Bezoekers over Stedelijk Base: ‘Alsof je nooit klaar bent met kijken’

Stedelijk Museum Na de veelbesproken herinrichting van de vaste collectie door Rem Koolhaas, ging dit weekend het Stedelijk Museum Amsterdam weer open voor publiek. De eerste bezoekers reageren positief, maar soms ook kritisch: van „een snoepwinkel” tot „ontzettend zonde”.

Stedelijk Base, de nieuw ingerichte kelderruimte van het Stedelijk Museum Foto Olivier Middendorp

‘Ik word hier heel verdrietig van. Het voelt alsof het Stedelijk Museum de hedendaagse kunst gedag zegt.” Henk Haggenburg (67) is zaterdagochtend een van de eerste bezoekers van Stedelijk Base, de vernieuwde opstelling van de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam. Hij is teleurgesteld. „Deze enorme kelder was na de verbouwing juist bedoeld om grote hedendaagse kunstinstallaties die niet in het oude gebouw passen een plek te geven”, aldus Haggenburg. Nu zet het museum daar met stalen tussenwandjes een streep door, vindt hij. „Anish Kapoor, ik noem maar iemand die grote installaties maakt, die kan nu niets meer doen in het Stedelijk.”

Naast hem zit Mieke Haggenburg (64). „We volgen het museum al ons hele leven, dus we hebben dus behoorlijk wat experiment gezien,” vult ze aan, „maar dit is echt ontzettend zonde.”

De opening van Base is de laatste stap van de herindeling van het Stedelijk Museum die in gang is gezet door de in oktober vertrokken directeur Beatrix Ruf. De vaste collectie verhuisde naar de kelder van de nieuwbouw, en architect Rem Koolhaas ontwierp een experimenteel stratenplan, met ruimtes die gescheiden worden door staalplaten. Er is in recensies en interviews al veel gezegd over de vernieuwde collectieopstelling van het Stedelijk Museum Amsterdam, die uiteindelijk twee miljoen duurder uitviel dan was aangekondigd. Volgens architect Koolhaas moet de opstelling werken als „een stad”. Beatrix Ruf noemde het internet als metafoor. Recensenten zijn veelal positief over de tentoonstelling, die vijf jaar blijft staan. Maar wat vinden de eerste bezoekers er eigenlijk van?

Een feestje

Die zijn, op enkele kritische opmerkingen na, in meerderheid positief. „Een snoepwinkel,” noemt Majorie de Man (38) uit Utrecht het. „Er is nu zoveel ruimte voor schilderijen. En door de thematische opzet, de combinatie van kunst en design, zie je goed hoe periodes op elkaar aansluiten.” Volgens Nicolette Verheus (61) is de nieuwe expositie „een feestje”. „De kunst is zo kleurrijk, en de ruimte veel lichter dan bijvoorbeeld het Rijksmuseum of het Cobra Museum in Amstelveen”, zegt Hayet Messoussi (20). Melle Simonis (20) is het met haar eens. „De collectie is zo divers, ik denk dat er voor iedereen wel iets te ontdekken is.”

Luister ook naar onze podcast over het vernieuwde Stedelijk, met een guest appearence van Rem Koolhaas zélf:

Veel van de mensen zijn bewust op de eerste dag van Base gekomen. „Er was zoveel reuring vooraf”, zegt Majorie de Man. „De kosten van het ontwerp van Koolhaas, het vertrek van Beatrix Ruf: ik was ontzettend benieuwd hoe het eruit zou zien.” De Man vindt het jammer dat Ruf is opgestapt. „De nieuwe open ruimte in het entreegebied – ook een idee van Ruf – vind ik ontzettend geslaagd. En Base vind ik ook goed gedaan. Je had het haar zo gegund dat ze bij de opening kon zijn.”


Grillig parcours

Een van de redenen dat Base duurder is uitgevallen, is het gebruik van experimentele materialen, zoals de met een laser gesneden metalen wanden. „Rem Koolhaas kan het hebben over zijn ‘fluwelen muurtjes’, maar als je mij had gezegd dat het gewone wanden zijn, dan had ik dat ook geloofd”, zegt Henk Haggenburg.

Echt dringen voor de schilderijen is het op de eerste dag nog niet – de rij voor de buren van het Van Gogh Museum is nog altijd langer. In de kelderzaal is vanaf het uitzichtpunt, boven op de door Gerrit Rietveld ontworpen slaapkamer, goed te zien hoe een grote groep bij een rondleiding moeiteloos door het grillige parcours slingert – zonder dat het tot botsingen komt met andere bezoekers, of misschien erger, de schilderijen.

De kunstwerken hangen in de nieuwe opstelling dicht op elkaar, maar vaak ook dicht op de grond, en dicht op de bezoekers, met name in sommige smalle doorgangen. Een schilderij van Francis Bacon hangt zelfs zo laag dat je het bijna met je tenen kunt aanraken. Regelmatig hangen de schilderijen ook nog in een lijst zonder glas, waardoor je direct op het doek kijkt. „Ik vind het schitterend, ik ben niet zo lang en nu kom ik heel dichtbij”, zegt Nicolette Verheus.


De associatieve opzet, met schots en scheef in de ruimte geplaatste tussenwanden, bevalt ook andere bezoekers. „Wel vreemd dat ze zo snel na de vorige verbouwing alweer een nieuwe indeling wilden, maar dat is blijkbaar voortschrijdend inzicht. De nieuwe ruimtes zijn heel druk, maar het zijn wel afgesloten ruimtes, dus je kunt ook focussen. En het is ruimtelijk genoeg.”

Verdwaald raken bezoekers niet. „Het is eerder alsof je nooit klaar bent met kijken”, zegt Sheryl Lee (21) uit Singapore. Als student woont ze nu vier maanden in Amsterdam. „Ik ben in de tijd dat ik hier woon meer naar musea geweest dan in mijn hele leven ervoor. In Singapore ken ik maar twee musea, hier zijn er zoveel, en ze zijn erg goed.” De opstelling met schuine wanden vindt ze geslaagd. „Eigenlijk is de hele opstelling één kunstwerk.”