Minister Grapperhaus zet wijnhuis op afstand

Zakelijke belangen Bewindslieden moeten zakelijke belangen ‘op afstand’ plaatsen. De een legt het beheer bij een studievriend, de ander bij zakenlui.

Minister Ferdinand Grapperhaus (CDA) koos drie mannen om zijn belangen te beheren: „Ze hebben zakelijk inzicht en zullen zich onafhankelijk opstellen.” Foto Bart Maat/ANP

Kan je als minister je privé-belangen laten bewaken door mensen die betrokken zijn bij bedrijven die voor jouw ministerie werken?

Minister Ferdinand Grapperhaus (CDA) van Justitie en Veiligheid doet dat, sinds 2 november. Twee bestuurders van de Stichting Beheer Zakelijke Belangen F.B.J. Grapperhaus zijn ook toezichthouder bij Ordina, belangrijk ict-leverancier van zijn ministerie. Dat blijkt uit een NRC-inventarisatie van hoe de bewindspersonen in Rutte III hun zakelijke belangen hebben geregeld.

En is het verstandig dat Grapperhaus dit zo doet? Hans van den Heuvel, emeritus hoogleraar integriteit aan de Vrije Universiteit, heeft twijfels bij de constructie. Legaal, maar onhandig en onnodig, zegt hij. „Je moet hier, zeker als minister van Justitie, zeer prudent mee omgaan. Je kunt zoiets makkelijk regelen met mensen die op geen enkele manier bij het ministerie betrokken zijn, ook niet in de verte. Dan kan er ook geen misverstand ontstaan.”

Handboek voor Bewindspersonen

Wat nieuwe ministers en staatssecretarissen voor hun aantreden moeten regelen, staat beschreven in het Handboek voor Bewindspersonen. Dat zegt onder meer dat zij afstand moeten doen van hun „financiële of zakelijke belangen”. Een veelgekozen oplossing is een „beheersstichting waarvan onafhankelijke derden het bestuur vormen”. Wie dat zijn, mogen de bewindspersonen zelf weten. Alleen familieleden zijn uitgesloten.

Grapperhaus is door zijn verleden bij het prestigieuze advocatenkantoor Allen & Overy de bewindspersoon met verreweg de meeste zakelijke belangen, blijkt uit een overzicht dat premier Mark Rutte (VVD) aan de Tweede Kamer stuurde. De investeringen van Grapperhaus worden beheerd door een stichting met „drie onafhankelijke bestuurders”. De eerste is de Rotterdamse advocaat Jan Loorbach, voormalig deken van de Orde van Advocaten. Hij ziet dit als „een vertrouwelijke opdracht” waar hij „geen publieke verantwoording over hoeft af te leggen.” De tweede is oud-Randstad-topman Ben Noteboom, nu commissaris bij onder andere Ahold, Aegon en Vopak. De derde is voormalige Aegon-bestuurder Johan van der Werf. De laatste twee zijn eveneens toezichthouder bij Ordina. Van der Werf is commissaris, Noteboom bestuurder van de stichting die het ‘gouden aandeel’ van het bedrijf bezit. Als iemand het beursgenoteerde Ordina wil kopen, moeten ze eerst langs hem.

Geen gemeenschappelijke zakelijke belangen

Grapperhaus zelf zegt het drietal te hebben gekozen omdat hij geen gemeenschappelijke zakelijke belangen met hen heeft. „Ze hebben zakelijk inzicht en zullen zich onafhankelijk opstellen. Dat deze bestuurders ook andere zakelijke belangen hebben, is niet relevant.”

Dat Grapperhaus voor drie bestuurders van zijn stichting kiest, en niet voor één – zoals zijn collega Bruno Bruins (VVD, Medische Zorg) – kan te maken hebben met de veelheid aan belangen die de advocaat heeft opgebouwd. Het gaat, zo staat in de brief van Rutte, om de „bedragen waarop hij nog recht had op grond van het beëindigde partnerschap” bij Allen & Overy, en om een trits andere beleggingen. Daarbij gaat het om effecten in zijn holding Kapje Koffietein, die eind 2016 bijna 210.000 euro waard waren, aandelen in de Amsterdam Arena, en in een jong dochterbedrijf van de Amsterdamse investeringsmaatschappij Ox Partners. Ook plaatst Grapperhaus zijn investeringen in wijnbedrijf Dominus Vinum op afstand en in vrachtschip Vectic Isle, waarin hij een belang heeft via een scheeps-cv .

Beroepspolitici hebben in Nederland doorgaans weinig zakelijke belangen. Vandaar dat de meeste nieuwe bewindspersonen sneller klaar waren dan Grapperhaus. Zoals minister Ingrid van Engelshoven (OCW, D66), die een oude BV liet ontbinden. En minister Sigrid Kaag (Ontwikkelingssamenwerking, D66), die een „vermogensbeheersovereenkomst met een bank” sloot voor haar aandelenportefeuille.

De laatste bewindspersoon die zaken moest regelen, is minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA). Die liet de bedragen vastzetten waarop hij als oud-partner van McKinsey nog recht heeft en regelde via een „onherroepelijke volmacht” dat geen onduidelijkheid kan ontstaan over zijn erfdeel in een aantal „onroerende goederen”.

    • Merijn Rengers
    • Mark Lievisse Adriaanse