Opinie

    • Caroline de Gruyter

Onderhandelen totdat alles compatibel wordt

Wie een idee wil krijgen van het soort Brexit-deal dat de Britse regering met de Europese Unie kan sluiten, moet even een TED-talk op YouTube bekijken van een man genaamd Michael Ambühl. In het filmpje, van begin 2016, vertelt deze Zwitser waarom „negotiation engineering” zo geweldig is. Dat is toegepaste wiskunde die je helpt om een complex politiek probleem van emoties te ontdoen. Daarna breek je het in stukjes, die je één voor één met koele berekening op de goede plek legt. Probleem opgelost.

Ambühl (1951) is hoogleraar onderhandelen en conflictbeheersing aan de Technische Universiteit in Zürich. Hij werkt met abstracte modellen, maar was daarvoor dertig jaar diplomaat. Hij zat jaren in het Zwitserse team dat bilaterale akkoorden met de EU uitonderhandelde, waarvan drie jaar als chef-onderhandelaar. Ook was hij staatssecretaris. Als iemand weet hoe moeilijk het is om een diepgevoelde zucht naar nationale soevereiniteit te paren aan de wens om zo dicht mogelijk tegen de EU aan te schuren, is het Michael Ambühl. Vorige zomer huurde de Britse regering hem in, met enige anderen, als Brexit-adviseur. Ambühl, ever the diplomat, mijdt sindsdien de pers. Maar zijn TED-talk spreekt boekdelen. En het Europa-Instituut in Zürich heeft net een artikel van hem en een collega gepubliceerd met een wiskundige formule erin die de Britten in de interne markt kan houden, of dicht daarbij. In een artikel in de Neue Zürcher Zeitung legden de auteurs het deze week nogmaals uit.

Een van de grote problemen van de Britten met de EU is migratie. Londen wil er nationale controle over, maar EU-internemarktregels vereisen open binnengrenzen: als landen buitenlanders discrimineren, kan de markt niet functioneren. Zwitserland heeft deze patstelling ‘opgelost’, stelt Ambühl, dus de Britten moeten hetzelfde kunnen. Zwitserland, geen EU-lid, heeft volledige toegang tot de interne markt. Dat heeft een prijs: de Zwitsers storten geld en nemen alle regels op de interne markt zonder inspraak over. Daaronder valt vrij personenverkeer. Toen de Zwitsers in 2014 bij een referendum voor migratiequota stemden, zetten zij hun toegang tot de interne markt op het spel. Aan de regering de taak om – net als de Britse regering nu – die uitslag te respecteren zónder de markttoegang te verliezen.

Dat lukte, zegt Ambühl, dankzij negotiation engineering. Volgens een clausule in de akkoorden tussen Bern en Brussel mag je in nood tijdelijke maatregelen nemen om de instroom van EU-burgers te vertragen. Die clausule zijn de Zwitsers gaan uitmelken. Ze berekenen dat nu per kanton, met een ingewikkelde sleutel die regelt dat er in veel kantons sowieso zelden problemen rijzen. Werkgevers moeten melden hoeveel EU-burgers ze willen rekruteren. Als er een bepaald aantal wordt bereikt, moeten ze dat motiveren. Dan kan er actie worden overwogen, zoals extra rekuteringscampagnes onder autochtonen. De Zwitsers scheren hiermee langs het randje. Maar Brussel heeft ze (nog) niet op discriminatie betrapt.

Zoiets adviseert Ambühl de Britten ook. Hij heeft een rekenformule gemaakt om immigratie in het VK te meten, gekoppeld aan immigratie in EU-landen. Uiteindelijk, betoogt hij, neem je zo het Brexit-referendum serieus, zónder interne marktregels te schenden. Muren of hekken zijn onnodig. Alles wat je doet, is aan beide kanten de eisen bijvijlen totdat alles compatibel wordt.

Kan dit werken, zoals in Zwitserland? Geen idee. Maar wat het vooral toont, is hoe klein de nationale speelruimte is in een ‘interconnected’ wereld waarin netwerken je mate van welvaart dicteren. Zelfs een exit is geen echte exit meer.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa
    • Caroline de Gruyter