Minister worden? Oh, nou, da’s goed

Klaas Dijkhoff Is Klaas Dijkhoff de nieuwe kroonprins van de VVD? In die titel heeft hij niet veel zin: die is ‘het begin van het einde’. De fractievoorzitter van de VVD beleeft veel plezier aan het politieke spel, maar, zegt hij: de Tweede Kamer is geen debatclub.

Het gaat misschien te ver om Klaas Dijkhoff de man van het jaar te noemen. Maar 2017 was zeker wel hét jaar van Klaas Dijkhoff. Van staatssecretaris van Asiel werd hij, via een kortstondig ministerschap van Defensie, fractievoorzitter van de VVD. Zijn partij werd opnieuw de grootste bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart en hij kreeg ruim 146.000 voorkeurstemmen – meer dan iedere andere niet-lijsttrekkende man en zelfs meer dan sommige partijleiders.

Het kwam natuurlijk niet slecht uit dat hij tijdens de verkiezingscampagne als eerste politicus de televisiequiz De Slimste Mens won, zich in carnavalskostuum liet fotograferen en zijn opvallend gulzige en eclectische literatuursmaak openbaar werd. Later werd hij ook nog door tijdschrift Esquire uitgeroepen tot de bestgeklede man van het jaar.

Alsof al het professionele en publieke succes niet genoeg was, trouwde Dijkhoff (36) in het voorjaar en werd hij in juli voor het eerst vader, van Linde. „Een redelijk absurde samenvatting van de gebeurtenissen in één jaar”, concludeert hij met zijn kenmerkende gevoel voor understatement.

Sommige ontwikkelingen kon hij aan zien komen. Wat betreft de belangrijkste „heb je gelukkig negen maanden om je voor te bereiden”. En ook zijn overstap naar fractievoorzitter was binnen de partijtop al snel na de verkiezingen in maart min of meer bedisseld. Maar de rest had ook hij niet voorzien. „Dat onderstreept maar weer dat je in de politiek niet al te veel vooruit moet plannen en denken.”

Op het Binnenhof heeft niemand het meer over de ambities van Edith Schippers of Halbe Zijlstra, en ook Jeanine Hennis is na haar aftreden als minister van Defensie uit beeld. Binnen en buiten de VVD gonst nog alleen de naam Dijkhoff als kroonprins van de partij.

Zelf is hij daar niet blij mee. „De titel kroonprins is het begin van het einde. Daarmee loopt het meestal slecht af, zeker wanneer iemand fractievoorzitter wordt. Alleen al het feit dat ik deze baan niet aan me voorbij heb laten gaan, is toch het bewijs dat ik er niet op uit ben”, zegt hij met een grijns. Politieker: „Mijn doel is gericht op de inhoud en niet op een functie voor mijzelf. Het is misschien een beetje ouderwets, maar ik vind dat politiek dienstbaar hoort te zijn.” En: „Ik vind dit het minst interessante deel van de politiek, net als de transfers in het voetbal. En ik heb er al zo veel ongelukken mee zien gebeuren.”

Lees ook het profiel van Klaas Dijkhoff dat Marike Stelling eerder dit jaar maakte.

Het ‘pindakaaseinde’

Dat er, met de verkiezingen en formatie in zicht, een cruciale transfer voor Dijkhoff aan zat te komen, was de reden hem gedurende 2017 te volgen en te interviewen. Wat drijft Klaas Dijkhoff? Waar liggen zijn persoonlijke aspiraties? Hoe zou zijn komeetachtige politieke carrière zich verder ontwikkelen? Hoe zou de officieuze VVD-campagneleider de opmaat naar de verkiezingsdag beleven? Wat zou zijn rol zijn in de formatie? Wat is zijn kijk op de politiek en zijn partij, die al weer zeven jaar aan de macht is?

Dijkhoff stemt in, maar houdt te allen tijde zijn succes, zijn eigen rol en de politiek als geheel zo klein mogelijk. Antwoorden die flegmatiek, bijna onverschillig overkomen, zijn tegelijkertijd gecalculeerd.

Aan het eind van een eerste gesprek, kort na de verkiezingscampagne, vraag ik hem of het, naast een professioneel cruciaal jaar, ook privé bijzonder kan worden: 36 is bijvoorbeeld geen gekke leeftijd om vader te worden. Zijn reactie is schouderophalend.

Dijkhoff pendelt in het voorjaar tussen het ministerie van Veiligheid en Justitie, waar hij staatssecretaris is, en de Kamer, waar hij opnieuw in gekozen is. Zijn VVD probeert een kabinet te vormen met CDA, D66 en GroenLinks, maar daar is hij naar eigen zeggen maar zijdelings bij betrokken. Wel wil hij iets vertellen over zijn prominente rol in de verkiezingscampagne.

