Column

Vermoorde onschuld

BAF! klinkt het pal naast mijn linkeroor. Een doffe dreun waar ik zo van schrik dat ik in een reflex vol op mijn rem ga staan. Was het een mens, een hond, een grote vogel misschien? Naast mijn auto duiken uit het donker twee grijnzende jongensgezichten op en volgt een tweede klap. Een bonk sneeuw blijft even op mijn raampje kleven om in losse delen langzaam naar beneden te glijden. „Sedar Soares”, zeg ik hardop tegen mezelf. En zwaai vriendelijk naar de kwajongens die alweer met verse sneeuwballen klaar staan.

Sedar Soares. Al bijna 15 jaar lang associeer ik sneeuw met de zinloze dood van deze jongen uit Rotterdam-Zuid. Sedar werd niet ouder dan 13 jaar, omdat hij vanaf het parkeerdek bij metrostation Slinge samen met vriendjes sneeuwballen gooide naar passerende auto’s. Onder de bekogelde automobilisten was er eentje met een wapen op zak, die waarschijnlijk (want er is nooit een bekentenis geweest) uit onbeheersbare woede of wraak zijn pistool op de spelende jongens richtte. BAF! Sedar was op die eerste februari in 2003 het enige kind dat niet wegdook achter de betonnen rand van het parkeerdek en kreeg een kogel door zijn voorhoofd.

Ik heb me dikwijls afgevraagd waarom juist deze kindermoord mij (en zo veel anderen) zo heeft aangegrepen en altijd is bijgebleven. Er zijn in die jaren nog zoveel andere kinderen vermoord in Rotterdam en omgeving. Denk aan de Schiedammer Parkmoord, het ‘Meisje van Nulde’ of het ‘Maasmeisje’ – allemaal even afschuwelijke verhalen die diepe indruk hebben gemaakt. Maar Sedars dood voelde vanwege het bizarre motief misschien wel het meest zinloos: vermoord om een sneeuwbal! En het zal wellicht ook met herkenning te maken hebben: in de onschuld van een spelend en baldadig kind in de sneeuw ziet iedereen zichzelf terug (of zijn kinderen, buur- of kleinkinderen).

Massale verontwaardiging volgde toen de verdachte in hoger beroep door gebrek aan bewijs (en bange getuigen) werd vrijgesproken en nog altijd vrij rondloopt in Rotterdam. Ik zag deze Gerald H. enkele jaren geleden toevallig op Katendrecht, toen hij ’s zomers bij het Deliplein zijn auto stond te wassen – alsof er niets gebeurd was. Terwijl we hem passeerden, stootte een vriendin me aan en fluisterde: „Dat is de moordenaar van Sedar Soares.”

Ik heb zijn gezicht niet onthouden en zou de man nooit meer herkennen, maar dat geldt niet voor het gezicht van Sedar Soares. Zijn lieve, verlegen snoetje (op een portretfoto van de schoolfotograaf) staat in mijn geheugen gegrift.

Ik hoop dat ik over 15 jaar nog steeds aan hem denk bij het vallen van de eerste sneeuwvlokken. En altijd zal blijven glimlachen bij een onverwachte bekogeling, zelfs als ik me in eerste instantie de tering schrik.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.