Opinie

    • Wilfried de Jong

De fluimen van Huntelaar

Op alle voetbalvelden waar hij speelt, laat hij spuug na. Na een sliding. Spuug. Na een kopbal. Spuug. Een vergeefse sprint. Spuug. Ajax-spits Klaas-Jan Huntelaar maakt een klein o’tje tussen de lippen, net groot genoeg om de fluim een eindje weg te blazen. Ik vermoed dat hij het onbewust doet, zoals een ander regelmatig met zijn hand door het haar strijkt.

Buiten het voetbalveld is de aaibaarheidsfactor van Huntelaar groot. De nasale klank van zijn stem en nuchtere opmerkingen maken van hem een aardige jongeman uit de provincie; hij weet hoe je de benzinedop van een tractor opendraait en waar zijn favoriete vlees ligt op de barbecue tijdens de Zwarte Cross.

In de uitwedstrijd tegen AZ speelde Huntelaar in de spits. Na een kwartier zag ik hem in het strafschopgebied vechten om de bal. Het lukte niet.

Handen naar de hemel. Schreeuwen. Kousen omhoog. En natuurlijk: spugen.

Huntelaar gebruikt elk middel om een wedstrijd naar zijn hand te zetten. Als hij in de slag is met zijn vaste bewaker, gaat zijn vriendelijkheid ondertussen een blokje om. Wie Huntelaar denkt te kunnen paaien als hij voetbalt, krijgt een valse blik en doorbloed tandvlees retour.

Hij zal geduldig wachten om je naar de strot te grijpen.

In januari 2009 zat ik hoog in stadion Bernabéu. Huntelaar ging zijn eerste wedstrijd spelen voor Real Madrid. Het was op een zondagmiddag om vijf uur; honderdduizend mensen in het stadion keken naar de eerste meters van hun nieuwe spits. Aanvoerder Raúl gaf hem een schouderklopje. Huntelaar oogde traag tussen de wereldsterren.

Veertien minuten na zes werd de Nederlandse spits vervangen. Het verwende publiek van Real schudde het hoofd: nee, die ‘Oentelaar’ was het niet.

Huntelaar werd het ook niet, in Madrid. Later bij Schalke ging het weer uitstekend en nu bewijst hij bij Ajax met zijn drift het team te kunnen aansporen.

Aan sportiviteit heeft de sluwe spits een broertje dood. Bij de strafschop voor AZ stond Huntelaar te schreeuwen naar de penaltynemer, in een poging hem uit zijn concentratie te halen. Later maakte hij zelf een doelpunt. Hij nam weinig tijd om te juichen, griste de bal uit het net en liep ermee terug naar de middenstip.

In de tweede helft versierde Huntelaar een strafschop: hij hield een AZ-verdediger beet, die hem vervolgens ook bij zijn shirt pakte. Stom, want zo kon de spits van Ajax zich laten vallen en een penalty claimen.

Schreeuwen, boze armgebaren naar de scheidsrechter. Kousen ophalen. Fluim door de lucht.

Na afloop van de gewonnen wedstrijd lachte Huntelaar zijn tandvlees bloot, de konen rood aangelopen van de inspanning. In zijn ogen zag ik de blik van een roofdier dat net het bloed van zijn prooi had geproefd.

Huntelaar genoot van de smaak en spuugde nog maar eens op het veld.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.
    • Wilfried de Jong