Nederland weer in dubieus daglicht

Belastingontwijking Brussel onderzoekt of Ikea via fiscale weg staatssteun ontving van Nederland. Het lukt maar niet het beroerde imago af te schudden.

Foto Sascha Steinbach/EPA

En wéér staat Nederland vol in de schijnwerpers wegens dubieuze belastingconstructies. Eerder, in oktober 2015, draaide het om koffieketen Starbucks. Maandag werd bekend dat de Europese Commissie onderzoekt of Nederland ook meubelgigant Ikea illegaal staatssteun verleende.

Kern van de zaak zijn afspraken die Ikea in 2006 en 2011 heeft gemaakt met de Nederlandse fiscus, twee ‘tax rulings’ die een aanzienlijk concurrentievoordeel opleverden. „Alle bedrijven, groot of klein, multinationaal of niet, moeten eerlijk belasting betalen”, aldus Eurocommissaris Margrethe Vestager (Mededinging) maandag in een verklaring. „Lidstaten kunnen bepaalde bedrijven niet minder belasting laten betalen door toe te staan dat er kunstmatig met winsten wordt geschoven.”

De zaak is extra pijnlijk, omdat Nederland vorige week op een haar na door het Europees Parlement formeel werd aangewezen als belastingparadijs. Nederland zelf ontkent categorisch dat het stelselmatig belastingontwijking faciliteert, en probeert zich de laatste tijd juist te profileren als voorvechter van een eerlijke belastingmoraal.

Geschuif met geld

De jongste stap van Vestager volgt op onderzoek van de Groenen-fractie in het Europarlement. Die onthulde begin vorig jaar al, onder de ludieke, door Ikea-meubels geïnspireerde naam ‘Taaks Avoyd’, dat het Zweedse concern door slimme constructies via Nederland 1 miljard euro aan belastingen wist te ontlopen. De Commissie heeft dit onderzoek nu zelf overgedaan en is tot de conclusie gekomen dat diepgaander vervolgonderzoek nodig is. Zelf noemt ze overigens in dit stadium nog geen bedragen.

Centraal in de onderzochte constructie staat het in Nederland gevestigde Inter Ikea Systems. Ikea-winkels uit de hele wereld betalen hier franchise-fees aan. Tussen 2006 en 2011 betaalde Inter Ikea Systems zelf vervolgens weer licentie-rechten aan een Luxemburgse holding. In Nederland bleef hierdoor minder belastbare winst over, met goedkeuring van de Nederlandse fiscus, terwijl de Luxemburgse holding dankzij een gunstige regeling vrijgesteld was van belastingen.

Omdat de Commissie deze constructie afkeurde, paste Ikea zijn bedrijfsstructuur in 2011 aan. Inter Ikea Systems kocht de tot dan toe in Luxemburg ondergebrachte merkrechten. Het sloot hiertoe een lening af bij het in Liechtenstein gevestigde moederconcern. Volgens Vestager stond de Nederlandse fiscus in een tweede ruling onder meer toe dat Inter Ikea Systems de aan ‘Liechtenstein’ verschuldigde rente mocht aftrekken van de in Nederland geboekte winst - en werd er dus minder belasting betaald.

De Commissie wil vooral weten of de twee afspraken met de Nederlandse belastingdienst „de economische realiteit” weerspiegelen. Oftewel: zat er achter het geschuif met geld een echte economische activiteit, of ging het inderdaad alleen maar om belastingontwijking?

Lang geen prioriteit

De Europese Groenen huurden destijds één onderzoeker in voor ‘Taaks Avoyd’, die alleen openbaar beschikbare informatie kon doorpluizen. De Commissie zal Nederland nu om meer details vragen over gemaakte belastingafspraken, die vaak geheim zijn. Het onderzoek zal twee à drie maanden in beslag nemen, zo verwachten ingewijden. Eerder werd Nederland gedwongen om 25,7 miljoen euro terug te vorderen bij de Amerikaanse koffieketen Starbucks, vanwege soortgelijke constructies.

Dat de Groenen Ikea zijn gaan onderzoeken is niet toevallig, zegt Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks). Volgens hem is belastingontwijking lang geen prioriteit geweest van de Commissie. Toen het dit met de komst van Vestager wel werd, gingen de onderzoeken vaak over Amerikaanse techreuzen, zoals Apple en Amazon, die uiteindelijk naheffingen kregen van respectievelijk 13 miljard en 250 miljoen euro. „Wij wilden laten zien dat deze praktijken ook bij Europese bedrijven wijdverbreid zijn”, zegt Eickhout. „En Ikea is bij uitstek een Europees bedrijf, met een lieflijk, Zweeds imago.”

Eigenlijk mag de Commissie zich helemaal niet met belastingbeleid bemoeien. Volgens EU-verdragen gaan alleen de EU-lidstaten zelf over belastingen. Het punt is dat ‘tax rulings’ in de praktijk een sterk marktverstorende werking kunnen hebben, en over concurrentievervalsing gaat Vestager juist weer wél. Dat verklaart mogelijk ook waarom het huidige onderzoek zich specifiek op Nederland richt, waar de staatssteun is verleend via rulings, en niet op Luxemburg en Liechtenstein, waar simpelweg voor bedrijven gunstige wetten bestaan en zijn toegepast.

EU-landen publiceerden vorige week een zwarte lijst van belastingparadijzen. Vanuit het Europees Parlement kwam meteen veel kritiek, want op die lijst staan alleen maar niet-Europese landen, zoals Nepal en Samoa. Een poging om Nederland, Malta, Ierland en Luxemburg óók te brandmerken strandde - een resolutie hierover werd met één stem verschil afgewezen. Eickhout verwacht dat deze discussie snel terugkeert op de agenda. „En dan zou er zomaar een meerderheid kunnen zijn voor het uitbreiden van de zwarte lijst.”

Met medewerking van Tijn Sadée
Dankzij de ‘Paradise Papers’ werd Nederland onlangs weer op de kaart gezet als belastingparadijs. Wat maakt Nederland nou zo aantrekkelijk voor multinationals. Lees ook: Belastingparadijs, maar hoe lang nog?