Recensie

Meeslepend vredesconcert met Malinese topmuzikanten

Blues De Ali Farka Touré Band en Terakaft zijn zo’n beetje het beste wat Mali te bieden heeft op het gebied van gitaarmuziek. Dat ze samen optreden is een statement tegen de oorlog in Noord-Mali.

Met muzikanten van wereldklasse is de Ali Farka Touré Band geen halfslachtig tribute-bandje. Foto Ali Farka Touré Band

Het lijkt zo logisch, de twee Malinese bands samen op het podium aan het einde van de avond; de Touaregrockers in lange gewaden en tulbanden van Terakraft tussen de sub-Sahara bluesmannen in zwart/witte dashiki’s van de Ali Farka Touré Band. Maar het is een statement. Ze toeren samen in de Peace Caravan die het legendarische Malinese Festival au Desert vervangt, dat festival kan al sinds 2012 niet meer gehouden worden door de oorlog in Noord-Mali. Een oorlog die deels voortkomt uit spanningen tussen die twee bevolkingsgroepen.

Ook muzikaal zijn het verschillende tradities, al is de verwantschap nauw. Op het affiche van dit concert stond zo’n beetje het beste wat Mali te bieden heeft op het gebied van gitaarmuziek. De blues van de Ali Farka Touré Band (Touré overleed in 2006) is innemend, meeslepend. Vanaf de oevers van de Niger veroverde Touré, één van de grootste Afrikaanse gitaristen, de wereld met een bluesstijl die op die van de oevers van de Mississippi leek.

Wat een genot om zijn band nu te horen spelen. Met muzikanten van wereldklasse en zijn discipel Afel Bocoum als waardige opvolger is dit geen halfslachtig tribute-bandje. In het vraag-antwoord-spel weerklinkt gospel, de zoemende bassnaren doen nog altijd denken aan John Lee Hooker, een vergelijking die zich al opdrong toen Ry Cooder Touré introduceerde aan het westerse publiek.

Touré, van Fula en Songhai komaf, zong altijd al deels in de taal van de Touaregs, het is haast onvermijdelijk als je uit de regio van Timboektoe komt. Maar de moderne muziekstijl van de woestijnnomaden lijkt meer op bluesrock, zij het met wat milde reggae-invloeden in het geval van Terakaft. De drie gitaristen werden in Nijmegen gesteund door de ritmesectie van Touré, met kalabas en djembé, waardoor ook het tempo regelmatig wat omhoog ging. De twee stijlen vinden elkaar in de bezwerende gitaarloopjes die zich als bluesy mantra’s in het hoofd nestelen.

    • Leendert van der Valk