‘Indonesiërs zijn nogal goedgelovig’

Indonesië
Kenmerkend voor Indonesische Syriëgangers: ze gingen met de hele familie, geloofden in het ideaalplaatje uit de IS-propaganda.

Deze illustratie komt uit het boek Les Revenants van David Thomson en is gemaakt door tekenaar Matthieu Méron.

Het kalifaat heeft helemaal niets met de islam te maken, zei Nur, een 19-jarige Indonesische, deze zomer in allerlei interviews. Ze was toen al veilig terug in Jakarta. „Het gaat ze daar alleen om vrouwen, macht en geld.” Niet aan beginnen, was haar advies aan anderen.

Zelf was Nur een paar jaar eerder wél voor de mooie woorden van IS gevallen. Ze had zelfs haar familie overtuigd om met haar mee te gaan. Ze gingen niet om te vechten; ze verwachtten er gratis gezondheidszorg en goed onderwijs. Dat viel tegen. De mannen moesten de cel in omdat ze militaire training weigerden en de vrouwen dienden alleen als potentieel huwelijksmateriaal.

Toen deze zomer verhalen in lokale media verschenen dat de familie terug naar Indonesië wilde, zette het Indonesische ministerie van Buitenlandse Zaken een team op om hen terug te halen. De autoriteiten zagen in Nur en haar familie de ideale antireclame voor het kalifaat. „Het is een krokodillenhol, een put vol leugens”, zegt een nicht van Nur in een filmpje over hun tijd bij IS.

Het terughalen van de familie was een uitzondering. In algemene zin krijgen de teruggekeerde Syriëgangers en hun reïntegratie in de samenleving weinig prioriteit in Indonesië.

Kenmerkend is dat de familie van Nur (voluit heet ze Nurshardrina Khairadhania) besloot met z’n allen naar Syrië te reizen. Van alle Indonesische Syriëgangers zou zeker de helft vrouw of kind zijn; veel schattingen liggen zo rond de 60 procent. De gezinnen wilden graag naar een islamitisch land verhuizen om dichter bij Allah te leven. In Indonesië noemen ze dat hijrah.

Bovendien zijn Indonesiërs vaak nogal goedgelovig, zegt Noorhuda Ismail, die in Jakarta het Institute for International Peace Building heeft opgezet: een organisatie die ex-terroristen helpt om een nieuw bestaan op te bouwen. „Veel Syriëgangers geloofden echt dat ze in een nieuw politiek systeem terecht zouden komen.” Ze gingen niet om te vechten, maar om samen een nieuw leven in het kalifaat te beginnen. De strakke promotiefilmpjes van IS hielpen daarbij.

Ismail heeft veel contact met teruggekeerde, gedesillusioneerde Syriëgangers. Religie was voor hen niet de hoofdreden om af te reizen, zegt hij. „Vaak waren het gezinnen zonder functie in de samenleving hier, ze voelden zich gemarginaliseerd. Zonder sociale problemen waren ze nooit vertrokken. De aantrekkingskracht van het kalifaat kwam daarna.”

Op openbare scholen hoort de islam geen ‘voorrang’ te krijgen boven de vijf andere religies die Indonesië erkent. Toch gebeurt dat wel, vooral op Java. Het leidt tot groeiende intolerantie en radicalisering. Lees daarover: niet-moslims zijn onrein, leert het schoolboek

Verplichte deradicalisering

Het is onduidelijk om hoeveel Indonesiërs het precies gaat. Zo’n 500 man zou de afgelopen jaren bij de grens met Turkije zijn tegengehouden, om vanaf daar direct terug naar huis te worden gedeporteerd. Rond de honderd Indonesiërs zouden vanuit IS-gebied uit zichzelf zijn teruggereisd naar Indonesië, en ongeveer 300 Indonesiërs zouden nog in IS-gebied zitten.

Dit soort informatie vindt Irfan Idris niet relevant. Hij is directeur van het landelijke deradicaliseringsprogramma. „Aantallen zijn toch de oplossing niet”, zegt hij. Het enige dat hij met zekerheid kan zeggen, is dat vijf mannen uit de familie van Nur nog vastzitten. De rest heeft na terugkeer het verplichte traject voor deradicalisering van een maand gevolgd. Daarin krijgen ze onder andere les van islamitische leraren. „Nu zijn ze terug naar huis.” Meer details kan of wil Idris niet geven.

De overheid „doet veel te weinig” om de terugkeerders in beeld te houden, vindt Noorhuda Ismail van het Institute for Peace Building. Juist de groep die bij de Turkse grens is tegengehouden, vormt een extra risico. Zij zijn niet teleurgesteld geraakt in IS, geloven dus nog in de IS-ideologie en kunnen die thuis ook gaan verspreiden.

Probleem is ook dat er gaten in de Indonesische terreurwetgeving zitten. Zij die wél vochten in Syrië, kunnen niet makkelijk bestraft worden. Lidmaatschap van IS of andere terroristische organisaties is niet strafbaar, en het volgen van terreurtrainingen in het buitenland is dat evenmin.

Hier is wel nieuwe wetgeving voor in de maak: lidmaatschap van een terreurbeweging zou straks vijftien jaar celstraf opleveren. En voor terreur veroordeelde Indonesiërs raken hun nationaliteit kwijt. Alleen het parlement heeft geen haast met de wetgeving. „Dit is een hete aardappel voor politici”, zegt Noorhuda Ismail. Radicale moslimgroepen leggen de strijd tegen terrorisme vaak uit als een strijd tegen de hele islam. „Indonesië is in de ban van het conservatisme. Het beeld dat jij de aanhangers van de islam achterna zit, is voor niemand aantrekkelijk.”

Op Sumatra richtte een voormalig terrorist een de-radicaliseringschool op. Khairul Ghazali: „Vanaf hun tiende zijn jongens vatbaar voor Jihadronselaars. Ik kan het weten, ik was twaalf.” Lees daarover: een kostschool voor kinderen van terroristen