Opinie

Zo kun je een vechtscheiding voorkomen

Spreekuurrechter

De ‘spreekuurrechter’ is een nieuw fenomeen. Samenwerking tussen zo’n rechter en een mediator kan een vechtscheiding voorkomen, ondervond . Bericht uit de praktijk.

Foto: ANP / Lex van Lieshout

Aan mijn mediationtafel zitten een man en een vrouw. Ze zijn net de 40 gepasseerd, hoog opgeleid, niet getrouwd, twee kinderen. Ze zijn samen tot het besluit gekomen dat ze uit elkaar moeten. De vrouw heeft in hetzelfde dorp, niet ver van de woning waar ze zes jaar met man en kinderen woonde, een eigen woning gekocht. Ideaal voor co-ouderschap. Of de mediator wil helpen bij het opstellen van een ouderschapsplan.

Maar de zakelijke, tolerante sfeer van de eerste twee gesprekken neemt bij het derde gesprek een dramatische wending. De vrouw gaat zitten en zegt: „Ik ga verhuizen naar een ander dorp en ik neem de kinderen mee, want er is daar een prima lagere school.”

Dit is de voldongen-feiten-strategie – en iedere mediator herkent deze direct als de bel voor de eerste ronde van een ‘vechtscheiding’. De man ontploft. Hij wil niets van de op handen zijnde verhuizing weten. Bovendien, hij heeft samen met de vrouw het gezag over de kinderen, dus moet zij zijn toestemming hebben om de kinderen mee te nemen naar een andere plaats. De man weigert toestemming. „De kinderen?” zegt hij. „Die blijven hier.”

Met gewiekste interventies probeer ik de man en de vrouw terug te laten keren naar een rustiger gesprek, een zonder stemverheffing. Ik vraag de vrouw of ze iets kan bedenken waardoor ze misschien toch in het oude dorp blijft. Maar zij houdt voet bij stuk.

„Wat kan ik doen als hij geen toestemming geeft?”, vraagt ze aan mij.

„Je kunt bij de rechter vervangende toestemming vragen.”

„Oké, dan haal ik de toestemming bij de rechter. Want die toestemming krijg ik natuurlijk. Toch?” Nu kijkt ze mij vragend aan.

Op dat moment maak ik als mediator de onvergeeflijke fout om te zeggen: „Of je die toestemming krijgt, is allerminst zeker. Op grond van de jurisprudentie over dit soort zaken vrees ik dat je die toestemming niet krijgt.”

„Jij bent partijdig!”, gilt de vrouw. „Jij bent het gewoon eens met hem!” Ze wijst naar de man. „Jij vindt dus, net als hij, dat de kinderen hier moeten blijven. Dit accepteer ik niet. Ik wil geen partijdige mediator.” De vrouw vertrekt.

Einde mediation. Begin vechtscheiding.

„Jij bent partijdig”, gilt de vrouw. „Jij bent het met hem eens. Ik wil geen partijdige mediator”

Zo maakt een puur juridisch probleem (verhuizen naar een andere woonplaats met minderjarige kinderen) een eind aan een mediation waarin we al flinke vorderingen hadden gemaakt met een mooi ouderschapsplan. Het zal een half jaar of nog langer duren (alles duurt heel erg lang bij de onderbezette rechtbank Noord-Nederland, ondanks art. 1:253a lid 6 BW, dat bepaalt dat de rechtbank een verzoek om vervangende toestemming binnen zes weken behandelt) voor de vrouw van de rechter te horen zal krijgen dat ze inderdaad geen vervangende toestemming krijgt.

Tegen die tijd is de sfeer tussen haar en haar ex al zodanig vergiftigd, dat ze niet meer samen alsnog een goed ouderschapsplan kunnen maken. De kinderen zijn uiteindelijk de verliezers – dat is altijd zo.

Toen de eerste berichten over de zogenoemde ‘spreekuurrechter’ verschenen, in het najaar van 2016, leek het erop dat wij, mediators, er een nieuwe concurrent bij kregen. Voor 39 euro per persoon konden mensen terecht bij de spreekuurrechter die „eerst probeert met een goed gesprek tot een oplossing te komen en pas als het nodig is zelf beslist wat er moet gebeuren”.

In deze gemoedstoestand maakte ik kennis met Ton Lennaerts, bedenker en initiator van de spreekuurrechter. Hoe was Lennaerts, na ruim eenendertig jaar ervaring als rechter, op het idee gekomen dat een rechter eigenlijk mediator moet zijn? Wij mediators zijn gemiddeld vijftien uur met cliënten bezig – en hij denkt dat een rechter dit in een dagdeel kan? Ton Lennaerts reageerde verrassend: „Dit moeten wij, rechters en mediators, samen doen.”

