Ze zijn dood, verdwenen of namen de bus

IS-gangers

Naar schatting 42.000 buitenlanders trokken de voorbije jaren naar het kalifaat, onder wie 5.000 Europeanen. Het kalifaat bestaat nagenoeg niet meer. Waar zijn de strijders? Wat gaan ze doen?

Deze illustratie komt uit het boek Les Revenants van David Thomson en is gemaakt door tekenaar Matthieu Méron. Illustratie Matthieu Méron

Eén antwoord op de vraag waar de IS-strijders zijn gebleven: ze zijn vertrokken met luchtgekoelde reisbussen. Afgelopen zomer bood de Libanese shi’itische militia Hezbollah vrije aftocht aan 17 bussen met IS-strijders en hun families die zich in het Libanees-Syrische grensgebied hadden verschanst.

Dit soort deals zijn in de regio heel gewoon. Het Syrische regime doet dit om zijn grondgebied te consolideren en de tegenstander (rebellen, Al-Qaeda) in een steeds kleiner gebied te dwingen. Hezbollah had het een maand eerder gedaan met Al-Qaeda-strijders en daar had geen haan naar gekraaid.

Maar dit was IS. De Verenigde Staten waren woedend. Amerikaanse vliegtuigen schakelden bruggen en wegen uit langs het traject van het konvooi dat door Syrië trok. Telkens als een IS-strijder zich te ver verwijderde van de bussen, al was het maar om te gaan plassen, werd hij uitgeschakeld door een drone. Maar na twee weken bereikten 11 van de 17 bussen toch hun bestemming: Al-Bukamal op de Syrisch-Iraakse grens, toen nog een IS-bolwerk.

In dit konvooi waren voor zover bekend geen Europese IS-strijders. IS is in het Syrisch-Libanees grensgebied vooral een plaatselijke affaire. Maar Europeanen waren er wel toen IS’ers en hun families in oktober vrije aftocht kregen uit Raqqa, dat toen belegerd werd door de SDF, de voornamelijk Koerdische strijders die door de VS werden gesteund.

De VS morden. „Wij zijn het niet altijd helemaal eens met onze partners, maar moeten hun oplossingen respecteren”, zei kolonel Ryan Dillon, woordvoerder van de anti-IS-coalitie. Met andere woorden: bij gebrek aan betekenisvolle eigen troepen op het terrein moeten de VS het spel spelen volgens de lokale regels.

Een bevelhebber van de SDF zei in december, nadat hij was overgelopen naar Turkije, tegen persbureau Reuters dat het niet om honderden maar om vierduizend mensen ging, het merendeel strijders. Een van de buschauffeurs zei tegen de BBC dat er „geweldig veel” buitenlanders bij waren, „uit Frankrijk, Turkije, Azerbeidzjan, Pakistan, Jemen, Saoedi-Arabië, China, Tunesië, Egypte”.

Waar zijn die gebleven? Een deel zit in de gevangenis. Volgens Human Rights Watch worden in Irak zeker 20.000 mensen vastgehouden op verdenking van IS-lidmaatschap. Anderen zitten in gevangenissen in Koerdisch gebied in Syrië, in Syrisch oppositiegebied, in Turkije. Veel anderen zijn dood.

We zien weinig mensen uit het kalifaat komen omdat de meesten dood zijn

„Wij hebben er, conservatief geschat, 60 à 70.000 gedood”, zei generaal Raymond Thomas, hoofd van het US Special Operations Command, in juli. „We zien weinig mensen uit het kalifaat komen omdat de meesten dood zijn”, zei luitenant-generaal Kenneth McKenzie Jr. In oktober.

Korrel zout

Die groteske cijfers moeten met een korrel zout worden genomen. De voorbije jaren hebben de VS regelmatig geclaimd dat ze meer jihadi’s hadden gedood dan het door hen kort tevoren nog geclaimde aantal jihadi’s in het algemeen. In 2014 schatte de CIA dat IS in Syrië en Irak uit 20 à 30.000 man bestond. In 2016 waren het er nog altijd 20 à 30.000, ook al had het Pentagon in 2015 beweerd dat er tienduizend waren gedood.

