Michelle is vergeten of ze gestolen heeft

Wie: Michelle G. (21)

Kwestie: twee winkeldiefstallen

Waar: politierechter Utrecht

Het Openbaar Ministerie en de rechtbank in Utrecht liggen op schema. Dit lijkt misschien geen spannende mededeling, maar het heeft gevolgen voor hoe zittingen er verlopen. Als een vergrijp jaren geleden is, kunnen verdachten makkelijker claimen dat ze vergeten zijn hoe het allemaal precies in z’n werk is gegaan. Maar hoe geloofwaardig is het als je niet meer weet of je in januari van dit jaar een winkeldiefstal hebt begaan?

Michelle G. (21) probeert het toch maar. Op 13 januari is ze gefilmd terwijl ze in de Bruna was, met haar zoontje van twee en zijn buggy. Op videobeelden is te zien hoe Michelle een taartplateau oppakt. En hoe ze daarvoor ruimte maakt in het netje onder haar buggy.

Het valt niemand op, maar als de medewerkers aan het einde van de dag zo’n plateau missen, kijken ze de beelden van de beveiligingscamera terug. Daarop zien ze het plateau in de buggy verdwijnen. Maar beelden waarop te zien is hoe zij er de winkel mee verlaat, zijn er niet.

Michelle kan zich er niets van herinneren, maar inmiddels heeft ze zichzelf op de beelden gezien. Nadat de politie haar had benaderd, is ze „thuis gaan kijken” of ze misschien zo’n plateau had. „Maar dat heb ik niet gevonden.” Het kan dus zo zijn dat ze het heeft teruggelegd voordat ze de winkel verliet, denkt ze. Vergoeden wil ze het plateau in ieder geval niet. „Want ik heb het niet thuis.”

Van een andere diefstal waar ze van wordt beticht, twee maanden later, weet ze juist nog heel veel. Op 3 maart wilde ze een „leuke outfit uitzoeken” in een winkel in Nieuwegein waar een bekende van haar werkte. Volgens die bekende vroeg Michelle haar „een oogje dicht te knijpen” omdat zij schoenen wilde stelen. Ook nu had Michelle haar zoontje en de buggy bij zich.

Ze zocht een paar schoenen uit, legde die alvast bij de kassa en paste toen kleding die ze daarna in een tas stopte. Ze had die kleding net als de schoenen willen betalen, zegt ze tegen de politierechter. Maar dat is haar min of meer belet toen de eigenaresse haar bij de kassa vroeg of ze van plan was ‘dat grijze shirtje’ ook af te rekenen. En volgens twee getuigen zei Michelle toen zoiets als: ‘Welk shirtje?’

Daarna liep het uit de hand. Michelle zegt dat ze de vrouw heeft geprobeerd af te weren omdat die naar haar spullen greep. Volgens de vrouw viel Michelle haar aan. Ze hoorde haar zeggen: ‘Hoe durf je mij te pakken waar mijn kind bij is?’

De officier van justitie denkt iets anders: „Wat ontzettend verkeerd dat je dit doet met je kind erbij.” Dat Michelle nog niet langs de kassa was, zegt niet dat het geen voltooide diefstal was, concludeert de officier. „Dat is het zodra je goederen onttrekt aan de zeggenschap van de winkelier. Bijvoorbeeld door ze in een niet-doorzichtige tas te stoppen.” Michelles advocaat vindt dat het in beide gevallen niet om een afgeronde diefstal gaat, omdat ze de winkel nog niet uit was.

Michelle heeft in 2015 al een geldboete gekregen voor winkeldiefstal van 350 euro, leest de rechter voor uit het dossier. „Huh, dat is nieuw voor mij”, zegt ze. Dat vindt de officier van justitie gek. „U bent toen zelfs gehoord op het politiebureau.” Soepel past Michelle haar verklaring aan. „Ja, dat wist ik wel, maar ik wist niet dat ik een boete had gekregen.”

Hoewel de richtlijnen het mogelijk maken twee weken gevangenisstraf op te leggen, kiest de officier ervoor een werkstraf van 120 uur te eisen, „gezien de omstandigheden” van Michelle. Ze had eerder verteld dat ze fulltime voor haar zoon zorgt, maar geen betaalde baan heeft. Ze leeft van een uitkering.

De rechter richt zich tot Michelle: „Er zijn wel eens winkeldiefstalzaken waarbij je je afvraagt of het echt de intentie was om te stelen. Je denkt: ‘Misschien was het chaotisch, winkelen met een jong kind en is er per ongeluk iets meegenomen.’ Bij u heb ik die twijfel volstrekt niet.”

Het gaat wat de rechter betreft „al helemaal mis” als „u uw kennis aanspreekt met het verzoek een oogje dicht te knijpen” en „de schuld van het gebeurde bij een ander probeert neer te leggen, de eigenaresse van de winkel.” Ze kiest voor een lagere werkstraf dan geëist (100 uur) en een voorwaardelijke celstraf van een week.