Pieter Nieuwhof (links) en Edward Grevenstette in Christmas Palace.

Foto Merlijn Doomernik

Een plek waar het altijd Kerstmis is

Kerstwinkel Pieter Nieuwhof en Edward Grevenstette runnen al 25 jaar een winkel in kerstartikelen. „Augustus is onze drukste maand, dan hebben de Italianen en Spanjaarden vakantie.”

Glimmende ballen in groen en rood, kerstmannen met ronde buiken en bomen vol glasgeblazen figuren. Sneeuwbollen, engelen zo groot als je hand, of jezelf. Rendieren en lichtjes. De winkel Christmas Palace aan het Amsterdamse Singel is altijd open, en het is er alle dagen kerst.

Het idee ontstond toen Pieter Nieuwhof (64) in de zomer van 1992 langs een kerstwinkel in Miami liep. „Ik had destijds een bloemenwinkel en een cadeauwinkel dus ik dacht: een winkel die 365 dagen per jaar kerstartikelen verkoopt, waarom ook niet?”

Terug in Nederland begon hij een pop-up store bij wijze van proef en toen dat goed liep een vaste kerstwinkel in Scheveningen. Toen hij vier jaar later zijn geliefde Edward Grevenstette (70) ontmoette, besloten ze de zaak samen voort te zetten.

Inmiddels zijn ze 16 jaar getrouwd en werken ze al 25 jaar zij aan zij. Nieuwhof: „Scheveningen was jarenlang de enige plek in Nederland met een koopzondag. Het was ideaal, we hadden de aanloop van chique toeristen uit het Kurhaus en de typische dagjesmensen op zondag die na een strandwandeling naar het winkelcentrum kwamen. Het ging fantastisch, tot ze in de grote steden de koopzondag invoerden. Toen ging iedereen op zondag in Amsterdam winkelen.”

Niet lang daarna verhuisden ze naar een pand aan de Amsterdamse Bloemenmarkt. „We dachten: dat is leuk combineren. Zij hebben hun boompies, wij de ballen.”

Tranen van geluk

In Nederland is hun Christmas Palace de enige winkel die het hele jaar door kerstartikelen verkoopt. Wie door de zaak loopt, hoort voortdurend de talloze kerstspeeldozen klingelen en tingelen: it’s the season to be jolly. Nieuwhof: „Soms vragen mensen of ik niet gek word van dat geluid. Dat vind ik zo’n bullshit! Het is hartstikke gezellig hier.”

Grevenstette vertelt over die keer dat er een jonge Russin in de winkel stond te huilen. „Ik vroeg of ze niet goed werd, maar die tranen bleken van geluk te zijn.” Klanten die de hele tijd op hun telefoon kijken worden weggestuurd. „Better you go out! zeg ik dan. Ze kijken niet om zich heen, ze kopen niks. Asociaal gedrag.” Nieuwhof: „We krijgen vaak te horen dat dit de mooiste winkel van Amsterdam is. Dan denk ik: nou, je moet niet overdrijven. Maar goed, mensen mogen vinden wat ze vinden.”

Italianen en Spanjaarden gaan bepakt en bezakt weer naar huis. Katholieken weten wel hoe je kerst viert

Op echt goede dagen trekt de winkel volgens het stel tot wel 3.000 klanten op een dag, van wie zeker 10 procent iets koopt. Nieuwhof: „Zodra de Keukenhof opengaat, begint het hier ook echt te bloeien.” Zo’n 80 procent van de clientèle komt uit het buitenland. „Daar richten we onze inkoop op. Veel klein spul dat mee kan als presentje.”

Augustus is de drukste maand, vertelt Nieuwhof. „Dan hebben de Italianen en de Spanjaarden vakantie, die gaan bepakt en bezakt weer naar huis. Katholieken weten wel hoe je kerst viert. Maar ook in de herfstvakantie en natuurlijk de echte kerstmaand december loopt het hier als een trein.” Hij wijst op twee Italiaanse dames die in een hoek een Delfts blauwe kerstbal staan te bestuderen. „Die Hollandse ballen zijn een van onze best verkopende producten. Mensen nemen het graag mee als herinnering.”

Hun grootste verkoop ooit was aan twee chique dames uit Parijs, vertelt Grevenstette. „Die kwamen hier in de winkel en kochten voor 3.000 euro aan spul. Grote kerstengelen, glasfiguren, speeldozen – alles namen ze mee.” Nieuwhof knikt. „En vergeet die man uit Saoedi-Arabië niet. 1.100 euro aan verlichte kersthuizen. In februari! Onze slechtste tijd.” Grevenstette: „Pas een half jaar later kwam er een chauffeur voorrijden om de boel op te halen.”

Twintig Bijenkorven vol kerstspul

Ieder jaar in januari gaat het stel naar een beurs in Frankfurt, Christmas World. Daar bestellen ze hun handel voor het hele jaar, aangevuld met wat adresjes in Nederland en België. Grevenstette: „Stel je voor: wel twintig Bijenkorven vol kerstspul. Elk jaar zijn er nieuwe trends. Vorig jaar waren het uilen, zo ver je kon kijken uilen. Je ziet nu ook duurzaam gedoe: alles moet opeens van hout en natuurlijk materiaal zijn. Maar wij laten die trends voor wat ze zijn en kopen gewoon wat we zelf mooi vinden.”

Vanaf september komen de bestellingen binnen. Weg is weg, er kan niet worden nabesteld. „Het leukste aan dit werk is het geld”, zegt Nieuwhof lachend. „En de mensen”, voegt Grevenstette vergoelijkend toe. Nieuwhof: „Ja, maar ik zou het niet gratis doen.”

De omzetcijfers wil het stel liever niet prijsgeven, maar per persoon verdienen ze „ongeveer twee keer modaal”. Natuurlijk is het niet altijd van een leien dakje gegaan, zegt Nieuwhof. „In 2008 is de fundering van ons pand gedaan, toen moesten we er drie maanden uit. En 2013 was een lastig jaar. Door de crisis misten we een ton of anderhalf. Toen moesten we de personeelskosten drukken.”

Het stel heeft twee vaste werknemers in dienst die vier of vijf dagen in de winkel staan. Grevenstette werkt twee dagen, Nieuwhof drie. Met kerst werken ze niet, dan gaan ze naar vrienden. Nieuwhof: „We eten daar meestal met van die pannetjes, hartstikke gezellig.” Thuis hebben ze wel drie kerstbomen staan.

Stoppen met werken komt weleens ter sprake, zegt Nieuwhof: „We zijn 64 en 70. Maar als we stoppen dan blijft dit wel een kerstwinkel. De eigenaar van het pand vindt dat goed voor de diversiteit van de Bloemenmarkt, dus het staat in ons contract.”

    • Aukelien Weverling