11 december 2017, dichtgetimmerd huis in Beijing.

Foto Nicolas Asfouri/AFP Photo

Beijing is vol, dus moeten de arbeiders weg

China

Na een dodelijke brand in Beijing staan tienduizenden migranten op straat. Ware reden: de uitpuilende stad moet worden opgeschoond.

Het is stil op straat. De supermarkteigenaar slaat zijn benen om een elektrisch kacheltje heen en lurkt wat aan een beker warm water. „80 procent van de mensen is weg. Dat is niet goed voor mijn bedrijf.”

In de restaurantjes in Picun, een stoffige migrantenwijk vol gammele bouwsels in het oosten van Beijing, zijn er slechts een paar tafels bezet. Bij de houtfabriek is het donker. De huizenrij ertegenover is dichtgetimmerd. Een brief op de gevel bericht over maatregelen na de fatale brand in de wijk Daxing, op 18 november. Daarbij kwamen er negentien mensen om het leven, op twee na allemaal arbeidsmigranten.

Sinds die datum duiken er uit heel Beijing berichten op over migranten die binnen een paar dagen, soms een paar uur, hun huis uit moeten. Ook uit Picun zijn de arbeiders vertrokken. Het waren de klanten van kapster Hong Hui Li (34). Ze knikt als haar man verkondigt dat dit nu eenmaal bij de stad hoort. „Eerst waren er arbeiders nodig, en nu niet meer.”

De linker foto is gemaakt op 20 juni 2017 en de rechter foto op 11 december 2017.
Foto Nicolas Asfouri/AFP Photo
De linker foto is gemaakt op 20 juni 2017 en de rechter foto op 11 december 2017.
Foto Nicolas Asfouri/AFP Photo

Olympische Spelen

Beijing drijft, net als veel andere Chinese steden, op miljoenen arbeiders van buiten de stad. Ze kwamen voor de hogere lonen, en werden, zeker voor de Olympische Spelen in 2008, dankbaar onthaald.

Intussen is de stad zo vol dat de druk op bijvoorbeeld het verkeersnet, de watertoevoer en de elektriciteitsvoorzieningen te hoog wordt. De stad verlegt daarom in de komende jaren haar grenzen en verhuist onder meer overheidsgebouwen van het centrum naar de buitenwijken.

Zie ook deze beeldreportage uit Hong Kong: Wonen en dromen in een kist, die heter is dan een wok

In die plannen voor een megastad past de campagne om korte metten te maken met illegale bebouwing en met huisjesmelkers die het niet zo nauw nemen met de veiligheid – het zou de stad opschonen. De brand bracht de campagne in een stroomversnelling.

Dat veel arbeidsmigranten niet anders kunnen dan terugkeren naar hun eigen provincie, komt het stadsbestuur dus niet slecht uit. Maar wat hun vertrek betekent voor de stad, is nog onduidelijk. Arbeidsmigranten zijn in de stad een belangrijke economische schakel. Ze werken in restaurants, racen rond als koerier of ze werken op kantoor of aan de universiteit. Ze hebben niet dezelfde rechten wat betreft onderwijs en gezondheidszorg, maar betalen ook minder belasting.

De overheidscampagne riep breed gedeelde verontwaardigde reacties op. Migranten werden in overheidspapieren ‘low end population’ genoemd, en halsoverkop hun huis uitgejaagd. Zelfs de staatsgezinde Global Times vond dit niet de manier om met „niet-lokale” arbeiders om te gaan.

De linker foto is gemaakt op 20 juni 2017 en de rechter foto op 11 december 2017.
Foto Nicolas Asfouri/AFP Photo
De linker foto is gemaakt op 20 juni 2017 en de rechter foto op 11 december 2017.
Foto Nicolas Asfouri/AFP Photo

Tweederangsburger

Hoe hard je ook werkt, hoeveel jaren van je leven je ook geeft aan de stad, uiteindelijk blijf je een tweederangsburger. Het is behoorlijk zuur, erkent een 43-jarige supermarktklant. Zijn kind is nota bene in Beijing geboren, maar nog altijd geen officiële inwoner van de Chinese hoofdstad, vertelt hij.

Hij staat er, met een sigaret achter zijn oor, breed bij te lachen. Sinds 1992 werkt hij in de stad. Achter hem pruttelt het busje waarmee hij afgedankte computers en printers ophaalt. Hij heeft tijdelijk onderdak gevonden bij een vriend. Zijn vrouw woont op de campus van de school waar ze werkt, en de baas van zijn zoon verzorgt huisvesting voor zijn werknemers. Zelf overweegt hij terug te keren naar zijn eigen huis, in de provincie Henan.

Lees ook deze reportage uit 2013: China biedt onderklasse in steden hoop
De linker foto is gemaakt op 20 juni 2017 en de rechter foto op 11 december 2017.Foto Nicolas Asfouri/AFP Photo

Berusting

„Laat de dingen maar gebeuren”, zegt een jonge vrouw met een baby op haar arm. De reactie is tekenend voor de bijna collectieve berusting, nu de verontwaardiging is weggeëbd. Ze gaat terug naar de provincie Sichuan. De stad waar ze vandaan komt, ontwikkelt zich snel en er schijnt werk te zijn. „Mensen met kinderen en ouders om voor te zorgen, willen best terug”, zegt ze. „Het zijn de alleenstaanden die blijven.”

In de kapperszaak vertelt Li Tao dat hij de plannen van de Chinese overheid best kan begrijpen. „Het is veel te druk in de stad. Overal waar je gaat zijn mensen en auto’s.”

De leiding van de houtfabriek heeft de dakloze werknemers meegenomen naar een nieuwe locatie, twintig minuten verderop in Hebei. Kapster Hong Hui Li wil haar klanten volgen. „Al onze klandizie is nu daar”, lacht ze. Net als haar man klaagt ze niet over hun situatie. Als arbeidsmigranten gaan ze waar ze nodig zijn. Zo wil de regering het, en dat is nu eenmaal hun rol.

De linker foto is gemaakt op 20 juni 2017 en de rechter foto op 11 december 2017.
Foto Nicolas Asfouri/AFP Photo
De linker foto is gemaakt op 20 juni 2017 en de rechter foto op 11 december 2017.
Foto Nicolas Asfouri/AFP Photo
    • Eefje Rammeloo