Niet iedereen hoeft terug te keren. Liever niet

Frankrijk
Frankrijk hielp Syriëgangers aanvankelijk vriendelijk terug naar huis. Maar nu volgt arrestatie – áls er al teruggereisd kan worden.

Illustratie Matthieu Méron

Een week na de aanslagen in Parijs van november 2015 gaat bij het Franse consulaat in Istanbul de telefoon. De dan 27-jarige Bilel belt vanuit Syrië. Hij beweert dat hij niet gevochten heeft en door de terreuracties in Parijs wroeging heeft gekregen. Zijn familie had al eerder met het consulaat contact opgenomen omdat hij terug wilde.

„Wanneer denkt u de grens over te steken?”, vraagt de consulaatmedewerker. „Zodra ik van uw kant groen licht heb”, antwoordt Bilel. De Franse ambtenaar legt uit dat hij de Turken moet inlichten en dat Bilel vervolgens het best ’s ochtends de grens over kan vluchten. „Is dat mogelijk of gaan ze dan op me schieten?”, vraagt hij bezorgd. Het consulaat stelt hem gerust. „In principe schieten ze niet. (…) U weet wel hoe u ‘Frankrijk’ in het Turks zegt?”

Een transcriptie van het surrealistische telefoongesprek is opgenomen in het boek Les Revenants, waarvoor de Franse journalist David Thomson onlangs de prestigieuze Prix Albert-Londres ontving. De communicatie tussen de jihadist en het consulaat is „hoffelijk, zelfs welwillend”, schrijft hij. Bilel, die in 2014 naar Syrië vertrokken was en zich eerst bij Al-Qaeda en later bij IS aansloot, krijgt hulp en precieze informatie over wat hem te wachten staat als hij het kalifaat ontvlucht en welke paperassen hij in Turkije nodig heeft. „Bon courage, monsieur”, eindigt de consulaatmedewerker opgewekt.

„Ja, ook terroristen hebben recht op Franse consulaire bijstand”, lacht Thomson in het kantoor van Radio France Internationale, waar hij werkt. Thomson heeft jarenlang met tientallen Franse jihadisten contact gehad, vaak nog voordat ze naar het oorlogsgebied in Syrië en Irak reisden. Hij heeft hun verhalen en motieven gebundeld in Les Revenants, wat letterlijk „de terugkeerders” betekent. Maar een ‘revenant’ is ook een spook, een geest uit het verleden.

Dat is waar Frankrijk nu mee te kampen heeft. In totaal zo’n 1.700 Fransen zijn volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken in Parijs de laatste jaren naar oorlogsgebieden in Irak en Syrië vertrokken. Ongeveer 1.200 van hen (inclusief 500 kinderen) zijn nog altijd ter plaatse, zo’n driehonderd zijn gesneuveld en evenzoveel zijn intussen teruggekeerd naar Frankrijk. Vooral de mannen wachten daar in de gevangenis op een proces, vrouwen en minderjarigen worden door justitie en de inlichtingendiensten van dichtbij gevolgd. Ze blijven gevaarlijk, zegt Thomson. „Ze zijn teleurgesteld of konden de zware levensomstandigheden niet meer aan. Maar de meesten hebben de jihadistische ideologie niet echt afgezworen.”

Volgens Thomsons informatie hielpen de Franse autoriteiten Syrië-gangers in elk geval tot de zomer van 2016 het land te verlaten. Het is niet zo dat ze daarna allen rechtstreeks konden doorreizen naar Frankrijk, want ‘Bilel’ (een schuilnaam uit Thomsons boek) wordt uiteindelijk de eerste Fransman die in Turkije vervolgd wordt voor betrokkenheid bij terrorisme. Zijn vrouw en kinderen konden wel terug naar Frankrijk.

Iedereen die terugkeert op het [Franse] grondgebied, zal ogenblikkelijk aan een strafrechtelijke procedure onderworpen worden.

Die hulp vonden velen vanzelfsprekend. „Het is bijna grappig als het niet zo tragisch zou zijn”, zegt Thomson over een ander geval dat hij in zijn boek beschrijft. Hij sprak (via internet) anderhalf jaar lang met de Bretonse jihadist Kevin Guiavarch, die nu in Frankrijk in de cel zit. „Op een gegeven moment werd hij ongeduldig omdat het maar niet lukte weg te komen. ‘Ik ben toch verdorie Fransman’, zei hij tegen me. ‘Kunnen ze niet iemand sturen om me hier weg te halen? De wet geldt ook voor mij.’ Geniaal. Het laat ook zien dat velen niet beseffen hoe ernstig het is wat ze gedaan hebben.”

Minder naïef

Intussen is Frankrijk minder naïef. „We organiseren uiteraard op geen enkele wijze de terugkeer van hen die de keus hebben gemaakt te gaan strijden tegen de coalitie”, zei premier Édouard Philippe afgelopen maand. En: „Iedereen die terugkeert op het [Franse] grondgebied, zal ogenblikkelijk aan een strafrechtelijke procedure onderworpen worden.” Het aantal mensen dat erin slaagt terug te keren, is dit jaar sterk teruggelopen: in 2017 slechts zeven, volgens Philippe. Ze worden allemaal vervolgd. Eind november werden nog negen jonge terugkeerders uit Orléans veroordeeld tot straffen tot maximaal negen jaar cel.

Vooral de terugkeer van minderjarigen is juridisch en maatschappelijk problematisch. Zij kunnen niet worden vastgezet en niet zo intensief geschaduwd worden als hun ouders. „We moeten uitkijken”, waarschuwde terrorismeprocureur François Molins, ook minderjarigen en vrouwen uit oorlogsgebied „weten met wapens om te gaan”. Volgens president Emmanuel Macron zal voor hen „per geval” gekeken worden of en waar ze berecht moeten worden en of ze, dus, naar Frankrijk kunnen komen.

Niet iedereen hoeft wat Frankrijk betreft terug te keren. Liever niet zelfs. „Als enkelen in gevechten omkomen, des te beter”, zei minister van Defensie Florence Parly onlangs. Soms helpt Frankrijk daar zelfs een handje bij. „We kunnen de strijd voortzetten om een maximaal aantal jihadisten te neutraliseren”, zei ze.

Amerikaanse drones

Daarmee doorbrak ze een taboe, meent defensiespecialist Vincent Nouzille. In zijn eerder dit jaar verschenen boek Erreurs fatales concludeerde hij dat ex-president François Hollande vanaf 2013 tot „ten minste veertig” zogenoemde ‘opérations homo’ heeft besloten: het gericht uitschakelen van vijanden in het Midden-Oosten en in de Sahel, vooral met hulp van Amerikaanse drones. Hollande zelf schepte er tot verbijstering van de Franse politieke klasse vorig jaar zelf over op in een interviewboek dat uiteindelijk zijn politieke ondergang inluidde.

Maar toen de The Wall Street Journal afgelopen mei onthulde dat Frankrijk onderdanen in de hogere regionen van IS rond Mosul door Irakese troepen heeft laten elimineren, ontkende de Franse regering in alle toonaarden. Speciale troepen van het Franse leger leverden de precieze coördinaten van de verblijfplaats, de namen en foto’s van zo’n dertig Fransen die leidinggevende posities in IS hadden, schreef de krant, Iraakse anti-terreureenheden knapten het vuile werk op. Een hoge Iraakse officier in de WSJ: „Ze willen hier met hen afrekenen, want ze willen niet thuis met hen te maken hebben”.

Lees ook: Het einde van Raqqa is niet het eind van IS
    • Peter Vermaas