Dijkhoff was als campagneadviseur druk met het verhaal dat de VVD wilde vertellen en hoe en wanneer kiezers aangesproken moesten worden. Hij bepaalde mede de keuze om Mark Rutte al in de zomer voor de verkiezingen in De Telegraaf een groot ‘sorry voor de gebroken verkiezingsbeloftes’-interview te laten geven, de beslissing om de premier uit een van de grote debatten terug te trekken en de tekst en publicatie van de ‘campagnebrief’. Een stunt die niet alleen tot veel discussie leidde vanwege de zin ‘Doe normaal of ga weg’, die gericht leek op mensen met een migratieachtergrond, maar ook vanwege de timing.

Een dag erna, eind januari, verscheen namelijk het boek van Nieuwsuur-journalist Bas Haan over de Teevendeal. Echt nieuws bevatte dat niet, maar diezelfde week moest Ard van der Steur, Dijkhoffs makker op Veiligheid en Justitie, alsnog aftreden om de affaire. Dijkhoff was verbijsterd dat de kwestie „zó gepolitiseerd werd”, zegt hij. „Misschien ben ik daar naïef in geweest.”

„Ard was een vriend in de politiek en een vriend na de politiek. Dat hij weg moest, om iets waar ik ook bij betrokken was, is echt een dieptepunt uit die periode.” Het zal niet de laatste keer zijn dat hij een belangrijke en dierbare partijgenoot onderuit ziet gaan.

Het hoogtepunt in de campagne is in vergelijking daarmee klein bier, maar Dijkhoff grinnikt als hij erover vertelt. Toen Rutte en Wilders zich begin maart hadden afgemeld voor het debat van RTL, kreeg de VVD-top via een partijlid een script van een reclamefilmpje van het CDA toegespeeld, dat in de pauze van het debat zou worden uitgezonden.

De scène is een strand in 1974 waarop een jonge Geert Wilders en Mark Rutte ruzie maken, terwijl een kleine Sybrand Buma de verstandige toekomstige premier uithangt. Als het campagneteam wordt ingeseind, ontstaat het idee om daar meteen met een spotje op te reageren. „Ik wil zo’n pindakaaseinde!”, riep Dijkhoff intern. Afgekeken van de manier waarop Calvé spotjes heeft gemaakt waarin sporters als kind en als volwassene te zien zijn. „We hebben gewoon RTL gebeld: kunnen wij zendtijd kopen na een eventueel filmpje van het CDA, en dat kon.”

Het lukte vanwege noodweer niet om Rutte zelf op het strand te filmen, dus werd een eenvoudig powerpointspotje ingesproken met de boodschap dat „veertig jaar later Mark Rutte minister-president” is en hoe uitstekend het gaat met het land.

Tijdens het – verder tamme – debat wordt het CDA door de tegenspot overvallen; Buma hoort ervan in de pauze van het debat. Dijkhoff zit lachend en append thuis op de bank met zijn zwangere vriendin. „Dat we met zo’n marginale inspanning het gesprek van de dag waren, was eigenlijk het leukste. Dat is waar je campagne voor doet.”

Door de anekdote na te vertellen, verklapt Dijkhoff een politiek leugentje. Hij had op de voorpagina van een Brabantse krant namelijk verteld dat hij de carnavalsfestiviteiten in Breda belangrijker vond dan de politieke actualiteit van het campagnedebat. „Ik was stiekem even afgehaakt met carnaval. Echt niet voor het debat, maar voor het reclameblok”, zegt hij.

De gelukkigste mens

Dijkhoff is tijdens de formatie vrij onzichtbaar. Hij is niet één van de twee VVD’ers – Rutte en Halbe Zijlstra – die dagelijks tevergeefs worden bevraagd bij het in- en uitlopen van de onderhandelingen. Nu de vluchtelingenstromen geluwd zijn, verloopt zijn staatssecretariaat zonder tumult. In de Tweede Kamer gebeurt vrijwel niets. Maar in mei trouwt hij met zijn Anouk en in juli wordt hun dochter Linde geboren. Dijkhoff publiceert op Instagram een foto met haar en noemt zich „de gelukkigste mens”.

Haar komst, zo zegt hij later, heeft „alles veranderd” en zijn politieke ideeën concreter gemaakt. „Ik heb als politicus natuurlijk eerder gesproken over toekomstige generaties, over kinderen en kleinkinderen. Maar dat is toch anders als het een abstract gegeven is dan wanneer het gaat over je eigen dochter die je elke dag vasthoudt. Het maakt uit voor je motivatie, of het een doorleefd iets is of alleen iets wat je rationeel víndt.”

Als de formatie – inmiddels met de ChristenUnie – haar einde nadert, krijgt de VVD een nieuwe tegenslag te verwerken. Jeanine Hennis moet aftreden als blijkt dat bij Defensie fouten zijn gemaakt die twee militairen het leven hebben gekost. Dijkhoff helpt haar laatste Kamerdebat voorbereiden en volgt haar vervolgens op voor een ministerschap van drie weken. Hoe en waarom liep dat zo?

