Opinie

    • Arjen Fortuin

Schrijver Renate Dorrestein eindigt met een cliffhanger

Zap In ‘VPRO Boeken’ vertelde de schrijver kort over haar ongeneeslijke ziekte, maar ze kreeg vooral veel ruimte om te vertellen over haar werk.

Schrijver Renate Dorrestein in VPRO Boeken.

Het is nogal een beginzin voor een programma: „Renate Dorrestein is ziek en wordt niet meer beter.” Niet dat ziektegeschiedenissen uitzondering zijn op televisie, zeker niet in de herfst. Maar Renate Dorrestein was niet naar de studio gekomen om over slokdarmkanker te praten; de naam van haar aandoening werd niet genoemd.

Ze zat aan tafel met een plastic kastje dat verbonden is met elektroden op haar lichaam. Ze kan er zichzelf stroomstoten mee geven, die pijnstillend werken. „Ik ben een beetje verliefd op dat ding. Het lijkt wel een game. Ik stel me voor dat er kleine mannetjes in zitten.” Het apparaatje had niet misstaan in een item over medische innovaties, maar dit was toch echt gewoon VPRO Boeken.

Dorrestein vertelde presentator Carolina Lo Galbo wel kort over de moeilijke momenten die ze heeft als ze „op de bank een appel zit te eten” en er iemand opbelt met een grafstem om te praten over hoe erg het allemaal is. „Mijn man vindt dat ik in die gevallen wat aardiger moet zijn. Vroeger dacht ik dat je aan het eind van je leven allemaal wijsheid cadeau kreeg, maar dat blijkt onwaar. Ik ben nog net zo lomp en onhandig als vroeger.”

Dorrestein (1954) wilde over leven en literatuur praten. Het leverde een mooi portret op van de vrouw die meer dan dertig jaar op zeer eigenzinnige wijze haar plaats heeft bepaald in de Nederlandse letteren. Een boek is voor haar pas af als het gelezen wordt. „Het gaat niet om de expressie van de schrijver, maar om de impressie van de lezer.” In die opvatting is literatuur in de eerste plaats een methode om contact te maken, wat in de ogen van Dorrestein toch al de kern van het menselijk bestaan is. Alles draait volgens haar om de behoefte om in contact te zijn met anderen.

Omdat er een half uur voor het gesprek was uitgetrokken, kwam er veel ter sprake. De verlichtende werking van Almere, het knellen van familiebanden, lezersbrieven, en de zelfmoord van Dorresteins zusje in 1979. Die is te zien als een motor van haar schrijverschap, maar leidde mede tot het writer’s block waardoor ze een paar jaar geleden werd getroffen.

Achteloze wijsheden

Ook ging het over Dorresteins (door haar commercieel denkende Amerikaanse agente zeer betreurde) onvermogen om haar boeken een happy end te geven. Dat heeft een reden: „Ik geloof niet dat we daar wat aan hebben. We durven veel meer met een boek omdat we niet zelf hoeven te lijden, maar de personages dat voor ons doen.”

Van die achteloze wijsheden hoor je vaker in de gesprekken in VPRO Boeken, het Asterixdorpje van de Nederlandse televisie. Daarmee doel ik niet op de (op zich ook jammere) omstandigheid dat dit het ‘enige boekenprogramma’ van de Nederlandse tv is, maar om de manier waarop er met boeken en hun schrijvers wordt omgegaan. Interviewers Jeroen van Kan en Carolina Lo Galbo slaan gerust eens een zijpad in, waar gehaaste collega’s zich niet zouden durven wagen uit angst voor de klok of de zaplust van de voorbijkijker.

Dan valt er ook wel eens iets af. Zondagmorgen kwam de zakelijke aanleiding voor het gesprek, Dorresteins jongste roman Reddende engel, amper ter sprake. Er volgt trouwens nog een boek, voorspelde de auteur. Ze werkt aan nog een roman. Als ze halverwege niet verder kan, zegt ze, is daar een oplossing voor. „Dit boek verdraagt mijn dood”, zei Dorrestein terwijl de aftiteling al liep. Alsof ze in de slotseconden van het interview nog wilde benadrukken dat ze meer gelooft in cliffhangers dan in een happy end.

    • Arjen Fortuin