Recensie

Nézet-Séguin: indrukwekkende Bruckner

De chef van het Rotterdams Philharmonisch dirigeerde Bruckners epische vergezichten uit het hoofd. De indruk die achteraf overheerste: wat een fantastische kopersectie.

Yannick Nézet-Séguin foto Vincent Mentzel De Canadese chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest Yannick NEZET-SEGUIN (1975) . foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Rotterdam, 22 september 2009 Vincent Mentzel

Aankomende zomer neemt hij na tien concertseizoenen afscheid van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Voor het zover is, zet chefdirigent Yannick Nézet-Séguin nog een paar symfonische mammoetpartituren op de lessenaar: vrijdag lag er de Vierde van Bruckner.

Op hoorngeschal (puntgaaf gespeeld door eerste hoornist David Fernández Alonso) ontwaakt een middeleeuwse burcht en op struise triolen dendert een groepje ridders te paard voorbij. In het Scherzo klinkt een in koper geklonken jachttafereel, waarbij de trombonisten hun instrumenten liet grommen als een roedel schuimbekkende jachthonden.

Nézet-Séguin kneedde de meeslepende vergezichten uit het hoofd in de gewenste vorm. Hij liet horen uitvoerig muzikaal bodemonderzoek te hebben verricht in de potig georkestreerde passages waar Bruckner de instrumentgroepen als aardlagen over elkaar heen laat schuiven. Nézet-Séguin bracht de strijkerssedimenten, koperaders en houtafzettingen feilloos in kaart, met dwingende, breed bemeten climaxen in het eerste en vierde deel tot gevolg. De indruk die achteraf overheerste: wat beschikt Rotterdam toch over een fantastische kopersectie.

Zachte passages zorgden voor contrast, evenals de diep ademende lyriek van het Andante dat uitblonk in een gevarieerd kleurend strijkerscorps en een sublieme vertolking van het altvioolthema.

Voor de pauze liet Nicholas Angelich een lentebriesje waaien door Mozarts 27e Pianoconcert. Ondanks dat de akoestiek van de Grote Zaal niet ideaal was voor zijn gebonden spel (neigend naar legato en met ruim bijgemengd pedaal), wist de pianist zijn klank toch transparant te houden in de snelle hoekdelen. Sereen en magisch was zijn lezing van het tweede deel: traag, fluisterzacht en een toucher met de milde glans van parelmoer.