Een deel is wellicht verdwenen in het zwarte gat van het grensgebied tussen Syrië en Irak. Eind vorige maand veroverde het Syrische regeringsleger daar voor de tweede keer Al-Bukamal – na de eerste keer was IS teruggekomen.

Aan de andere kant van de grens verklaarde de Iraakse premier Abadi vorige zaterdag formeel dat zijn land nu geheel IS-vrij is. Maar het slotoffensief in het grensgebied was pas een dag eerder begonnen. Vermoedelijk zijn de Iraakse troepen tot aan de grens gereden zonder iemand tegen te komen, en zijn de resterende IS’ers verdwenen in het landschap of in de plaatselijke bevolking.

Bekijk ook onze video over hoe Islamitische Staat opstond en weer ten onder ging:

Verdwenen onderdanen

In veel Europese landen speelt nu de vraag waar de onderdanen nu zijn die naar het kalifaat zijn vertrokken – en welk gevaar zij in de toekomst vormen. Volgens cijfers van het Radicalization Awareness Network (RAN) van de Europese Commissie zijn de voorbije jaren meer dan 42.000 buitenlanders gereisd naar IS-gebied in Syrië en Irak. Van hen waren meer dan 5.000 afkomstig uit Europese landen, meer dan 9.000 uit de voormalige Sovjet-Unie, en de rest uit andere islamitische landen.

Sinds het offensief tegen IS in Irak en Syrië vorig jaar werd ingezet, is de instroom van buitenlandse strijders zo goed als opgedroogd, en is de aandacht verlegd naar de terugkeerders. Volgens het RAN-rapport is gemiddeld 30 procent van de Europese IS-gangers teruggekeerd. In het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Denemarken gaat het om de helft.

Niet elke IS-ganger vormt een gevaar voor de samenleving. Een recent rapport van het Soufan Center, een Amerikaanse onderzoeksgroep, identificeert vijf categorieën van terugkeerders. De minst gevaarlijke: zij die vroeg en gedesillusioneerd zijn teruggekeerd uit IS-gebied. De gevaarlijkste: zij die door IS naar Europa zijn gestuurd.

Van de daders van de aanslagen in Parijs en Brussel is bekend dat zij door IS naar Europa zijn gestuurd met de specifieke bedoeling daar aanslagen te plegen. Het amateuristische karakter van veel recente aanslagen doet vermoeden dat IS niet langer beschikt over de capaciteit om grote aanslagen te plegen. Zeker is dat niet.

Interpol heeft vorige zomer een lijst verspreid met de namen van 173 IS-strijders die mogelijk zijn opgeleid om aanslagen te plegen in het Westen. De BBC sprak met een Franse ex-IS-strijder, ‘Abu Basir al-Faransy’, die nu in het Syrische Idlib woont. Hij zei: „Er zijn Franse broeders uit onze groep die naar Frankrijk zijn vertrokken om daar aanslagen te plegen.” De VRT kon deze week telefonisch spreken met Tarik Jadaoun, een Belgische IS’er in een Iraakse gevangenis. Hij zei: „Ik weet dat er mensen daar [in Europa] zijn die zich verstoppen.”

Als er al Belgen, Nederlanders, Fransen of Britten opdoken, waren dat meestal vrouwen en kinderen.

Er is één groot verschil met het tijdperk vóór de aanslagen van Parijs. Omdat IS nauwgezet administratie bijhield, en het afgelopen jaar veel documenten zijn aangetroffen, is nu veel meer bekend over wie bij IS zat. Die informatie wordt ook beter gedeeld, onder meer via het European Counter Terrorism Center, dat in januari 2016 werd opgericht in de schoot van Europol.

Turkije beschikt over een lijst met 53.781 namen uit 146 landen van mensen van wie vermoed wordt dat zij hebben geprobeerd Irak of Syrië te bereiken.

Daar komen nog degenen bij die wel naar IS-gebied wilden, maar om de een of andere reden nooit zijn vertrokken. „Dat zijn mensen die zichzelf wel zien als leden van het kalifaat en trouw hebben gezworen aan de kalief”, stelt het Soufan-rapport. „Zij gehoorzamen aan het ordewoord aan te vallen daar waar het mogelijk is.”