Wereldbeker mist aanzien, wat de FIFA ook probeert

Wereldbeker voor clubteams

De wereldbeker voor voetbalclubs is na 57 jaar nog altijd een internationale hoofdprijs zonder veel prestige. Real Madrid won de prijs zaterdag voor de zesde maal, maar tot een feest leidde dat niet in de Spaanse hoofdstad. Integendeel.

De spelers van Real Madrid vieren het winnen van de wereldbeker (foto boven). Foto’s Karim Sahib / AFP

Het is zaterdagavond 19.45 uur als de Mexicaanse scheidsrechter César Ramos in het Zayed Sports City Stadium van Abu Dhabi op zijn fluit blaast. Real Madrid wereldkampioen! Het Braziliaanse Gremio is door een doelpunt van Ronaldo met 1-0 verslagen. In de Spaanse hoofdstad blijft het echter rustig. Geen toeterende auto’s op de Calle de Alcalá. Geen huldiging bij de fontein op de Plaza de Cibeles. Nee, de fans van ‘de Koninklijke’ vieren slechts een bescheiden feestje. De zesde wereldbeker zal binnenkort in de schatkamers van Estadio Santiago Bernabéu worden bijgezet. Het zal voor andere clubs moeilijk zijn om dat succes ooit te evenaren.

De wereldbeker voor clubs is na 57 jaar nog altijd een internationale hoofdprijs zonder veel prestige.

Daar moet in 2021 verandering in gaan komen. De FIFA wil in juni van dat jaar ‘een super-WK’ met 24 clubs organiseren als vervanging van het landentoernooi om de Confederations Cup. De kans dat een Nederlandse club zich daarvoor plaatst lijkt nu klein. „We moeten reëel zijn”, zegt Ronald de Boer, die zich in 1995 met Ajax wereldkampioen mocht noemen. „Ook dat zal vooral zijn weggelegd voor de topclubs uit de Champions League.”

De Boer kijkt nog wel eens met weemoed terug naar 1995, toen Ajax nog nummer één van de wereld was. In de finale – van wat destijds nog de Intercontinental Cup heette – werd in Tokio na strafschoppen gewonnen van het Braziliaanse Gremio. „De wereldbeker was een ondergeschoven kindje. Toen we hem eenmaal hadden, waren we er toch wel heel blij mee”, zegt de aanvaller die de tweede strafschop van Ajax raak schoot. „Maar wereldkampioen voelde ik me niet. Ajax was de beste ploeg ter wereld. Dát gevoel had je wel.”

Status nauwelijks veranderd

Nu, 22 jaar later, is de status van de wereldbeker nauwelijks veranderd. Talloze pogingen om een volwaardige titelstrijd tussen kampioenen van verschillende continenten te organiseren werden geen groots succes. Real Madrid won in 1960 de eerste – vorige maand door de FIFA erkende – wereldbeker ten koste van Peñarol uit Uruguay. De finale tussen de winnaars van de Europa Cup voor landskampioenen en de Copa Libertadores de América werd over twee wedstrijden gespeeld.

De opzet leek aanvankelijk direct aan te slaan. De heenwedstrijd in Estadio Centenario de Montevideo eindigde op 3 juli 1960 voor bijna 80.000 fans in een 0-0 gelijkspel. De return werd op 4 september in een uitverkocht Santiago Bernabéu gespeeld en was op televisie in verschillende landen te zien. De kampioen van Europa won de prestigestrijd door doelpunten van onder anderen Puskas, Di Stéfano en Gento met 5-1.

Feyenoord was in 1970 de eerste Nederlandse club die een Zuid-Amerikaanse kampioen versloeg. Na een 2-2 gelijkspel in Buenos Aires tegen Estudiantes werd de return in Rotterdam met 1-0 gewonnen door een doelpunt van Joop van Daele. ‘Het brilletje van Van Daele’, die tijdens de wedstrijd door de Argentijnen kapot werd gemaakt, is te zien in het museum van de Kuip.

Samenvatting van de finale tussen Real Madrid en Gremio:

Ajax kreeg in 1971 als tweede Nederlandse club de kans om de internationale prijs binnen te halen, maar de winnaar van de Europa Cup I trok zich terug vanwege een vol wedstrijdprogramma. Dat het Griekse Panathinaikos het als vervanger opnam tegen Nacional uit Uruguay ontnam de glans van de zege van de Zuid-Amerikanen. Ajax vervulde in 1972 wel de sportieve plicht, met een overwinning op het Argentijnse Independiente. „Ajax wint de wereldcup”, zong het uitzinnige Amsterdamse publiek destijds.

Hoeveel de wereldbeker werkelijk voor Ajax betekende, bleek een jaar later toen de club wederom verstek liet gaan. Het was de doodssteek voor de tweestrijd tussen de kampioenen van Europa en Zuid-Amerika, die vrijblijvend was geworden. Andere Europese clubs voelden zich ook niet langer verplicht tot spelen. Bayern München en Cruzeiro troffen elkaar in 1976 voor het laatst als kampioenen van de twee continenten in een uit- en thuisduel.

In 1980 werd de eindstrijd tussen Europa en Zuid-Amerika verplaatst naar Tokio en omgedoopt tot Intercontinental Cup. Opnieuw streden de kampioenen om de eer van hun continent, maar echt aanzien kregen de finales nooit. PSV mocht in 1988 aantreden tegen Nacional uit Uruguay, maar zag een unieke kans op de wereldbeker na strafschoppen verloren gaan. Dat deed achteraf toch meer pijn dan verwacht.

Mensen in Tokio begrepen er niks van

Zeven jaar later besliste Ajax een finale tegen Gremio vanaf de stip wel in Nederlands voordeel. Het was de laatste keer dat een eredivisieclub deelnam. Ronald de Boer: „Het was een beetje rare ambiance in Tokio. De mensen op de tribunes snapten er niet veel van. En het spelen van een finale midden in een seizoen was ook vreemd. In Nederland was het gewoon onder schooltijd. Kinderen mochten in de klas naar ons kijken. Het maakte toch wel wat los. Ik heb nog een replica van de wereldbeker thuis staan.”

Aan het begin van deze eeuw werd een nieuwe poging gewaagd tot een WK voor clubs, met aanzien. De timing van de overgang was ongelukkig. Twee maanden nadat Manchester United in november 1999 de wereldbeker had veroverd, werd het Braziliaanse Corinthians na het eerste WK voor clubs opeens wereldkampioen. Een jaar later was dat potsierlijke toernooi alweer verdwenen.

De FIFA bleef echter op zoek naar een nieuw commercieel succes. Vanaf 2005 wordt de finale om de wereldbeker vervangen door een ‘mini-WK’. Sindsdien strijden de kampioenen van zes continenten om de wereldbeker. Maar al snel wordt weer van de formule afgeweken. Het WK blijft daardoor in de schaduw staan van de Champions League. Het is de vraag of een ‘super-WK’ voor clubs daar in 2021 verandering in zal brengen. Het format zal Real Madrid om het even zijn. De club heeft de wereldbeker opnieuw in zijn bezit. Net als vorig jaar. En net als 57 jaar geleden.