Een kleuter in het eeuwige nu

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: bij de uitreiking van de Nobelprijzen, waar iemand het sprookje verstoort.

Onder trompetgeschal lopen 1.300 genodigden de tot eetzaal omgetoverde binnenplaats van het stadhuis van Stockholm binnen. Studenten met matrozenmutsjes en blauw-gele sjerpen leiden ons naar meterslange feestelijk gedekte tafels. De mannen zien er chic uit in hun rokkostuum, lakschoenen en eremedailles. De dames dragen avondjurken en hun mooiste juwelen. De wanden zijn versierd met anjers, speciaal ingevlogen uit Italië, de gangen zijn afgebakend met metershoge ijspegels uit het hoge noorden en het plafond is omgetoverd tot het noorderlicht.

Als de koninklijke familie binnenschrijdt met de kersverse Nobelprijswinnaars, gaan we staan. We proosten op Alfred Nobel met champagne uit kristallen glazen met een gouden randje. Dan mogen we eten van gouden borden met een gouden bestek. Ik ben beland in een tijdloze wereld van waarheid en schoonheid, van levenslange toewijding aan wetenschap en literatuur.

Wanneer ik mijn ogen dichtdoe om dit sprookje tot me door te laten dringen, hoor ik ineens ‘pling’. Het is de telefoon van de Amerikaanse journaliste naast me die de wederwaardigheden van haar president verslaat. Ze is ingevlogen voor een paneldiscussie over de toekomst van de waarheid. Pling, pling.

„Sorry, het is mijn twitterfeed”, zegt ze. Het zijn tweets van Trump en reacties daarop. „Hij kijkt waarschijnlijk naar Fox News en zit zich op te winden.” Ze heeft net een lang artikel gepubliceerd over zijn mediaverslaving. Zonder op te kijken van haar mobiel prikt ze haar vork in het delicate voorgerecht. Pling, pling, pling. „Het zal toch niet waar zijn”, zegt ze en begint berichtjes te sturen.

„Word je er niet moe van?”, vraag ik haar.

„Enorm”, zegt ze. „En dat met mijn jetlag. Twitter is een vreselijk medium. Maar dat is nu eenmaal hoe deze president communiceert.”

Na het voorgerecht klinkt hoorngeschal uit het hoge noorden. Balletdansers dwarrelen als sneeuwvlokjes door de zaal. Het gepling gaat onverminderd door. De president tettert er dwars doorheen, als een jengelende kleuter die door zijn ouders is meegenomen naar een deftig concert.

Dan is het tijd voor het dessert. De lichten doven en het orkest zwelt aan. Tientallen obers dalen de monumentale trap af met schalen vol brandende sterretjes. Maar al dit feeërieks ontgaat de journaliste. De lekkerste toetjes komen op tafel, maar zij voedt zich met twitterbrokjes.

We luisteren naar de grappige, wijze en ontroerende speeches van de laureaten. In enkele minuten vatten zij hun zoektocht naar waarheid samen en bieden ons een blik op de toekomst en het verleden, waar 1,3 miljard jaar terug twee zwarte gaten tegen elkaar aan botsten. Ik denk aan hoe de journaliste die middag Trumps levensgevoel karakteriseerde: „Hij leeft in het eeuwige nu.”

Aan het eind van de avond, als ik aan de arm van mijn lief op mijn hakken over de verse sneeuw glibber, klinkt de muziek nog na in mijn oren. Er ligt een laagje poedersneeuw over de bomen en de straten. Fakkels verlichten het voetpad. Het is bijna middernacht. Verandert de koets zo in een pompoen?

Dan hoor ik achter mij: pling.

Reacties naar pdejong@ias.edu
    • Pia de Jong