Het linkse geweten van Nederland

Fred van der Spek (1923- 2017) zat 22 jaar in het parlement voor de uiterst linkse PSP. Hij was geen man van compromissen.

Fred van der Spek als scholier van de HBS Raamstraat. Rechts: Stemt in 1992 voor heroprichting van de PSP.

‘Níks, ik heb helemaal níks bereikt”, zei Fred van der Spek geregeld met de nodige zelfspot tegen mensen die hem vroegen wat hij in al die jaren als links politicus voor elkaar had gekregen. Hij spaarde zichzelf niet, zoals hij ook anderen niet spaarde. Trefwoorden: provocerend, venijnig, compromisloos. „Omdat,” zegt zijn zoon David, „hij vond dat je over principes geen compromissen sluit”. En ja, principieel was de vorige maand op 93-Jarige leeftijd overleden Van der Spek dus wel.

In de tijd dat geweten in diverse gedaanten nog een belangrijke rol speelde in de Nederlandse politiek – het waren de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw – was Fred van der Spek een gedreven vertolker van het linkse geweten. 22 jaar was hij volksvertegenwoordiger voor de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP). Hij hanteerde zijn eigen goed-of-fout meetlat, en daartussen zat weinig onderhandelingsruimte. Beter gezegd: géén. „Iedereen die nuance zocht beschouwde hij als de vijand”, zegt schrijver Geert Mak, die begin jaren 70 één van zijn fractiemedewerkers was. Maar dat gold voor het politieke. Want de andere Fred van der Spek was een „heel hartelijke en open man”, herinnert Mak zich. „We hebben vreselijk veel lol gehad.”

Fred van der Spek. Naam uit een reeds lang vervlogen tijdperk. Maar ook een naam die in geheugens gegrift staat. Niet vanwege zijn prestaties. Want hij had inderdaad, zoals hij op latere leeftijd graag vertelde, niets van zijn idealen bereikt. Maar, daar staat tegenover dat hij wel steevast het ware socialistisch alternatief had laten zien. Daar ging het hem om. Klein maar fijn. Sektarisch, zeiden sommigen. In elk geval herkenbaar. Desnoods als leider van een eenmansfractie wat hem in 1978 overkwam.

Links moest het zijn. Maar niet dat halfslachtige van de PvdA. „De PvdA valt totaal buiten mijn gezichtsveld. ’t Is gewoon een rechtse partij”, zei hij in 1982 in een interview met Bibeb in Vrij Nederland. Wat dan weer niet betekende dat hij het persoonlijk niet met mensen van rechts kon vinden. In de Tweede Kamer maakte hij gewoon deel uit van de club. Dus een beetje dollen met Hans Wiegel in één van de bankjes? Waarom niet.

Begin jaren 50 was het kind uit een Haags arbeidersgezin – 21 toen de Tweede Wereldoorlog eindigde – politiek zoekende op de linkerflank. De Socialistische Unie waar hij in 1950 lid van werd, was het uiteindelijk niet. Met vele lotgenoten kwam Van der Spek, inmiddels leraar natuur- en scheikunde, terecht bij het Daklozenberaad. Vanuit die beweging werd hij in 1957 één van de oprichters van de PSP. Voor socialisme en ontwapening.

Les gaf hij in die tijd als leraar natuur- en scheikunde op het Baarnsch Lyceum waar hij de prinses Marijke (die later Christina ging heten) in de klas had. Van der Spek zat al jaren in de Tweede Kamer toen de communistische Waarheid dit ‘onthulde’. Het volksdagblad maakte hem uit voor „hofdienaar”. „Ook een prinses heeft recht op onderwijs”, reageerde Van der Spek.

Net als het beginselprogramma van zijn partij was hij principieel tegen de monarchie. Toen de Tweede Kamer in 1967 een gelukstelegram aan prinses Beatrix stuurde wegens de geboorte van kroonprins Willem-Alexander weigerde Van der Spek als enige van de fractie zijn handtekening te zetten. „Vanwege de staatkundige betekenis van die gelukswens”, verklaarde hij.

Met de machtsvorming op links wilde het niet vlotten. Op lokaal niveau ging de PSP samenwerkingsverbanden aan met de PvdA, CPN of PPR. Van der Spek vond die verwatering van idealen maar niets. „Ik vind dat de leden die voor een onvoorwaardelijke eenheid van links pleiten, moeten opkrassen”, schreef hij in het partijblad.

In 1985 kozen de leden niet hem als lijsttrekker maar fractiegenoot Andrée van Es, pleitbezorger van een „linkse doorbraak” door middel van samenwerking. Boos verliet hij het congres, stapte uit de fractie maar gaf zijn zetel niet op. „Het was niet fijn voor hem”, zegt Van Es. „Hij leefde in de veronderstelling dat de meerderheid van het congres het met hem eens zou zijn.” Zijn vader bleef niet wrokkig, zegt zoon David. „Het was meer een zekere gelatenheid.” Die gold ook zijn mislukte pogingen om de échte PSP her op te richten.

Geert Mak: „Zo rechtlijnig als zijn opvattingen waren, zo ingewikkeld was Fred zelf.”