Deskundigen alsnog zeer kritisch op nationalisatie SNS Reaal

Een privaat reddingsplan voor SNS Reaal was „superieur” en „levensvatbaar”, concluderen onafhankelijke onderzoekers, maar sneuvelde door een gebrek aan „commitment” bij Financiën.

Het hoofdkantoor van de SNS Bank in Utrecht. Foto Ilvy Njiokiktjien

SNS Reaal had niet per se genationaliseerd hoeven worden. Het alternatieve plan van private-equity partij CVC dat de dag voor de nationalisatie op tafel lag, was voor beleggers én de Staat aantrekkelijker en gaf voldoende zekerheid. Door een gebrek aan „politieke wil” bij het ministerie van Financiën kreeg dit reddingsplan echter geen serieuze kans.

Dat concluderen drie onafhankelijke deskundigen die in opdracht van de Ondernemingskamer onderzoek deden naar de waarde van SNS Reaal vlak voor de nationalisatie op 1 februari 2013. Hun bevindingen – nu nog in conceptvorm, belanghebbenden mogen er op reageren voordat het definitieve rapport wordt vastgesteld – spelen naar verwachting een belangrijke rol in de jarenlange juridische strijd tussen beleggers en de Staat over een eventuele schadeloosstelling.

De conclusies van de deskundigen over het sneuvelen van het ‘CVC-scenario’ zijn even pijnlijk voor het ministerie als opvallend. Direct na de nationalisatie vochten beleggers de nationalisatie al eens aan bij de Raad van State. Die bepaalde toen dat er aan de vooravond van de redding geen andere „aanvaardbare oplossing” voor handen was en keurde de nationalisatie goed.

Zonder ingrijpen van de minister zou SNS zeer waarschijnlijk failliet zijn gegaan en een bedreiging vormen voor de financiële stabiliteit, stelde de Raad van State vast, vooral vanwege grote verliezen en corruptie bij vastgoedpoot Property Finance.

Een superieur reddingsplan

Maar na een „uitvoerige analyse” en gesprekken met betrokkenen komen de deskundigen – Louis Deterink (oud-curator), Henk Oosterhout (Duff & Phelps) en Machiel Jansen Schoonhoven (NIBC) – tot een ander oordeel. Er was wél een aanvaardbaar alternatief, vinden zij. Sterker nog, de deskundigen kwalificeren het reddingsplan van investeringsfonds CVC als „haalbaar”, „op fundamentele punten superieur” en „levensvatbaar”, zo staat te lezen in het 293-pagina's tellende concept-rapport dat in bezit is van NRC.

CVC was begin 2013 onder meer bereid 900 miljoen euro in SNS Reaal te steken, als onderdeel van een aandelenemissie waar ook de Staat aan mee zou doen. Verder voorzag het voorstel in een afboeking van 2,4 miljard euro op Property Finance, dat vervolgens zou worden afgesplitst en met hulp van de drie grootbanken in een zogeheten bad bank ondergebracht. Al met al een „prudent” plan, stellen de deskundigen achteraf, waarin voldoende sprake is van „burden sharing”. Anders gezegd: CVC zou SNS niet cadeau krijgen. En belangrijker, de Staat zou volgens de berekeningen van de deskundigen minimaal 200 miljoen beter uit zijn dan bij een nationalisatie.

Toch wees het ministerie van Financiën het reddingsvoorstel van CVC op het allerlaatste moment van de hand. Er was twijfel over de rol van de grootbanken. Of ze wel wilden, en of Brussel wel zou accepteren dat zij als concurrenten financiering zouden verstrekken aan de bad bank van Property Finance. Bovendien zou het niet duidelijk zijn of CVC wel voldoende gecommitteerd was. En het was al 1 voor 12.

Deterink, Oosterhout en Machiel Jansen zijn allerminst overtuigd door deze bezwaren. Volgens hen was het commitment van CVC „overduidelijk” en was er een voor de hand liggend alternatief voor een lening verstrekt door de grootbanken: een heffing bij diezelfde grootbanken.

Brussel had al laten doorschemeren hier geen bezwaar tegen te hebben. Ook was een bankrun niet realistisch volgens de deskundigen en hadden de onderhandelaars nog zeker 2 weken om tot een deal te komen.

Zij zien dan ook een andere reden waarom het CVC-plan is mislukt. Het was juist het ministerie van Financiën dat „een gebrek aan commitment” en „politieke wil” is aan te wrijven, stellen de onderzoekers. Het idee dat een private-equitypartij met de Staat als mede-aandeelhouder zou profiteren van een reddingsactie waaraan de Nederlandse banken meebetaalden, was „een brug te ver” voor het ministerie, schrijven ze. „Zowel economisch als ook cultureel en moreel.”

Schadevergoeding

De strijd om de nationalisatie is al lang gestreden. Tegen het oordeel van de Raad van State is immers geen beroep mogelijk. Maar in het gevecht om een schadeloosstelling is de beoordeling van de CVC-variant mogelijk wél van belang.

Omdat dit reddingsplan realistisch was volgens de deskundigen, hebben zij het als uitgangspunt genomen voor hun berekening van de waarde van SNS Reaal op het moment van onteigening. Volgens Dijsselbloem waren aandelen én achtergestelde obligaties niets meer waard, beleggers claimen van wel.

Zij krijgen van de onderzoekers deels gelijk, zoals NRC dit weekend al berichtte. Was het voorstel van CVC doorgegaan, dan hadden houders van achtergesteld schuldpapier waarschijnlijk een kwart tot 75 procent (ofwel zo’n 500 miljoen euro) van hun inleg teruggekregen. De bestaande aandelen waren daarentegen vrijwel niets meer waard geweest.

Naast de CVC-variant hebben de drie deskundigen ook een gecontroleerd faillissement als uitgangspunt genomen om te berekenen wat SNS Reaal waar was. In dat scenario werd de bankverzekeraar over een periode van 10 jaar afgewikkeld, min of meer zoals gebeurd is met DSB. Ook in dat geval blijft er voor aandeelhouders niets over, maar kunnen achtergestelde obligatiehouders redelijkerwijs aanspraak maken op ruim een half miljard euro.

Of beleggers daadwerkelijk een schadeloosstelling krijgen, is uiteindelijk aan de Ondernemingskamer. Zowel het ministerie van Financiën als toezichthouder DNB wilde niet reageren.

    • Joris Kooiman