De man die 20 jaar moest wachten kan president worden

Matamela Cyril Ramaphosa

De oud-vakbondsman die steenrijk werd als zakenman, kan als nieuwe ANC-leider de volgende president van Zuid-Afrika worden.

De opvolger van president Zuma, Cyril Ramaphosa, tijdens het congres van het ANC.

Matamela Cyril Ramaphosa is de beste president die Zuid-Afrika nooit gehad heeft. Als secretaris-generaal van de vakbond voor mijnwerkers en hoofdonderhandelaar van het ANC met het apartheidsregime begin jaren 90 maakte hij grote indruk op Nelson Mandela. Ramaphosa kon zijn opponent vloeren met charme en ijskoude strategie. Opgeleid als advocaat leidde hij het team dat de grondwet herschreef, van kracht sinds 1996, de meest vooruitstrevende constitutie van heel Afrika en ver daarbuiten.

Lees ook: Ramaphosa opvolger Jacob Zuma bij ANC

Mandela’s favoriet was Ramaphosa, maar hij kreeg niet zijn zin. Partijbonzen onder wie zijn boezemvriend Walter Sisulu overtuigden hem te kiezen voor de kleine Thabo Mbeki, de boekenwurm die aan Sussex afstudeerde, en die dan ook leider werd van het ANC en vice-president onder Mandela. Het waarom van die beslissing is al een kwart eeuw onderwerp van speculatie. Ramaphosa was tien jaar jonger, komend uit de vakbonden en niet uit het hart van het ANC. In de biografie Ramaphosa, the man who would be king suggereren partijgenoten dat Ramaphosa te veel door de onderhandelingen met het witte regime was afgeleid en Mbeki de betere was in de lobby voor de toppositie.

Ramaphosa verdween in de zakenwereld, naar eigen zeggen omdat Mandela hem had verteld dat „het ANC ook leiders in de private sector” nodig had. Maar hij verscheen niet op de inauguratie van president Mandela in 1994. Het was een van de weinige keren dat het enigma Ramaphosa zijn karakter liet kennen.

Ramaphosa’s wraak werd zijn bankrekening. In de zestien jaar die volgden, groeide Ramaphosa, de sobere vakbondsman, uit tot een van de rijkste zwarte Zuid-Afrikanen. Hij verdiende zijn geld in de zogeheten Black Economic Empowerment deals, in de telecommunicatie, bankenwereld en mijnbouw. Zuid-Afrika onderging die jaren Mbeki’s ontkenning van de impact van hiv op het land. De van corruptie en verkrachting verdachte Jacob Zuma maakte zijn opkomst. Ondertussen bleef de naam van Ramaphosa rondzingen. Wat als?

Politieke comeback

Pas in 2012 maakte hij zijn politieke comeback – nota bene op uitnodiging van Jacob Zuma. Op de conferentie van het ANC in 2012 werd Ramaphosa tot vice-president gekozen, officieel de wachtkamer voor de hoogste baan in het land. Ramaphosa accepteerde die rol na Zuma’s belofte dat hij hem na twee termijnen zou mogen opvolgen.

Ramaphosa redde Zuma meerdere malen uit de problemen. Eerst door de kritische voorman van de ANC-jeugdliga, Julius Malema, uit de partij te zetten. Later kon de hele wereld zien hoe Rampahosa de menigte stil kreeg tijdens de herdenkingsdienst voor Mandela, eind 2013, waarbij Zuma minutenlang was uitgejoeld. „Discipline kameraden”, suste Ramaphosa, in een blijk van het type leiderschap dat Zuma zelf ontbeert.

Zuma hield zich niet aan zijn belofte aan Ramaphosa. In aanloop naar het partijcongres dit weekeind schaarde Zuma zich achter zijn ex-vrouw, Nkosazana Dlamini-Zuma, in de hoop bij haar als moeder van zijn kinderen in veiliger handen te zijn dan bij Ramaphosa. Bij zijn laatste toespraak als partijleider, zaterdag, waarschuwde Zuma zijn partij niet zijn oren te laten hangen „naar de zakenwereld”.

Lees ook: De strijd binnen het ANC begint nu echt

Dat was een duidelijke stoot onder de gordel van Ramaphosa. Zuma is de gruwel van de zakenwereld. Zijn beslissing liefst tweemaal een gerespecteerde minister van Financiën te ontslaan om de weg vrij te maken voor een bewindsman die corrupte deals door de vingers zou zien, kostte de economie miljarden.

Zuid-Afrika snakt naar verandering

Ook al was Ramaphosa de tweede man in Zuma’s kabinet, het verval van het ANC kleeft niet aan hem. Zijn stilzwijgen over de uitverkoop van Zuid-Afrika’s regeringspartij aan met name de drie Indiase Gupta-broers kwam hem wel op kritiek te staan. Maar iedereen begreep ook dat ongezouten kritiek in de media over zijn hoogste baas hem zijn baan en dus zijn toekomst als president kon kosten.

Ramaphosa’s achilleshiel is Marikana. Hij zat in de raad van bestuur van het Britse mijnbedrijf Lonmin toen mijnwerkers in de platinamijnen in het noordwesten van het land in 2012 het werk stillegden voor hogere salarissen. De staking was bloedig. Vakbonden streden er om de gunsten van hun leden. Veiligheidsbeambten van de mijn werden vermoord. Ramaphosa klom in de pen en schreef een brief naar de minister van Politie om een onmiddellijk einde aan de staking te eisen. De politie lokte de mijnwerkers in een val en opende het vuur: 34 mijnwerkers werden geëxecuteerd.

Dit verleden is munitie voor de man die Ramaphosa zelf uit de partij zette: Julius Malema, nu leider van zijn eigen links-populistische EFF. Malema maakte Jacob Zuma het leven al zuur in het parlement door hem voortdurend te vragen naar het belastinggeld waarmee dienst privé-huis werd verbouwd. Maar Ramaphosa werd door Malema „een moordenaar” genoemd.

Voor Malema en de linkerflank van het ANC is Ramaphosa de verpersoonlijking van het neoliberale kwaad dat Zuid-Afrika gevangen houdt als een van de meest ongelijke samenlevingen ter wereld. Ramaphosa zal zich niet laten verleiden door de corruptie die zo aan Zuma’s regering kleefde: hij heeft geld genoeg, zeggen ze. Maar voor ANC-kiezers, met name die op het platteland, is Ramaphosa niet de man van het volk die ze in Zuma zagen. Hij is de elite.

Zijn verkiezingen op het ANC-congres heeft hij vooral te danken aan zijn achternaam: alles wat geen Zuma is, is vooralsnog beter dan Zuid-Afrika in de afgelopen tien jaar heeft gekend. Hoe Ramaphosa de partij zal herenigen en Zuid-Afrika zal wegsturen van de koers richting de afgrond is onduidelijk. Maar verandering, zelfs al is die cosmetisch, is voor nu even waar het land naar snakt.

    • Bram Vermeulen