De verdachte handel van de broers achter Neckermann

Koopmannen

Handelsbroers Ronald en Joop Steenbergen, de mannen achter Neckermann, laten een spoor van ruzies, rechtszaken en faillissementen achter. Nu verdenkt de FIOD ze ook nog van witwassen. Ronald Steenbergen verzet zich: „Waanzinnig.”

Naast de website opende Neckermann negen winkels. Die gingen binnen een jaar failliet. Foto Gino Press

Handel zit „in ons DNA”, zegt Ronald Steenbergen (54) over zichzelf en zijn oudere broer Joop (60). Het maakt niet zoveel uit wát het is. De broers verkopen van alles via webwinkel Neckermann, maar zitten ook in glasvezel en houden een kudde exclusieve Wagyu-runderen op een Belgisch kasteel.

Handeldrijven zit in de familie: vader Steenbergen is ook handelaar, de man achter de Kwantum. De rollen hebben de broers duidelijk verdeeld: Ronald is „de opener”, zegt hij. Hij neemt het initiatief. Joop is „de closer”. Die sluit de deals. „Werken is onze hobby”, zegt Ronald Steenbergen op het kantoor van Neckermann in Naarden. „Ik ben 26 jaar getrouwd, maar ik moet nog op huwelijksreis! Ik werk elke dag.”

Vorige week moest hij zijn werk meerdere dagen onderbreken, toen de FIOD zich meldde in Naarden. De fiscale opsporingsdienst hield Ronald en Joop Steenbergen en nog vier anderen aan op verdenking van witwassen. „Verdachten en hun bedrijven hadden de beschikking over grote sommen contant geld, terwijl het vermoeden bestaat dat daar geen legale inkomsten tegenover staan”, meldde de FIOD in een persbericht. Het zou gaan om ruim 5 miljoen euro.

Joop is vrijdagmiddag vrijgelaten, Ronald – een forse man met bretels, armbanden om beide polsen en een Amsterdams accent – mocht al eerder naar huis om gezondheidsredenen. De jongste broer zit klaar op het kantoor van Neckermann om op de verdenking te reageren. „Waanzinnig”, noemt hij die. „Rancuneuze ex-werknemers” hebben hen zwart gemaakt, is zijn overtuiging. Om welke voormalige werknemers het gaat, wil Ronald Steenbergen niet zeggen.

Wel wil hij meer vertellen over de inhoud van de verdenking. Het draait vooral om hun handel in beltegoedkaarten, zegt Steenbergen, die ze verkochten aan „belwinkeltjes” en „benzinepompen”. Dat leverde „heel veel contant geld op”. Dat geld is op verschillende bankrekeningen beland, en vervolgens weer overgeboekt. Over die transacties wil de FIOD van alles weten. Met deze handel zijn de broers inmiddels gestopt, zegt Steenbergen. „Te risicovol.” De FIOD wil niet bevestigen dat het strafrechtelijk onderzoek gericht is op de beltegoedkaarten.

Over de bel-handel van de Steenbergens is weinig bekend. Wel is meer te vinden over hun andere bedrijven in binnen- en buitenland. Die hangen onder een beursfonds in de Amerikaanse staat Nevada: Readen Holding Corporation. De omzet van dit moederbedrijf bedroeg volgens het laatste jaarverslag 2,7 miljoen dollar. Het leed 2,3 miljoen dollar verlies.

Het is niet de eerste keer dat de broers met hun handel in de problemen zijn gekomen. Voor zover bekend niet met justitie, wel met zakenpartners, mede-aandeelhouders en de curator. Wie hun zakelijke activiteiten van de afgelopen jaren nagaat, vindt een spoor van rechtszaken, faillissementen en conflicten.

Uit gerechtelijke uitspraken, faillissementsverslagen en gesprekken met betrokkenen rijst een beeld van twee handelaars met grootse plannen, die niet zelden uitlopen op ruzie en vervolgens mislukken. Als ze in conflict raken, gaan de Steenbergens vol in de aanval. Tegen elke uitspraak lijken ze in beroep te gaan, beschuldigingen werpen ze van zich af. Niet zíj, maar anderen hebben de problemen veroorzaakt.

Het glasvezelbedrijf

Een van de probleembedrijven is Nedfiber, dat glasvezelnetwerken aanlegt op industrieterreinen. Sinds 2013 bezitten de broers via Readen de meerderheid van de aandelen. Het glasvezelbedrijf is klein, maar heeft grote plannen. „Meer dan 25 procent van het internetverkeer op Nederlandse bedrijfsterreinen zal in de komende 36 maanden door Nedfiber worden getransporteerd”, meldt de onderneming begin 2014.

