Column

Soevereiniteit is ook: je high-tech bewaken

Wanneer wasmiddelen- en verffabrikanten door het buitenland worden belaagd, staat Nederland wegens gefnuikte nationale trots op zijn kop. Maar de geplande overname van de Eindhovense chipfabrikant NXP – voorheen Philips – door het Amerikaanse Qualcomm bereikt enkel de financiële hoekjes van de kranten.

Toch is die stilte merkwaardig. Dit overnamebod is een betekenisvolle zet op een wereldwijd strijdtoneel, zoals Amerika en China goed inzien. In de chipindustrie gaat het niet enkel om winst en werkgelegenheid, maar ook om greep op de toekomst. Weliswaar wapperen Haagse en Brusselse politici en beleidsmakers met wervende woorden als digitalisering, zelfsturende auto’s, elektronische patiëntendossiers, kunstmatige intelligentie en het internet der dingen. Leg die snelweg naar 2030 maar aan! Maar het bouwt lekkerder aan de digitale toekomst als je ook de elementaire bouwsteentjes blijvend zelf kunt ontwikkelen en fabriceren.

De Europese Commissie gaat waarschijnlijk akkoord met het bod van Qualcomm op NXP (47 miljard dollar). De Amerikaanse toezichthouder gaf, niet verrassend, al groen licht.

Maar behalve Brussel moet ook Beijing nog toestemming verlenen, op straffe van verlies van toegang tot de grote Chinese markt. Voorheen heeft Beijing zulke momenten uitgebaat om te eisen dat onderdelen van het gefuseerde bedrijf worden afgestoten, en liefst in Chinese handen komen. Dat is, cynisch gezegd, een makkelijkere manier om technologische kennis te verwerven dan industriële spionage.

‘China wil een chip-supermacht worden’, schreef The Economist. Het land heeft 100 tot 150 miljard dollar uitgetrokken voor een inhaalslag die het in 2030 op het niveau van Amerika, Europa, Zuid-Korea, Taiwan en Japan moet brengen én het veel minder afhankelijk moet maken van buitenlandse chips.

‘Strategische screening’ bij buitenlandse overnames in Europa komt geen dag te vroeg

China neemt daarbij tegenslagen op de koop toe; politiek belang gaat voor. Toen een Chinees staatsbedrijf in 2016 het Duitse robotbedrijf Kuka overnam, leidde dat in Duitsland achteraf tot onrust. Toen later de Duitse chipfabrikant Aixtron een volgende prooi bleek, waarschuwden de Amerikaanse veiligheidsdiensten Berlijn dat China zo toegang tot militaire technologie zou krijgen. Daarop trok de Duitse toezichthouder de goedkeuring in.

Vanwege zulke episodes deed de Commissie-Juncker onlangs een voorstel voor een „screening-mechanisme” bij buitenlandse overnames. Boodschap: Europa moet open blijven voor investeerders, maar wel zijn veiligheids- en publieke belangen kunnen verdedigen. Het komt geen moment te vroeg.

Begin dit jaar sprak Emmanuel Macron in Berlijn over „Europese soevereiniteit”. Waarom? „Omdat soevereiniteit het vermogen is te handelen en concreet betekent dat we onszelf moeten beschermen en onze waarden verdedigen.”

Sinds zijn verkiezing tot president laat hij dat thema niet los. Het zit in grote, zichtbare onderwerpen zoals defensie of buitengrenzen – deze week weer besproken door Macron en zijn Europese collega’s op de top in Brussel. Maar soevereiniteit, het lot in eigen handen nemen, ligt ook in greep houden op de technologie die onze toekomst vormgeeft. Maakt het dan veel verschil of Europese hightech-spelers in handen komen van het China van Xi of het Amerika van Trump? Misschien kan Brussel – vooruitlopend op de strategische screening die het zelf bepleit – eens goed de tijd nemen voor die Eindhovense NXP-zaak.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve). Onlangs verscheen zijn boek De nieuwe politiek van Europa.