Recensie

Dit is een SUV voor winnaars

rijdt de BMW X3, de middenklasser. Dat zie je hem niet aan.

De BMW X3 bij BMW Kalfsbeek in Wateringen. Foto Peter de Krom

‘Een X5!”, hoor ik een voorbijganger mijn auto spotten. Mis, het is de X3, maar de verwarring is begrijpelijk. Ik praat u bij, excuses voor de cijferpest. BMW maakt SUV’s in vijf maten. Voor de armsten of nuchtersten onder de rijken is het kleintje, de X1. Bovenaan de voedselketen staan de reuzen, de X5 met rechte achterkant en de X6 met de knotsgekke coupélijn. De X2 is een verpuberde X1, de X4 een gecomprimeerde X6. Precies, de even getallen zijn de wilde types. De keurige X3 is de tussenmaat, de middenklasser.

Zie je hem niet aan. Natuurlijk werd hij wéér groter dan zijn voorganger. Zijn 1.825 kilo zware lijfstijl drukt beeldvullend op het netvlies. Op twintig inch velgen, met leer ‘Vernasca Oyster’ – rederijkerij voor ‘bijna wit’ – een panoramadak en dakdragers in ‘aluminium zijdeglans’ zien wij de test-SUV zijn X5-waardige prijs ten volle aan: 97.000 euro. Logisch dat de toeschouwer het topmodel meende te treffen.

De BMW-ontwerper ziet het verschil. Die heeft zich blauw gestyled op het subtiele onderscheid met de X5. Kijk de zijruiten, zegt hij, die lopen aan de onderkant bij de X3 schuin omhoog en bij de X5 waterpas. Zie de achterlichten met de typerende X3-grafiek in de led-lijnen! Karakter uit duizenden!

Laat maar. „Munich’s photocopier is working fine”, verwelkomde het autotijdschrift Car hem dodelijk.

Unisextraject

Ik rijd de tweeliter diesel met 190 pk. Die kom je in alle kleinere en middelgrote BMW-modellen tegen; 1-, 2-, 3-, 4- en 5-series. De BMW-dashboards volgen dit unisextraject: seen one, seen them all. Digitale ronde klokken, zwevend infotainmentscherm met de bekende iDrive-controller, mooi en praktisch. Door zijn gewicht dieselt hij marginaal bedachtzamer dan slanke BMW’s en door zijn hoge bouw is hij minder geporteerd van bochten. De belevingskloof is niet groter dan die tussen de twee etages van een dubbeldekker, men zit alleen iets hoger dan de lageren. Het blijft een echte BMW, het rappe type. Knap gedaan. Of ik achter het stuur door authentieke SUV-gevoelens werd besprongen? Nee. De kopieertechniek kloont het uiterlijk van verwante, de dynamiek van alle andere modellen. Elke BMW is dubbel dubbelganger. Bij de meeste merken is de situatie trouwens weinig anders.

Onderweg kwam ik veel BMW’s tegen, allemaal met de dieselmotor van de mijne. Ik bedacht dat in al die BMW’s mensen hetzelfde doen. Zaken- of familiebezoeken afleggen, shoppen, kinderen verhuizen, naar kantoor of de golfbaan rijden, naar dezelfde dashboards kijken. Ze doen het in auto’s die naar genre nog wel uit elkaar te houden zijn – coupé, sedan, crossover, SUV – maar in hun zuil steeds sterker naar elkaar gaan aarden en technisch alle uit dezelfde vaten tappen. Mij is nooit duidelijk geworden waar die excessieve variaties op hetzelfde thema goed voor zijn.

Misschien is het als met mensen. Genetisch één pot nat, maar nooit verflauwt de hoop op de voor jou unieke ene. Identieke soft- en hardware slaan bij elke boreling net even anders aan, ook hier. De BMW 3-serie haalt met onze polderdiesel 235 kilometer per uur, de X3 213. In de X3 verbruikt hij volgens BMW 1 op 20, in het echt 1 op 14; in de 3-serie 1 op 28, in werkelijkheid 1 op 16. De 3-serie is daarnaast stukken goedkoper. Intrigerend: voor minder koop je van hetzelfde merk dus een snellere en zuinigere, even familievriendelijke auto. Is dat niet raar?

Wacht, sputtert de verkoper; de gewone 3-serie heeft geen vierwielaandrijving. Tot je dienst jongen, maar ik heb op het platteland nooit een terreinrijder met een X3 ontmoet. BMW-rijders mijden de modder. Prut is voor boeren. BMW is een stadsmerk.

Maar de 3-serie mist de onverzettelijke uitstraling van een SUV, zou de verkoper in zijn commerciëlentaaltje tegenwerpen, als hij daarmee niet buiten zijn boekje ging. Dan discrediteert hij de andere auto, die ook stoer is. Stoer zijn alle BMW’s, Freude am Fahren.

U begrijpt nu waarom de X3 moeilijk valt uit te leggen.

Zal ik een laatste poging wagen?

Hij is er omdat er van Volvo een XC60, van Audi een Q5, van Mercedes een GLC en van Jaguar een E-Pace is. Ze vreten voor hetzelfde geld, met vrijwel dezelfde motoren en dezelfde luxe dezelfde boomende SUV-ruif leeg – maar zijn allemaal geen X3, de SUV voor winnaars. Welke winnaars? De 63-jarige accountant die van de opbrengst van zijn net verkochte zaak best een X5 had kunnen kopen. Waarom dan de X3? Omdat geen mens het verschil ziet, daarom.