Later dat jaar, maandag 13 oktober 2014, wordt alles anders. Rond half tien draaien Joop en Ronald Steenbergen het parkeerterrein op van de Innovatoren, het bedrijfsgebouw aan de rand van Venlo waar Nedfiber kantoor houdt. Bij Nedfiber zijn ze in de veronderstelling dat de broers langskomen om de resultaten over het derde kwartaal door te nemen. De Steenbergens hebben echter een andere agenda. Ze zijn bovendien niet alleen gekomen: een medewerker van Hoffman Bedrijfsrecherche flankeert hen.

De directeur van Nedfiber, tevens minderheidsaandeelhouder, heeft de boel belazerd, maken de Steenbergens duidelijk zodra ze binnen zijn. Ze hebben valse facturen gevonden met de handtekening van de directeur eronder, zeggen de broers, bedoeld om geld van Nedfiber naar een eigen bv te sluizen. Onderzoek van Hoffman zou dat hebben aangetoond. De directeur, Cees Quekel, krijgt te horen dat hij zijn computer, telefoon, bankpassen, tankpas en autosleutels moet inleveren en per direct moet vertrekken. Ontslag op staande voet.

Over wat er daarna gebeurt lopen de lezingen uiteen. Verklaringen van het personeel, drie dagen later afgelegd bij advocatenkantoor Banning en in bezit van NRC, schetsen het volgende scenario: directeur Quekel weigert zijn privé-spullen af te geven, waarna Ronald Steenbergen hem slaat. „Ik zag dat Ronald Cees een klap gaf en een bokshouding aannam”, verklaart een medewerker. Steenbergen heeft een andere herinnering. Volgens de jongste broer was het juist Quekel die „agressief” werd. „Dat is toen ge-subdued”, zegt hij. Maar geslagen heeft Steenbergen naar eigen zeggen niet.

Hoe het ook zij, aan het eind van de dag heeft Readen de controle overgenomen. Medewerkers zijn op non-actief gezet, de sloten vervangen. Het personeel spreekt later in hun verklaringen van een „overval” en een „volstrekt traumatische” gebeurtenis.

De vermeende fraude is nooit aangetoond. Sterker nog, Hoffmann Bedrijfsrecherche ontkent dat het überhaupt onderzoek heeft gedaan. Ja, er was iemand van het bedrijf aanwezig die dag. Maar die was alleen ingehuurd om toezicht te houden op de overdracht van de spullen, zegt een woordvoerder. Vanwege een geheimhoudingsplicht kan hij niet in detail treden.

De broers hebben een rechtszaak aangespannen tegen de directeur, maar zijn door de rechter in het in het ongelijk gesteld.

Nedfiber is inmiddels failliet. Medio 2015 hebben werknemers faillissement aangevraagd, omdat het personeel geen salaris meer kreeg betaald. Readen vocht het faillissement aan bij de rechter, maar zonder succes.

De curator van Nedfiber, Haico Dings, heeft geen aanwijzingen van fraude door de voormalig directeur gevonden, vertelt hij aan de telefoon. Dings richt zijn pijlen juist op de Steenbergens. Hij is een procedure gestart tegen twee dochterbedrijven van Readen en de twee broers vanwege bestuurdersaansprakelijkheid en paulianeus handelen. „Voorafgaand aan het faillissement zijn twee glasvezelnetwerken verkocht aan een andere dochteronderneming, voor een niet-marktconforme prijs.” Dat had volgens Dings niet mogen gebeuren.

Dings is ook curator van twee failliete zusterbedrijven van Nedfiber. „In die faillissementen heb ik de heren Steenbergen aansprakelijk gesteld wegens een ondeugdelijke administratie.”

Ronald Steenbergen werpt de beschuldigingen van de curator verre van zich. Hij en zijn broer stonden in hun recht met de verkoop van die glasvezelnetwerken, zegt hij. En die gebrekkige administratie was niet hun schuld, maar die van de vorige directie. „Ik was interim-bestuurder, ik moest de boel opschonen.”

Steenbergen vindt het ook „onbegrijpelijk” dat de rechter niet is meegegaan in de fraudebeschuldiging tegen de Nedfiber-directeur. Veel vertrouwen in het Nederlandse rechtssysteem heeft hij niet. Steenbergen: „Ik heb wel eens van een topadvocaat gehoord: zaken die je moet winnen, verlies je. En andersom.”

Het kasteelhotel

Zo’n zelfde ervaring met het rechtssysteem hebben de broers gehad in een zaak over een van hun andere investeringen: Landgoed Altembrouck, een luxueus hotel en restaurant in het Belgische ’s Gravenvoeren. Op hetzelfde terrein van 55 hectare woont de kudde Wagyu-runderen. Landgoed Altembrouck is in 2013 onder een vorige eigenaar failliet gegaan, Readen heeft het overgenomen.

