Opinie

    • Tom-Jan Meeus

De ondraaglijke leegte van identiteitspolitiek

Je kunt hét politieke fenomeen van 2017, identiteitspolitiek, presenteren als een bevrijding: uitgaan van jezelf, of de eigen groep. Je kunt negatiever zijn, en identiteitspolitiek vooral zien als alibi om je tegen anderen af te zetten – en zo de eigen identiteit aan te scherpen. Ik ben tegen Zwarte Piet dus ik deug. Ik ben tegen buitenlanders dus ik besta.

Ik vrees dat vooral die laatste variant het succes van het verschijnsel verklaart.

Dit kunnen we checken. We hebben hier al vrij lang één politicus, Wilders, die zeer bedreven is in het gelijktijdig benoemen van problemen en beschuldigen van anderen.

Van hem moeten de grenzen zoals bekend dicht, althans de grenscontroles horen opgevoerd te worden, en wie dat nalaat is medeverantwoordelijk voor aanslagen.

Sinds de Kamerverkiezingen leidt hij de tweede partij van het land, met tienmaal zoveel zetels als zijn jonge concurrent Baudet, wiens recente successen, ook de verkiezing van politicus van het jaar, hem alleen virtuele zetels brengen.

Laten we eens terugkijken wat Wilders zijn favoriete vijanden, met name Rutte, de laatste drie jaar aanwreef. 15 januari 2015 sprak hij in de Kamer over de aanslag op Charlie Hebdo. Hij zei tegen Rutte: „U zult nooit kunnen wegkomen met de woorden ‘wir haben es nicht gewusst’. (-) U wist het al jarenlang.”

22 december 2016, na een aanslag op een Duitse Kerstmarkt, twitterde hij Merkel met bloed aan de handen. „Ik vind dat je politici verantwoordelijk moet maken”, zei hij.

23 mei dit jaar, na de aanslag in Manchester, noemde hij Rutte „medeverantwoordelijk voor alle ellende”.

17 augustus, na de aanslag in Barcelona, hekelde hij de „holle frasen van de grote lafaard” Rutte.

En eind vorige week bleek dat uitgerekend deze man, die de premier (en de rest van de politiek) al jaren verwijt dat ze er niet in slagen terroristen bij de grens te identificeren, zelf niet in staat was de dubieuze antecedenten van zijn Rotterdamse lijsttrekker te googelen. Hoewel hij er drie jaar tijd voor had: hij kondigde zijn deelname in Rotterdam 21 maart 2015 aan in het AD.

Ziehier de valkuil van identiteitspolitiek – voor iedereen: wie andermans vermeende gebreken eindeloos gebruikt om het eigen zelfbeeld op te waarderen, loopt het gevaar te gaan geloven in een zelf geschapen fantasie van krachtdadigheid.

Het zou ons trouwens te denken mogen geven dat we dit allemaal zo lang serieus hebben genomen. Zo kwam ik ook weer tegen dat de man in februari 2016 „opstand” voorzag als hij na de verkiezingen niet mocht meeregeren. Een opstand die nu dus alweer maanden gaande moet zijn. En waarvan ‘de media’ blijkbaar weer allemaal wegkijken – of zoiets.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.

Correctie (19 december 2017): Wilders verstuurde zijn tweet over de aanslag in Barcelona op 17 augustus, niet op 17 juli.

    • Tom-Jan Meeus