Recensie

De anatomische les van ‘Meesterpianist’ András Schiff

Klassiek Pianist András Schiff wist in de serie Meesterpianisten in het Concertgebouw pas laat iets van ontroering op te roepen. Hij ontleedde vooral.

Bij András Schiff leken de gevoelens en het leven uit de muziek te wijken. Foto Nadia F. Romanini

Wat kunnen musici met dezelfde noten toch verschillende werelden bouwen. De Klavierstücke van Brahms (opus 76) waren voor de tweede maal dit jaar te horen in de serie Meesterpianisten, maar András Schiff begon aan een reis door een ander universum dan Arcadi Volodos zeven maanden terug.

In de diepe bespiegelingen van de Russische Volodos verschool de magie zich in de leegte en de stilte tussen de noten. Hij vertelde een verhaal, waar Schiff eerder een verhandeling hield. Alles op zijn plek, dat wel: de vele kleuren, de afzonderlijke stemmen, de helderheid. In die zin een bewonderenswaardige prestatie, maar toch bleef het optreden een anatomische les: hij ontleedde vooral. En daarmee leken de gevoelens en het leven uit de muziek te wijken.

Schiff gunde de delen van vijf werken geen tijd om te bezinken, hij bracht er nauwelijks een scheiding in aan, alsof het om doorgecomponeerde stukken ging: in de Fantasien, opus 116 van Brahms, begon hij in de uitklank van het adagio al aan het andante. Pas laat in zijn recital, bij de ‘Sarabande’ uit Bachs Zesde Engelse Suite wist hij voor het eerst iets van ontroering op te roepen.

Aan het begin van zijn recital schreed Schiff nog helemaal zen de trap af, en even zo meditatief en zwevend klonken de eerste noten van Mendelssohns Fantasie, opus 28. Maar dat moment duurde slechts kort. Wat zich daarna ontvouwde, deed denken aan een rusteloze ziel. Schiff gaf de vleugel geen gelegenheid tot ademen. Zijn betoog bleef duidelijk en doordacht, dat gold evenzeer voor de architectuur van de muziek en hij ontlokte vele kleuren aan zijn instrument, maar Schiff deed dat binnen zulke abstracte kaders dat zijn recital intimiteit miste, en de toon soms zelfs de grenzen van het klinische opzocht.

    • Joost Galema