„De aankoop van een domein met een grote veestapel stond niet in ons businessplan”, zei Joop Steenbergen vorig jaar met een knipoog in een interview met de Belgische krant De Standaard. Maar de zaken gaan goed. „De weekends zijn altijd volgeboekt”, aldus Joop, die zelf op het landgoed is gaan wonen. „Op weekdagen krijgen we veel golfers over de vloer.” Verder zijn er „natuurlijk de huwelijks- en andere feesten”.

Op de achtergrond zijn de Steenbergens echter wederom in conflict zijn geraakt, zo bleek afgelopen zomer uit berichtgeving van RTL Z. Ditmaal met de oude eigenaar van Landgoed Altembrouck, zakenman Wim Claessen, die een rechtszaak tegen de broers had aangespannen – en gewonnen.

De zaak draait om een opmerkelijke deal uit 2013 over het chique kasteel-interieur, waar Claessen eigenaar van was. De partijen spraken af dat Claessen de inboedel zou verkopen voor 110.000 euro, plus aandelen in Readen ter waarde van 450.000 euro. Ná de transactie, zo was de afspraak, mocht Claessen de inboedel voor 1 euro terugkopen. Bijzonder gunstig voor Claessen: hij zou een smak geld ontvangen én eigenaar blijven van de kostbare meubels en schilderijen.

De broers hebben naar eigen zeggen met deze eigenaardige voorwaarde ingestemd omdat ze „een zwak hadden” voor Claessen, schrijft de rechter in de uitspraak, en „zagen dat diens leven zuur werd gemaakt door diens ex-echtgenotes”. De verklaring van Claessen vindt de rechter echter „aannemelijker”. Die luidt dat de broers akkoord zijn gegaan om zich van Claessens medewerking te verzekeren. „Het was voor Readen belangrijk dat Claessen zou meewerken aan de overdracht”, licht Henk Stollenwerck, Claessens advocaat, toe aan de telefoon. Claessen is zelf niet bereikbaar voor commentaar.

De deal bleek achteraf te mooi om waar te zijn. Claessen heeft niet betaald gekregen en het interieur kon hij ook niet terugkopen voor 1 euro. De zakenman is naar de rechter gestapt en kreeg gelijk. Readen moet hem de inboedel teruggeven én 450.000 euro betalen. Dat geld is nog niet overgemaakt. Ronald Steenbergen vindt namelijk ook dit „een onbegrijpelijke uitspraak”. Het hoger beroep loopt, zegt hij.

De webwinkel

Kasteelhotels en glasvezelnetten zijn geen uitgesproken expertise van de Steenbergens. Hoe anders is dat voor Neckermann.com: handel.

De ambitie was dan ook groot toen Readen in 2016 een meerderheidsbelang nam in het postorderbedrijf dat in 2012 en 2014 al eens failliet was gegaan. „Met een merk als Neckermann.com zullen we binnen twee jaar in staat zijn een top5-positie op te eisen in Nederland en België”, kondigde Ronald Steenbergen destijds aan in een persbericht van Readen. Behalve de webwinkel zou Neckermann negen winkels openen.

Maar ook bij Neckermann ging het al snel mis. Binnen een jaar ging de winkeltak failliet, 56 werknemers verloren hun baan. Vervolgens kreeg Readen ruzie met Axivate, een minderheidsaandeelhouder in Neckermann. Axivate, een Nederlands investeringsfonds, had het gebruiksrecht op het webadres, www.neckermann.com, maar weigerde dat over te dragen – tot chagrijn van de broers. Andersom vond Axivate juist dat de broers hun afspraken niet nakwamen: beloofde investeringen bleven uit.

Het conflict liep zo hoog op dat Axivate in de zomer van dit jaar naar de Ondernemingskamer stapte. Die stelde een onafhankelijke bestuurder aan die de ruzie moest oplossen. Dat is hem niet gelukt. Na de inval van de FIOD wilde deze bestuurder, Maarten van den Biggelaar, zijn opdracht teruggeven omdat „de situatie in het bedrijf volstrekt onwerkbaar is”, laat hij weten per e-mail. De Ondernemingskamer heeft hem overtuigd het nog even aan te zien.

Terug naar het FIOD-onderzoek. Dat heeft niets met Neckermann te maken, bezweert Steenbergen. Al heeft de webwinkel er wel last van, zegt hij. Klanten en zakenpartners lezen ook het nieuws.

Steenbergen verwacht niet dat de FIOD snel opgeeft. Ze hebben een enorme actie op touw gezet: invallen, aanhoudingen, beslaglegging. „Daar is veel belastinggeld naartoe gegaan. Ze kunnen nu moeilijk zeggen: foutje, bedankt.” Ze zullen „doorpuzzelen” tot ze iets vinden, verwacht Steenbergen. „Een kassabonnetje, of een benzinebonnetje dat er niet is”, zegt hij. „Zo zal het wel eindigen.”