Recensie

In deze ‘Falstaff’ draait alles om de muziek

Christoph Waltz regisseert bij Opera Vlaanderen Verdi’s Falstaff. Bij Waltz geen groots regieconcept, maar focus op delicaat spel. Dat werkt maar half. Muzikaal is het uitstekend.

Craig Colclough als Falstaff bij de Vlaamse Opera Annemie Augustijns

Een filmster die een opera regisseert – dat is de kortst mogelijke samenvatting van de nieuwe productie van Verdi’s Falstaff bij Opera Vlaanderen. Maar acteur Christoph Waltz, die na zijn vijftigste wereldberoemd werd met bekroonde prachtrollen in films van Tarantino en Polanski, is geen typische filmster. Bovendien is hij van jongs af aan operaliefhebber en studeerde zelfs een tijdje zang. Als operaregisseur debuteerde hij in 2013 in Antwerpen met Der Rosenkavalier.

Waltz is duidelijk niet geïnteresseerd in een groots regieconcept. Het grootste deel van Falstaff speelt zich af op een witte, ondiepe bühne, die nadrukkelijk de aandacht naar de muziek en de karakters leidt. Waltz staat voor klein, delicaat, nauwkeurig spel, zoals hij dat zelf als geen ander beheerst. Bij hem is Falstaff geen groteske karikatuur, maar een man van (veel) vlees en bloed die er wat van probeert te maken en die je om zijn opgewektheid kunt bewonderen.

Dat is een interessante benadering. Maar Falstaff is óók gewoon een vadsige vent die rijke gehuwde vrouwen probeert te verleiden om zijn eigen kas te spekken. Je hoopt dan op een morele spagaat tussen Falstaffs verdorven plannen en zijn betoverende stem, maar de kluchtige handeling blijft hier op comfortabele afstand, zodat het publiek vrijblijvend kan gniffelen om de oneliners van librettist Boito, maar geen moment in de spiegel kijkt.

Dankzij de voordracht en guitige mimiek van bas-bariton Craig Colclough is de protagonist niettemin vaak onweerstaanbaar. Colclough zong Falstaff al herhaaldelijk en maakt wat hij mist in jaren en postuur ruimschoots goed met vocale rijpheid en acteertalent. Hij overtuigt het meest wanneer hij zijn imposant bronzen geluid intoomt voor meer subtiele schakeringen.

Sprookjesbos

In de goede cast gedijt niet iedereen bij Waltz’ werkwijze. De bekokstovende dames zijn geestig, maar individueel wat vlak, op de verlekkerde Mrs. Quickly (Iris Vermillion) en de mooie Nannetta van Anat Edri na. Ook de sullige Ford (Johannes Martin Kränzle) is geslaagd, en Michael Colvin heeft als Dr. Cajus maar weinig nodig om te schitteren.

Waltz heeft één grote ingreep in petto. Na de pauze, pas halverwege de derde akte (!), zit het orkest opeens óp het podium, samen met het koor, in een stalen constructie van drie verdiepingen die het sprookjesbos verbeeldt.

Na de witte bühne doet het glanzende duister magisch aan. Dramaturgisch is de apotheose niet helemaal overtuigend, maar de slotfuga komt wel goed tot haar recht, met de solisten op een rijtje in eenvoudig zwart, alsof het een concertante uitvoering betrof. ‘Het gaat om de muziek!’, hoor je regisseur Waltz haast souffleren.

In deze opstelling klopt ook de geluidsbalans, waar de solisten eerder soms moeite hebben boven het orkest uit te komen. Heel storend is dat overigens niet, aangezien het orkest uitstekend speelt en Tomáš Netopil de dramatische vertelkracht van Verdi’s gedetailleerde partituur gloedvol over het voetlicht brengt.