Topland? Ja. Hoofdprijs? Nee. Oorzaak: Noorwegen

WK handbal

Noorwegen was weer te sterk, nu in de halve finale van het WK handbal. Voor Nederland duurde de weg naar de top twintig jaar. Een academie en een sterke visie gaven het ultieme zetje. „Alleen de pioniers zijn vergeten.”

Noem ze onverbeterlijke optimisten, overambitieuze strebers of zelfs gekken, maar Nederlands succes in sporten waar dat allerminst vanzelfsprekend is, begint altijd in de hoofden van dergelijke types. Begin jaren tachtig stuwden de Madurodam-volleyballers van Martinus vanuit het niets het Nederlands team in 1996 naar olympisch goud. Zij inspireerden een decennium later Bert Bouwer, toenmalig bondscoach van de handbaldwergstaat Nederland, die onder het motto ‘meiden met een missie’ de internationals fulltime bijeenbracht met het doel hen naar de Olympische Spelen te brengen. Een irreëel streven werd in 2016 in Rio de Janeiro realiteit en de ‘missionaire’ meiden behoren sinds 2015 structureel tot de topvier van de wereld. De moraal: onwerkelijke doelen vragen een onwerkelijke aanpak.

Vooralsnog ontbreekt een mooie prijs. De oorzaak: Noorwegen. Die tegenstander blijkt de laatste twee jaar een fundamenteel obstakel. Of het nu de WK-finale van 2015 was, de wedstrijd om het brons op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro of vorig jaar de EK-finale, steeds weer dwarsboomden de Noren de torenhoge Nederlandse ambities. Vrijdagavond in Hamburg was dat niet anders in de halve finale van het WK, waar Nederland met 32-23 werd weggeblazen door Noorwegen. Pijnlijk in de zin dat Nederland kansloos was, verklaarbaar doordat de grote vorm bij de ploeg ontbreekt.

Vergeet Noorwegen, koester de nieuwe status als topland. Want dat is Nederland tegenwoordig. Voor de gigasprong voorwaarts legde Bouwer twintig jaar geleden het fundament. Hij weet nog hoeveel weerstand van met name de Nederlandse clubs moest worden overwonnen om de Oranje-speelsters uit de competitie te halen en dagelijks onder te brengen op het sportcentrum in Zeist, waar het Bankrasmodel van de volleyballers werd gekopiëerd. Bouwer liet de kritiek als water over een eend van zich afglijden en ging aan het werk. Hij had een plan waaraan hij onwrikbaar bleef vasthouden, met steun van het handbalverbond NHV. Leven als een professional was in zijn ogen de basis voor succes. Bouwer besefte maar al te goed dat hij begonnen was aan een bergetappe zonder afdalingen.

Poster met topless speelsters

Er was een plan, gevoed door sterke ambities, maar weinig geld. Het project ‘meiden met een missie’ werd op de gekste manieren onder de aandacht gebracht. Onder andere met een poster van topless Oranje-speelsters. Weliswaar met de armen gekruisd over hun borsten, maar toch, de actie leidde tot kritiek van conservatieve handballiefhebbers – ‘moet dan nou zo nodig?’ – maar bracht de gewenste publiciteit en een licht groeiende belangstelling vanuit het bedrijfsleven. Niet de grote bedragen waarop was gehoopt, maar er was een begin. Een begin dat later door financieel wanbeleid bij de bond weer werd vermorzeld. Maar het gepruts aan de bestuurstafel ten spijt, bleef het zaad dat Bouwer had gestrooid onverwoestbaar doorgroeien.

Bouwer ging, Sjors Röttger kwam, eerst als bondscoach, later als technisch directeur en tegenwoordig bondsdirecteur. De oud-militair repareerde de sportieve schade en onderstreepte in 2005 met een vijfde plaats op het WK in Rusland de vorderingen. Nederland naderde de top en dat kweekte honger. Röttger wilde doorpakken. Hij overtuigde zijn toenmalige collega-technisch directeur van sportkoepel NOC*NSF, Charles van Commenée, om te investeren in een handbalacademie op nationaal sportcentrum Papendal. Een internaat waar talenten in combinatie met een studie worden klaargestoomd voor tophandbal, zo had Röttger dat in zijn vizier.

