ-jeugd door het succes van het eerste dat er voorzichtig een rem gaat op de aanvragen voor reportages. Blij met de aandacht, oppassen voor borstklopperij – zo liet de club deze maand aan NRC weten.

Nu, na een week van de waarheid, staat AZ ‘gewoon’ weer achter de borstkloppers van Ajax. Til vat zijn duels met Frenkie de Jong samen als: „Hij had de bal. Ik liep er achteraan. Ja, dat was vervelend.”

    • Bart Hinke