‘Obama frusteerde Hezbollah-onderzoek vanwege Iran-deal’

De Libanese beweging zou een globaliserend netwerk van cocaïne- en wapensmokkel hebben opgezet.

Voormalig president Barack Obama en vicepresident Joe Biden in het Witte Huis na de bekendmaking van de nucleaire overeenkomst met Iran. Foto Andrew Harnik/EPA

Regering-Obama heeft een omvangrijk onderzoek naar drugssmokkel en wapenhandel door de Libanese beweging Hezbollah gedwarsboomd omwille van goede politieke betrekkingen met steunpilaar Iran. Het nucleaire akkoord met Iran mocht geen gevaar lopen. Dat meldt nieuwssite Politico in een uitgebreid onderzoeksartikel.

Politico sprak met tientallen voormalige medewerkers van drugsbestrijdingsorganisatie DEA die betrokken waren bij het project Cassandra. Dit werd in 2008 opgezet nadat de DEA ontdekte dat de Libanese politieke en militaire beweging Hezbollah transformeerde in een internationale misdaadorganisatie, opererend in Venezuela, Colombia, Mexico, de Verenigde Staten, Benin en Libanon. Onderzoekers becijferden dat er jaarlijks 1 miljard dollar werd verdiend met de smokkel van cocaïne, wapens en de verkoop van tweedehandsauto’s.

Cocaïnesmokkel naar VS -> auto’s in Benin -> wapens in Irak

In een geheime locatie van de DEA in Chantilly, in de staat Virginia werkten talloze agenten acht jaar lang om het smokkelnetwerk van Hezbollah in kaart te brengen. Uit de notities blijkt dat Libanese zakenmannen in verschillende werelddelen een vernuftig globaliserend netwerk onderhouden. Via in Arabisch opgenomen telefoongesprekken uit Colombia komt de naam boven drijven van de in Medellin woonachtige Ayman Joumaa. Hij staat aan de basis van cocaïnesmokkel naar de Verenigde Staten met het beruchte Mexicaanse drugskartel Los Zetas als belangrijke partner.

De drugstransporten leverden maandelijks 200 miljoen dollar op. Dat geld werd witgewassen via de aankoop van Amerikaanse tweedehandsauto’s die verscheept naar Benin, ingezet werden voor koeriersdiensten voor smokkel van drugs naar Europa of wapens naar het Midden-Oosten. Via satellietbeelden is zichtbaar hoe in de periode 2002- 2015 in de haven van het West-Afrikaanse land een enorm groot wagenpark ontstaat. Contactpersoon van Jouma is Safieddine, de neef van Hezbollah-leider Hassan Nasrallah en de belangrijke schakel tussen de Libanese beweging en Iran.

Volgens financieel expert David Asher, die speciaal werd aangetrokken om de verbanden te onderzoeken tussen drugssmokkel en terrorisme, was Safieddine verantwoordelijk voor de aanschaf van zeer zware wapens die ingezet werden door shi’itische militanten in Irak tegen het Amerikaanse leger.

Vliegtuig vol drugs en wapens

Ook de Venezolaanse regering van Hugo Chavez speelde een cruciale rol in de smokkelpraktijken. DEA-agenten zagen hoe elke week een vliegtuig vol met drugs en geld vloog van Caracas naar Teheran via Damascus. Het stond binnen de DEA bekend als “aeroterror”, omdat het terugkeerde vol met wapens en hoge functionarissen van Hezbollah en Iran. Spil in deze praktijken is de huidige vicepresident van Venezuela Tareck El Aissami, wiens Iraakse vader een belangrijke rol speelde in de Iraakse Baath-partij.

Asher spreekt van een “politieke beslissing” om belangrijke figuren binnen Hezbollah niet te vervolgen. Eén van hen is wapenhandelaar Ali Fayad, die zelfs persoonlijk zou rapporteren aan de Russische president Vladimir Poetin over wapens die werden ingezet in Syrië en Irak.

‘Ons project leek op een vlieg in de soep’

Fayad is door Amerikaanse rechtbanken aangeklaagd voor het plannen van moordaanvallen op Amerikaanse en Colombiaanse overheidsfunctionarissen door wapens te overhandigen aan rebellenbeweging FARC. Fayad werd in de lente van 2014 opgepakt in de Tsjechische hoofdstad Praag, maar ondanks verzoeken van de DEA niet uitgeleverd aan de Verenigde Staten. Na twee jaar hechtenis werd Fayad naar Beiroet gestuurd waar hij zijn oude praktijken weer oppakte; hij zou militanten in Syrië voorzien van zware Russische wapens.

In een reactie stellen voormalige medewerkers van de Obama-regering dat er wel kritiek werd geleverd op Tsjechië om Fayad niet uit te leveren, maar dat ze geleid werden door grote politieke doelen: het terugdringen van het Iraans nucleaire programma en het bevrijden van zeker vier Amerikaanse gevangenen in Teheran. Derk Matz, voormalig projectleider, vat het zo samen:

“Ik twijfel er nu niet aan dat de [nucleaire] deal met Iran centraal stond en dat ons project leek op een vlieg in de soep. We waren de trein die van de baan ging.”

Volgens de voormalige medewerkers van de DEA kan de regering-Trump, die veel kritischer is op Iran en Hezbollah, niet zo maar project Cassandra weer oppakken. Veel kennis is verloren, medewerkers zijn vertrokken en het budget is gehalveerd.

    • Huib de Zeeuw