Veredelde juniorencompetitie

Een vooruitziende blik, blijkt nu, want de helft van de huidige nationale selectie is een product van de handbalacademie, met Tess Wester en Estavana Polman als meest aansprekende exponenten. Die opleiding blijkt effectief, want tientallen Nederlandse speelsters hebben intussen via Papendal een club in het buitenland gevonden. Negatief neveneffect is dat de Nederlandse competitie danig is verzwakt. Tot ergernis van Bouwer, die vindt dat de clubs niet van de academie profiteren. Hij zou graag zien dat de talentopleiding de Nederlands competitie versterkt. „De eredivisie is nu een veredelde juniorencompetitie", bromt Bouwer door de telefoon. „Door het ongekend hoge niveau van het Nederlands team zou je verwachten dat afgevallen speelsters de eredivisie komen versterken. Niets van dat, eenmaal in het buitenland blijven ze verslaafd aan dat niveau en zie je ze nooit terug. Mijn oplossing: net als in Denemarken speelsters niet te jong naar het buitenland laten gaan en eerst laten rijpen in Nederland.”

Als technisch directeur beperkte Röttger zich niet tot de aanstelling van Henk Groener als bondscoach, maar ontwikkelde hij in samenspraak met hem, Bouwer en de andere oud-bondscoach, Ton van Linder, een handbalvisie, samengevat in 67 pagina’s. Die paper geldt als leidraad voor alle bondscoaches. Ook Helle Thomsen, de huidige bondscoach, moest zich aan die lijn committeren. Zo niet, dan grijpt Röttger in, al moest hij slikken toen Thomsen hem vroeg haar baan in Nederland te mogen combineren met die van clubcoach in Boekarest. Röttger ging grommend akkoord. Hij zwichtte voor het argument dat zij bij een club die Champions League speelt op topniveau kan blijven werken. Maar in zijn hart is Röttger niet blij met Thomsens duobaan.

Röttgers visie en Groeners veldwerk brachten eindelijk de resultaten waarop jarenlang was gehoopt. In 2015 stoomde Nederland op het WK in Denemarken op naar de finale, om gestuit te worden door Noorwegen. Dankzij een overtuigend gewonnen kwalificatietoernooi in Frankrijk werden de Olympische Spelen bereikt in Rio de Janeiro, waar een bal tegen de paal van Lois Abbingh in de slotseconde van de halve finale tegen Frankrijk de weg naar goud blokkeerde. Brons voor een olympische debutant zou sensationeel zijn geweest, ware het niet dat opnieuw Noorwegen in de weg stond. Eind vorig jaar leek dan toch die begeerde hoofdprijs binnen bereik, maar zelfs Nederland-in- topvorm bleek Noorwegen een te grote horde. Die nederlaag deed vanwege het verschil van één doelpunt meer pijn dan de nederlaag van vrijdagavond in Hamburg. Gaandeweg de wedstrijd schoot Nederland in de modus van gelatenheid, zo groot was het krachtsverschil.

De aartsvader is apetrots

Hoe dan ook, Bouwer zegt apetrots te zijn op de prestaties van het Nederlands team, het succes waarvan hij zich de aartsvader beschouwt. Hij geniet van de uitstraling van de ploeg en de sympathie die de speelsters in Nederland oproepen. Wester en Polman zijn bekende namen, dat had hij zich twintig jaar geleden niet kunnen voorstellen. Maar er knaagt ook iets aan Bouwer. Hij vindt dat de bond de geschiedenis miskent. Getergd: „Ik mis de waardering voor de speelsters die de eerste stappen hebben gezet. Waarom wordt er bijvoorbeeld rond een EK of WK geen reünie voor oud-internationals georganiseerd. De pioniers zijn vergeten.”