Nu schrijft Lennaerts in het Nederlands Juristenblad (NJB): „De keten mediator-spreekuurrechter-mediator is veelbelovend.” En columnist Folkert Jensma noemde de spreekuurrechter „de meest inspirerende vernieuwing in de rechtspraak sinds het kort geding”. (NRC 9/12)

Lees hier de column van Folkert Jensma: Advocaten, stap eens uit je verdienmodel.

Mijn cliënten wilden co-ouderschap. Ze waren goed bezig om samen een mooi ouderschapsplan te maken. Wilden echt het beste voor hun nog jonge kinderen. Tot de vrouw aankondigde te willen verhuizen naar de woonplaats van haar nieuwe vriend, zo’n vijfentwintig kilometer verderop. „Dan kunnen de kinderen dáár ook het beste naar school gaan,” zei ze. De oudste van de twee kinderen moet in september 2018 voor het eerst naar school.

De man reageerde verrassend rustig: „Geef ik je geen toestemming om te verhuizen, dan hebben de kinderen een chagrijnige moeder. Van mij mag je dus verhuizen. Maar de kinderen gaan hier naar school.”

De vrouw begon te huilen. „Het draait altijd weer om jou. In de omgangsregeling staat dat de kinderen de meeste schooldagen bij mij zijn. Ik wil niet steeds in de auto zitten met de kinderen.”

De man bleef onvermurwbaar. „Hier hebben de kinderen altijd een achtervang, hier wonen hun grootouders.”

Het lukte de man en de vrouw niet in de mediation dichter bij elkaar te komen. Ze wilden wel het besluit over waar het oudste kind in september 2018 naar school zou gaan uitstellen tot uiterlijk juli 2018. Maar als mediator wilde ik zo’n afspraak niet: „Aan een convenant met een ingebouwde tijdbom kan ik niet meewerken”, zei ik en deelde partijen mee dat wat mij betreft de mediation was beëindigd en dat ze maar op zoek moesten naar een advocaat. „Maar”, zei ik, „er is nog één andere mogelijkheid: de spreekuurrechter.”

Een klein zaaltje in het gerechtsbouw in Assen, drie dagen na aanmelding van de zaak bij de spreekuurrechter. De rechter (de oud-teamvoorzitter sectie familie) zit keurig in toga achter een tafel, naast hem de griffier. Partijen nemen plaats en de rechter begint het gesprek, zoals een dokter in de spreekkamer. Zowel de vrouw als de man komen uitvoerig aan het woord. Ze willen beiden nog altijd co-ouderschap. Maar in hun standpunten over de verhuizing komt geen beweging. De spreekuurrechter verdaagt de zitting voor een kwartiertje om nog even goed over de kwestie na te denken.

Als de zitting wordt hervat, deelt de spreekuurrechter zijn overwegingen met partijen. De vrouw mag verhuizen, legt hij uit, maar de kinderen zijn ook de kinderen van de man. Gelet op de nog prille nieuwe relatie van de vrouw, de aanwezigheid van een altijd inzetbare ‘achtervang’ (opa en oma) in de woonplaats van de man en het feit dat er in deze woonplaats ook een middelbare school is, denkt de rechter dat het beter is als de kinderen hier naar school gaan.

De vrouw snapt het wel. „Maar zou u zo’n uitkomst ook kunnen accepteren?”, vraagt de rechter. Dat kan zij. „Dan stel ik voor om geen vonnis te wijzen”, zegt de rechter, „maar dat we deze afspraak vastleggen in een vaststellingsovereenkomst die jullie hier tekenen en die we dan vervatten in een process-verbaal van deze zitting.” Aldus geschiedde.

De angel was uit het conflict gehaald, nog voordat dit kon escaleren. Een vechtscheiding was voorkomen. Zonder spreekuurrechter zouden de man en de vrouw elk met een eigen advocaat voluit de strijd hebben aangebonden. Nu kon de mediation, na interventie van de spreekuurrechter, in één sessie worden afgerond.

Het wegnemen van juridische blokkades door de spreekuurrechter maakt mediation kansrijker.

Mediators hechten aan het beginsel van niet-sturen, niet op enigerlei wijze directief zijn. Maar wanneer de mediation dreigt te stranden in een juridische kwestie, zal de mediator directieve interventies niet moeten schuwen, om partijen te helpen de spreekuurrechter te ontdekken en als kans te waarderen. Wij noemen dat in Noord-Nederland al „de spreekuurrechterparadox”: juridiseren om vervolgens nog effectiever te kunnen de-juridiseren, inzetten op het juridische conflict om de weg vrij te maken voor focus op de relatie, zoals het een goede mediator betaamt.

Vier maanden na de spreekuurrechter-zaak van de vrouw die met de kinderen wilde verhuizen, kreeg ik van de man een sms-je: „Het gaat heel erg goed. Zij woont inmiddels samen en we zijn allebei heel flexibel. Ik spreek voor ons beiden, als ik zeg dat ik denk dat het super goed gaat. De kinderen doen het fantastisch en ik kan in het huis blijven. Al met al mogen we absoluut niet klagen.”