Column

Kerstmannenmuts

Bij de bouwmarkt op het industrieterrein in Zaandam was het al Kerstmis, de meeste verkopers droegen een rode kerstmannenmuts met een witte rand. Ik kom al nooit voor de lol in een bouwmarkt en dit maakte het er niet gemakkelijker op.

Ik kwam voor een buitenlamp met sensor want die hadden ze allemaal in onze straat. De wijkagent, die bezig was aan zijn ronde in zijn fluorescerende jack, had me er de vorige avond op aangesproken. Wij waren de enigen in zijn gebied zonder buitenlamp met sensor.

„Heel onverstandig.”

Hij zei ook dat ‘voorkomen’ bij de politie tegenwoordig meer prioriteit heeft dan ‘opsporen’, alsof ik dat nog niet wist.

In de bouwmarkt stond ik met een jongen van de afdeling ‘mag-ik-u-helpen?’ onder een enorme stelling met tientallen verschillende buitenlampen. Ze hadden een groot geel vraagteken op zijn T-shirt gestickerd, het stond hem goed.

De prijsverschillen waren dusdanig dat hij er zelf ook van schrok. Hij had geen idee waarom dat was, ook niet waarom er aan de meeste lampen geen snoer zat, hij wist niet hoeveel licht ‘300 Lumen’ is en welke lamp het makkelijkst te bevestigen was.

Hij wist helemaal niets van buitenlampen.

Hij belde een collega.

Nou daar kwam ze, zelden een werkneemster zo ongeïnspireerd aan zien komen sloffen.

Openingszin: „Pfff, ik weet ook helemaal niets van buitenverlichting.”

Zij ging er daarna gewoon bij staan en voegde verder niets toe, wel gaf ze me heel erg het gevoel dat ik haar ook iets moest vragen. Ik: „Moest je die kerstmuts op?”

De werkneemster: „Nee, vrije keus.”

De jongen stelde voor dat hij gebruiksaanwijzingen van verschillende buitenlampen met sensor ging lezen. We stonden erbij en keken ernaar, net zo lang totdat hij zei:

„Ik zou gewoon het huismerk nemen. Drie jaar garantie.”

Ik zag ervan af omdat er geen snoer aan zat.

Niemand vond het erg.

Hij: „Ga ik de boel weer inpakken.”

Zij: „Fijne feestdagen, doei.”

Ik sjokte zonder buitenlamp met sensor door de enorme hal naar buiten. Voor de ingang zaten er twee op stoeltjes met de voeten in de smeltende sneeuw tegen bergen kerstbomen aan te kijken, alle twee met een kerstmannenmuts op het hoofd. Uit een cd-spelertje kwam ‘Let it snow!’ van Frank Sinatra.

„Verkopen jullie veel kerstbomen?”, vroeg ik.

„Nôh.”

Het ging snel met me, ik begon al net als de anderen in dit gebied vragen te stellen waarvan het antwoord me niet interesseerde. De volgende keer moest ik er uit vrije wil misschien een kerstmannenmuts bij op zetten.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.