Lange-afstandsrelatie in de klas

Deze week verkent verboden liefdes. Deel 1: verliefd op een moslimmeisje.

‘Meneer, heeft u even?” L. (16) loopt schuchter op me af. Het laatste lesuur van de dag is afgelopen. De rest van de klas is naar buiten gerend. Zo niet deze jongen. Blosjes op de wangen. Blonde krullen. Blauwe ogen. Een uitzondering op deze school in Amsterdam.

„Mijn ouders zijn twee jaar geleden naar Amsterdam verhuisd. Hiervoor zat ik op een christelijke school in Amersfoort”, vertelt L. „Dit is de eerste openbare school voor mij.” Met een leerlingenbestand dat voor 90 procent uit moslims bestaat, is het lyceum nauwelijks een openbare school te noemen. Je zou de discussies in de pauze moeten horen, had de leraar van L. gezegd. De reacties bij geschiedenisles. Het commentaar als een leerling niet vast tijdens de ramadan. „Ik ben hier best wel een minderheid”, zegt L.

Hij kucht even en biecht dan op: „Ik herkende me in uw verhaal.”

Tijdens de gastles die eigenlijk over mijn roman moest gaan – maar door de vele vragen meer een voorlichtingsmiddag over genderdiversiteit en geaardheid werd – zag ik de tiener voortdurend op het puntje van z’n stoel zitten. Meerdere keren stak hij zijn vinger in de lucht, om hem snel weer naar beneden te trekken.

„Vertel maar”, moedig ik hem aan.

L. kijkt weg. „Ik ben verliefd.”

Nu komt het. Hij is homo of transgender (of een combinatie). Maar tot mijn verrassing vervolgt de vwo-4-leerling: „Op een meisje in de klas. We zijn stiekem een maandje samen geweest. Ze was constant bang dat haar ouders zouden ontdekken dat ze een vriendje heeft – een Hollander nog wel. Ze heeft het uitgemaakt.”

Hij staart naar z’n spierwitte sneakers. Verscheurd door God, gemeenschap en gemoedsrust – net als mijn Marokkaans-Nederlandse vriendin. Ik mag nu officieel man zijn, maar blijf christen. Ondenkbaar. Ze kan nog beter thuiskomen met een vrouw. „Omdat we nooit echt samen gezien konden worden, zaten we altijd te appen en te facetimen”, vertelt L. „Eigenlijk was het net een lange-afstandsrelatie, alsof ik een vriendin had in Marokko, maar dan in de eigen klas.”

„Wat is het leukste dat je met haar hebt gedaan?”

„Ik heb haar een keer meegenomen naar de bioscoop. Dat was wel spannend, want we moesten het goed plannen. Ze had haar ouders verteld dat ze met haar nichtje de stad in zou gaan. Na de film hebben we voor het eerst gezoend.”

Hij glundert. „Hoe lang is het nu uit?” „Twee maanden. Ik probeer in de hal of het fietsenhok met haar te praten, maar ze is altijd met een groep vriendinnen en appt me dan vanuit de wc dat niemand ons mag zien.”

„Zijn er misschien meer meisjes die je leuk vindt?” „Wat maakt het uit? Ze zijn allemaal moslim! De leraren hebben het over homorechten, maar ik zit in een onzichtbare kast. Ik mag op niemand verliefd worden in de klas.”

is publicist en schrijft en spreekt onder meer over gender en diversiteit. De naam van L. is om privacyredenen geanonimiseerd.
    • Mounir Samuel