Opinie

    • Carolien Roelants

Alleen op het toneel zijn Israël en Palestijnen nog in gesprek

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.

Ik heb vorige week in een Londens theater drie uur lang naar een toneelstuk gekeken over de geheime onderhandelingen die in 1993 de Oslo-akkoorden tussen Israël en de Palestijnen produceerden. Dat klinkt als een taaie zit, maar aan het eind had ik nog wel een uurtje aangekund. Niet omdat ik nu eenmaal heel veel Midden-Oosten aankan, maar omdat het een goed, snel en geestig stuk is. En tot en met het eind spannend, zelfs al wist ik heel goed hoe het afliep.

‘Oslo’ heet het. Voor wie het even is ontschoten: een Noors echtpaar, hij socioloog, zij diplomaat, met enkele jaren Midden-Oosten achter de rug en eigen ideeën over onderhandelingstechnieken, brengt in een landhuis bij Oslo in het diepste geheim een Israëlische en een Palestijnse delegatie bijeen. Grote stappen gauw thuis: dat resulteert in de Akkoorden van Oslo – de aanzet tot een Palestijnse staat naast Israël – en in een tot dan onmogelijk geachte handdruk tussen de Israëlische premier Rabin en PLO-leider Arafat. Wat ongeregeld blijft: Jeruzalem en de andere grenzen van een staat Palestina, en daarmee van Israël, het recht op terugkeer van vluchtelingen en de Israëlische nederzettingen in bezet gebied. Alle grote kwesties.

Wat ik zo aardig vind aan het stuk is dat het de sfeer van toen terughaalt. Bijvoorbeeld de vele liters whisky die de onderhandelingen smeerden. Toen was dat normaal. Nu zijn Palestijnse onderhandelaars en alcohol een volstrekt ondenkbare combinatie. Onderhandelingen zijn trouwens ook ondenkbaar.

Nog zoiets aardigs: dat de Amerikanen er koste wat het kost buiten gehouden moesten worden. Die sponsorden gelijktijdig officiële onderhandelingen, de vredesconferentie van Madrid in 1991, waar de Palestijnen nog werden ondergebracht in de Jordaanse delegatie, gevolgd door gesprekken in Washington, die helemaal niets opleverden. „De Amerikanen kunnen het niet uitstaan als anderen het voortouw nemen”, zegt een van de hoofdrolspelers. De toenmalige Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres mocht ook niets weten, terwijl de Noorse minister er aanvankelijk niets van wilde weten.

Oslo leverde een aan de start ongedacht akkoord op. Maar terugkijkend begon het meteen te rafelen. Grote stappen naar vér van huis: de bouw in de nederzettingen ging onder diezelfde Rabin in hoger tempo door dan vóór het akkoord, Rabin werd vermoord, Hamas pleegde zelfmoordaanslagen, enzovoorts enzovoorts. En nu zijn we waar we zijn, met Trump die inderdaad namens America First dat voortouw claimt met de „ultieme deal” die hij samen met zijn schoonzoon gaat regelen, en die tegelijkertijd zijn schoonzoon onderuit haalt met zijn erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël. Ja, ik weet het, Trump voegde daaraan toe dat de definitieve grenzen door de partijen moeten worden vastgelegd. Maar in het Midden-Oosten, en waar tegenwoordig niet eigenlijk, wint de perceptie het steevast van de feiten.

Het toneelstuk eindigt met de hoopvolle uitspraak dat ook nu een doorbraak als toen in Oslo denkbaar is. Maar laat ik er dan nog zo’n somber rijtje tegenaan gooien. De Israëlische regering vindt de huidige situatie wel best, de Palestijnen zijn tot op het bot verdeeld, de Amerikanen hebben geen idee en de Arabische landen – op het in meerderheid Palestijnse Jordanië na – hebben hun belangstelling voor de Palestijnse zaak ingeruild voor het gevaar Iran. Geen enkele Arabische leider heeft actie ondernomen over Jeruzalem, zelfs niet zoiets ongevaarlijks als het terugroepen van een ambassadeur uit Washington voor consultatie. En Europa dan? Ach, Europa.

Maar ga naar dat toneelstuk. Het loopt nog tot en met 30 december.

    • Carolien Roelants