Soms moet je knokken en afzien om iets te bereiken

Auteurs vertellen wat ze van hun moeder leerden. Vandaag: schrijver : ‘Mijn moeder had een man die vader noch echtgenoot wenste te zijn.’

‘Ik leef voor jullie”, zei mijn moeder vaak tegen mijn zus en mij toen we nog klein waren. Haar huwelijk met mijn vader was turbulent en ze stond er alleen voor in onze opvoeding. Mijn vader leefde zijn eigen leven en gedroeg zich als een norse vrijgezel die een kamer huurde in ons appartement in de Bijlmer. Als communist weigerde hij te werken voor het kapitalistische systeem, maar de uitkering die de Nederlandse staat hem verschafte, incasseerde hij gewillig en verbraste hij in de stad aan drank, hapjes en gokspelen.

Een groot deel van haar leven voerde mijn moeder twee gevechten tegelijk: ze probeerde mijn zus en mij het hoogst mogelijke onderwijs te laten volgen. En ze trachtte haar man op het rechte pad te brengen en niet verder te laten afdrijven van zijn gezin. Wanhoop vulde haar dagen in die vroege jaren, aangevuld met onzekerheid en eenzaamheid, want in de Bijlmer kende ze niemand en in Nederland had ze geen familie. Ze had alleen haar kinderen en een man die vader noch echtgenoot wenste te zijn. De hoop dat haar kinderen het ooit beter zouden hebben, hield haar op de been. Ik besefte pas werkelijk hoe zwaar het voor mijn moeder geweest moet zijn toen ik aan mijn tweede roman Wees onzichtbaar, werkte en een gezin in de Bijlmer opvoerde dat op het mijne lijkt.

Hoe beroerd we het financieel ook hadden, mijn moeder besloot thuis te blijven om voor ons te zorgen tot we oud genoeg waren om het belang van een goede scholing te onderkennen. Ze wachtte altijd geduldig tot we thuiskwamen van school, vroeg hoe het was gegaan en dirigeerde ons vervolgens naar ons bureau waar ons huiswerk wachtte. „Het enige wat ik van jou vraag, is dat je het vwo afmaakt en naar de universiteit gaat”, zei ze vaak met warme, doch dwingende stem. Een zware opgave, want ik had een verschrikkelijke hekel aan mijn middelbare school, waar ik gepest werd en enorm worstelde met wiskunde.

Toen ik roemloos dreigde te degraderen naar een mavo/havo-klas, dacht ik alleen maar aan het verdriet dat ik haar zou aandoen. De gedachte dat haar opofferingen voor niets waren geweest, kwelde me. Dus ging ik de strijd aan met een ongekende vastberadenheid die ik van haar afgekeken moet hebben. Pas toen het weer beter ging met mij, stond mijn moeder het zichzelf toe aan haar eigen emancipatie te werken. Ze nam een baan, verbeterde haar Nederlands en volgde cursussen. Haar zelfvertrouwen en eigenwaarde groeiden zienderogen.

Waar mijn lanterfantende en onvoorspelbare vader me telkens liet zien hoe ik later nimmer wilde worden, nam mijn moeder alle levenslessen voor haar rekening. Ze begeleidde me wekelijks naar de bibliotheek toen ik als kind achterliep met lezen, bracht me empathie bij voor alle levende wezens en benadrukte eindeloos de waarde van familie. Maar bovenal leerde ze me dat je in dit leven moet knokken en soms ook afzien om iets te bereiken.

Mijn talent voor vertellen heb ik van mijn vaders vader die verhalenverteller was. Maar als mijn moeder me niet met engelengeduld discipline en doorzettingsvermogen had bijgebracht, waren de woorden die u nu leest nooit in deze krant afgedrukt. Dan was ik nooit schrijver geworden.

    • Murat Isik