Opinie

    • Folkert Jensma

De Reddende Rechter moet fouten tolereren

Kan ik hier nog met een rapport van het WODC aan komen aanzetten, dat sinds vorige week zwaar beschadigde instituut van Justitie? In dit geval met een onderzoek naar de vraag hoe politie en justitie eigen fouten corrigeren? Of staan voorlopig alle WODC bevindingen onder verdenking van meeschrijvende beleidsambtenaren die politiek onwelkom nieuws moeten voorkomen?

Die vraag kan ik omzeilen omdat de onderzoekers over hun WODC opdracht een vrij pertinent stuk in het Nederlands Juristenblad van 8 december schreven. Waar het officiële rapport nogal omzichtig is, bevat het NJB-stuk stellige conclusies. Dat het toezicht op politie en Openbaar Ministerie „niet al te sterk” is, waardoor „het risico bestaat” dat de manco’s „elkaar versterken”. Het is een elegante manier om te zeggen dat het nergens echt deugt en het in z’n geheel onder de maat blijft.

Het toezicht van de strafrechter op opsporing en vervolging is ten onrechte „uitgekleed”. En de „quasi-berechting” door het OM met strafbeschikkingen is kwalitatief problematisch. Extern structureel toezicht is afwezig. Behalve dan als de getroffen burger zelf in verzet gaat bij de rechter. Die blijkt dan een kwart (!) van alle aangevochten OM straffen te verwerpen of te halveren. De conclusie is dat heel wat burgers dus ten onrechte zo’n beschikking opgelegd krijgen. Wat toch een totale afgang is, rechtsstatelijk gezien. Ooit was de strafbeschikking beperkt tot veel voorkomende criminaliteit: vandalisme, klein geweld, winkeldiefstal. Maar inmiddels wordt het ook voor zwaardere zaken gebruikt. „Vrijwel elk evaluatierapport […] laat weer zien dat de schuldvaststelling een probleem is en blijft”, schrijven de onderzoekers. In het stuk komt een politierechter aan het woord die op een zitting soms álle ontvangers van strafbeschikkingen vrijspreekt. „Wat zijn we aan het doen met z’n allen”, vraagt hij.

Ook op de politie wordt onvoldoende toezicht gehouden. Agenten die onvolledige, onjuiste of soms zelfs valse processen-verbaal aanleveren worden „niet zichtbaar” gecorrigeerd. Die doen het de volgende keer dus weer. Over sancties tegen agenten is in algemene zin wel iets terug te vinden in jaarverslagen. Maar wat er in individuele gevallen gebeurt, wordt vaak stil gehouden. Uit eerder onderzoek naar 55 verhoren van verdachten bleek dat onzorgvuldigheden, vertekeningen, weglatingen en toevoegingen in pv’s regelmatig voorkwamen. Bij de meeste was geen sprake van opzet en dus fraude. Maar zorgelijk was het beeld van een ‘glijdende schaal’ wel. Al was het maar omdat onjuistheden in de pv’s „waarschijnlijk nooit aan het licht komen”. Tenzij advocaten, officieren of rechters onraad ruiken en opnames vergelijken met het proces-verbaal, dan wel een nieuw pv bevelen (OM). Foutief verbaliseren is strikt genomen meineed, maar vervolgingen zijn uiterst zeldzaam.

De kans dat dergelijke fouten zich voortzetten tot de rechtbank of het Hof is groot. Lagere rechters mogen van de Hoge Raad namelijk alleen bij uitzondering fouten als een rammelend of vals pv bestraffen. De onderzoekers noemen het „de Reddende Rechter”, waar zij liever een kritische, actieve rechter zagen. Nu moeten ze strafzaken redden die vroeger zonder meer gestaakt zouden zijn. Maar omdat het valse pv boven water is gekomen, is er geen sprake geweest van een oneerlijk proces, zo verdedigt een raadsheer van de Hoge Raad het beleid. Het corrigeren van zulke foute politiepraktijken is geen taak voor de rechter, is het idee bij de Hoge Raad.

Het past bij de moderne ‘uitgeklede’ strafrechter, die onder hoge beslisdruk staat en die Nederland vooral veilig moet houden. Aan wie zaken ‘panklaar’ worden aangeleverd, zodat er zoveel mogelijk ‘op het dossier’ kan worden beslist – met zo min mogelijk tijdvretende getuigenverhoren of het naluisteren van opgenomen verhoren. Panklare zaken met panklare fouten die dan ook even panklaar in de uitspraak verschijnen. Dan krijg je dus ook foute vonnissen. Nee, geef mij maar een controlerende rechter.

De auteur is juridisch commentator. Facebook: nrcrecht
    • Folkert Jensma