‘Wij kennen bijna alle IS-strijders’

Opsporing via Whatsapp
Zo’n 250 mensen proberen via een Whatsapp-groep IS’ers te identificeren.

Deze illustratie komt uit het boek Les Revenants van David Thomson en is gemaakt door tekenaar Matthieu Méron. Illustratie Matthieu Méron

Wanneer Aghiad al-Kheder een melding krijgt van WhatsApp, is de kans groot dat er op zijn telefoon een foto, video of geluidsopname is binnengekomen van een vermeende IS-strijder in Syrië. Al-Kheder, een jonge Syriër die sinds 2015 in Duitsland woont, zit in een WhatsApp-groep waarin zo’n 250 mensen overal ter wereld helpen bij het identificeren van vluchtende IS-strijders die zich aanmelden bij checkpoints in oppositiegebied in Syrië.

„Hoe heet je?” klinkt het in één geluidsopname die al-Kheder doorstuurt. „Omar Mahmoud al-Ahmed”, is het antwoord. „Waar kom je vandaan?” „Ik ben van Hassakah” – een stad in autonoom Koerdisch gebied in Syrië. Een foto van de keurig geschoren jongeman wordt ook vanaf het checkpoint naar de WhatsApp-groep gestuurd.

Eén blik erop en al-Kheder in Duitsland weet: hij liegt. „Hij is van Makhan, een dorpje vlak bij Deir Es-Zor,” zegt al-Kheder, die zelf uit Deir Es-Zor komt. „Hij is meteen bij IS gegaan toen zij daar in 2015 zijn aangekomen. Dat heb ik zelf gezien.”

Zo makkelijk gaat het niet altijd. Bij een andere foto zegt al-Kheder: „Als ik het niet weet, gooi ik de informatie in een andere groep op Telegram [een alternatief voor WhatsApp], waar veel activisten zitten. Daar is deze jongen herkend als een IS-strijder uit Raqqa. Zijn nom de guerre was Abu Hassan.”

De WhatsApp-groep werd in het leven geroepen door Abu Abd al-Rahman, een bevelhebber van de rebellengroep Ahrar al-Sharqiya. „Zo’n veertien maanden geleden zagen we een toestroom van IS-strijders in ons gebied. IS was verjaagd uit Fallujah in Irak, het offensief in Mosul was net begonnen”, zegt Abd al-Rahman aan de telefoon vanuit Al-Bab in Syrië. „We beseften dat we een beter systeem nodig hadden om IS-strijders te identificeren. Ik ben toen de WhatsApp-groep begonnen met aanvankelijk drie toegewijde Syrische activisten.”

Dankzij de WhatsApp-groep worden elke dag acht tot twintig IS-strijders onderschept.

Geen Europeanen

Abu Abd al-Rahman zegt dat zijn mannen mede dankzij de WhatsApp-groep elke dag acht tot twintig IS-strijders onderscheppen.

Meestal gaat het om Syriërs of Irakezen, af en toe om Arabieren uit andere landen. Europese jihadisten is hij nog niet tegengekomen.

Maar Abu Abd al-Rahman is gefrustreerd. „Het probleem is dat er geen betrouwbaar rechtssysteem is. Drie maanden geleden heb ik twee Saoediërs, 19 en 22 jaar oud, naar de rechtbank in Azaz gestuurd. Een maand later hoorden we dat ze zijn vrijgelaten in ruil voor 100.000 dollar smeergeld, en dat ze uit Syrië zijn vertrokken. De rechters zijn corrupt en dat is heel frustrerend voor ons.”

Agiad al-Kheder zit sinds twee maanden in de appgroep; sinds de val van Raqqa. Hij behoort tot Sound-and-Pictures, een groep activisten uit Raqqa en Deir Es-Zor die onder het IS-bewind clandestien actievoerden en informatie naar buiten smokkelden. Ze zijn verwant aan het bekendere Raqqa is Being Slaughtered Silently (RBSS).

„Door ons werk kennen we zo goed als alle IS-strijders. Omdat we ter plaatse waren en omdat we alle IS-video’s nauwlettend hebben bestudeerd. Nu Raqqa is bevrijd, zien we het als onze plicht vluchtende IS-strijders die mogelijk nieuwe aanslagen willen plegen, tegen te houden”, zegt al-Kheder.

Bevelhebber Abu Abd al-Rahman zegt dat veel van de IS-strijders die hij onderschept, zich eerder hadden overgegeven of gevangen waren genomen door de SDF. „De SDF weet niet wat ermee te doen, dus ze laten hen gaan en dan komen ze bij ons terecht.”

Niet nog meer bloedvergieten

Of dat laatste waar is, valt moeilijk te verifiëren. Nadim Houry van Human Rights Watch sprak afgelopen zomer met rechters in Koerdisch gebied in Syrië. „Er worden mensen vrijgelaten. In juni bijvoorbeeld heeft het locale bestuur van Raqqa amnestie verleend aan 83 gevangengenomen IS-strijders. Het ging daarbij om mensen die geen bloed aan hun handen hadden, en het bestuur omschreef de maatregel als een gebaar van goede wil, bedoeld om stabiliteit en verzoening te promoten.”

Vanuit Al-Bab zegt bevelhebber Abu Abd al-Rahman aan de telefoon: „Er zijn veel manieren om met IS-criminelen om te gaan. Meer bloedvergieten is het laatste wat wij willen. Maar het kan niet alleen aan ons overgelaten worden. Ik hoop dat de internationale rechtbanken op een dag met een efficiënte oplossing komen al deze mensen te berechten.”

Met medewerking van Ahmed Medhat in Kairo.

    • Gert Van Langendonck