Commentaar

De burgemeester moet kunnen ingrijpen bij falend lokaal bestuur

De Zuid-Limburgse plaats Brunssum is een plaats met een rijke geschiedenis. Het landbouwdorpje groeide vorige eeuw uit tot één van de grootste Nederlandse mijnbouwplaatsen met bekende begrippen in de aardrijkskundeboeken als de staatsmijnen Hendrik en Emma. Nu dreigt het ruim 28.000 inwoners tellende Brunssum geschiedenis te maken door dermate falend bestuur dat van hogerhand – lees Den Haag – wordt ingegrepen.

In eerste instantie leek er sprake van de spreekwoordelijke dorpsruzie, bron van zoveel bestuurlijk crisisleed in kleine gemeenten. Trefwoorden ook nu weer: incompetentie, vriendjespolitiek, kinnesinne. Onder het mom dan ‘dat-lossen-we-zelf-wel-op’ heeft de rot in Brunssum decennialang kunnen doorzetten. Ondertussen kwamen er belastende kwalificaties bij: corruptie en schending van integriteit.

De bestuurlijke chaos leidde begin deze maand tot een climax met de aankondiging van burgemeester Luc Winants (CDA) dat hij per 1 januari zou vertrekken omdat hij „niet langer kon instaan voor een integer bestuur”. Winants had het over een onderling verdeeld gemeentebestuur dat niet alleen het aanzien van het bestuur beschadigt maar zelfs ondermijnt.

Dit zijn zeer ernstige en verontrustende woorden. Het komt niet vaak voor dat een burgemeester op deze manier de handdoek in de ring gooit. Maar het ging Winants dan ook om een algemener waarschuwingssignaal: hij wil een discussie over de rol die de burgemeester nog kan spelen als de bestuurlijke integriteit in het geding is. In het geval van Brunssum bleken de instrumenten om als burgemeester tegen misstanden te kunnen optreden niet aanwezig. Dat maakt het probleem Brunssum tot een acuut Haags probleem.

Directe aanleiding voor Winants’ opstappen was het besluit van een kleine meerderheid van de gemeenteraad om de lokale politicus Jo Palmen (BBB/Lijst Palmen) te benoemen tot wethouder. Een (geheim) onderzoek van een integriteitsbureau had Palmen als een risico bestempeld. Hij was met de gemeente in een juridisch gevecht verwikkeld over een stuk grond en zou in zijn rol als wethouder over informatie kunnen komen te beschikken. Daardoor dreigde belangenverstrengeling.

Aanvankelijk leek minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) de noodkreet van burgemeester Winants te hebben verstaan. De omstreden wethouder diende volgens haar te vertrekken. Om dat doel te bereiken sloot zij geen enkele mogelijkheid uit, waaronder ingrijpen door de regering.

Eind vorige week klonk de minister daarentegen minder resoluut. Na overleg met de Limburgse commissaris van de koning, Theo Bovens (CDA), concludeerde zij dat het nu eerst Gerd Leers (CDA) de tijdelijke opvolger van de vertrekkende burgemeester, orde op zaken moet stellen in Brunssum. Met andere woorden: de Bazooka uit Den Haag blijft nog even in de kast.

Dit lijkt een verstandige aanpak. Problemen moeten in principe zo dicht mogelijk bij de bron worden aangepakt willen de oplossingen draagvlak krijgen en daardoor werken. Dit laat onverlet dat de kwestie Brunssum een bestuurlijke lacune aan het licht heeft gebracht wanneer ingrijpen door de burgemeester noodzakelijk is. In het nog verse regeerakkoord waar toch weinig ongenoemd is, ontbreekt hierover een passage. Ten onrechte, naar nu is gebleken.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.