„Ik vraag eigenlijk nooit waarom, als iemand om hulp vraagt. Misschien omdat ik in het verleden wel vaker dicht op het vuur had gezeten en spannende momenten had meegemaakt in debatten.”

Wat betreft de opvolging: „Mark is de chef. Hij belde: we hadden bedacht dat jij dat maar moest gaan doen. Toen zei ik: oh, nou, da’s goed. Dan gaan we het doen. Dat zijn niet hele lange gesprekken, hoor.” Alsof minister worden zoiets is als overleggen wat je vanavond gaat eten.

Devies: terughoudendheid

We spreken elkaar opnieuw in november, in zijn favoriete koffietentje in Breda. Hij is dan net begonnen als fractievoorzitter en leidt nu in plaats van een half departement „een team dat in één bus past”, de fractie van 33 leden. Over de dagelijkse leiding heeft hij – anders dan „goed delegeren” – nog niet echt nagedacht. „Ik ga mijn eigen stijl doen en dan merken we wel hoe die is.”

Ondanks de vloek die rust op fractievoorzitters met het voorland een premier als partijleider op te volgen – denk aan Ad Melkert en Elco Brinkman – wilde hij het liefst die baan in de komende periode. „Er zit meer romantiek aan het Binnenhof dan op een departement. De Kamer is minder efficiënt en rationeel. Het politieke is waar ik het meeste lol in heb.” Als fractievoorzitter is hij „een stuk vrijer” om zich te profileren. „Er wordt meer creativiteit en improvisatie verwacht. Je kunt maatschappelijke ontwikkelingen in een breder perspectief zien en nadenken over nieuwe problemen die op ons afkomen en die we nu nog niet overzien.” Hij kijkt op naar hoe zijn verre voorganger Frits Bolkestein die rol vervulde. „De manier waarop hij over belangrijke thema’s nadacht en die agendeerde.”

Het was, bezweert hij, in ieder geval helemaal „niet het doel” geweest om de show te stelen tijdens zijn eerste debat met het nieuwe kabinet. Hij was zenuwachtig geweest en had uit perfectionistische onvrede een paar keer op zichzelf zitten vloeken tijdens het schrijven van zijn tekst. Maar uiteindelijk had hij een appèl geformuleerd aan al zijn collega’s om samen te proberen het vertrouwen in de politiek te herstellen.

„Gaan we in deze Kamer kijken hoe we ons nuttig kunnen maken voor alle Nederlanders, hoe we dit prachtige land in ere kunnen houden en onze vrijheden en waarden kunnen bewaken? (…) Of strijden we voor onze eigen millimeter gelijk en doen we alsof het hier een debatclub is met aan het eind van de dag een prijs voor degene die de scherpste opmerking heeft gemaakt?”, had hij als kernpunt van zijn betoog voorbereid.

En toen stond daar Thierry Baudet voor zijn neus, die er met zijn nieuwe partij Forum voor Democratie vooral op uit is de rechtse establishmentpartij VVD te bestrijden. Die viel hem aan op het vermeende ‘partijkartel’ waarbinnen VVD-bestuurders elkaar baantjes toespelen. Dat pareerde Dijkhoff onmiddellijk met het citaat van de dag: „Mensen die bij PSV in het eerste komen, komen ook niet van het hockeyveld afrennen.” Deze typische Dijkhoff-oneliner, waarmee hij de kwestie in simpele taal deduceerde en ridiculiseerde, haalde ’s avonds alle talkshows, en werd gevierd op de Facebookpagina van de VVD.

„Het was een eerste reactie, een combinatie van inhoud en tegengas geven. Het is leuk, en fijn voor mij, dat het gewaardeerd werd, maar daar zijn we natuurlijk niet beter van geworden met z’n allen. Het is weer elkaar zwartmaken, waar ik net toe had opgeroepen om het niet te doen. Maar ja, ik ben geen mak schaap. Als iemand er met gestrekt been inkomt, bijt ik van me af.”

Zijn grijze ogen verraden hoeveel plezier hij aan het politieke spel beleeft. „Ik lees in media vaak briljante strategieën terug, maar het loopt in de politiek toch echt een stuk platter dan veel mensen denken.”

Volgens partijgenoten en politieke tegenstanders is Dijkhoff juist een van de meest slimme, analytische, strategische en praktische denkers van het Binnenhof. Maar één die, net als Rutte, media daar liever geen deelgenoot van maakt. „Waarom zou je het doen”, is binnen de partij het devies als het aankomt op contact met journalisten. „Terughoudendheid zit in de cultuur”, zegt Dijkhoff.

Was dat ook waarom hij eerder in het jaar niet vertelde dat hij vader zou worden, ook al wist hij dat dit interview pas in december gepubliceerd zou worden? „Ja, dat ging je niks aan.”