Opinie

Hoofddoek maakt een goede agent niet incapabel

Agenten worden geselecteerd op vaardigheden en competenties. Vertrouw daarop, schrijft „Niemand is neutraal.”
Vrouwelijke agent in Atjeh, Indonesië. Hotli Simanjuntak/EPA

De politie verbiedt het dragen van een kledingstuk (lees hoofddoek), omdat het in strijd is met de gedragscode die zichtbare religieuze uitingen verbiedt (Gedragscode lifestyle-neutraliteit). Daarmee maakt de politie zich schuldig aan discriminatie oordeelde het College voor de Rechten van de Mens in een zaak die was aangespannen door Sarah Izat. De politie heeft tot 18 december om te reageren. Een mooie aanleiding om dit thema door een liberale bril te bekijken.

Een veel gehoord argument tegen het dragen van hoofddoeken bij de politie betreft het neutraliteitsargument: het politie-uniform dient neutraal te zijn zodat persoonlijke opvattingen niet zichtbaar zijn, redeneert men. De zichtbaarheid zegt echter niets over de opvattingen en zienswijzen van agenten. Elke agent heeft eigen politieke, religieuze en wereldlijke opvattingen.

Het dragen van een hoofddoek maakt alleen één categorie inzichtelijk(er). Maar de verscheidenheid aan stromingen binnen de islam en de persoonlijke interpretatie(s) ervan resulteren al in een verscheidenheid aan mogelijke persoonlijke opvattingen. Het aflezen van een compleet wereldbeeld van een individu op basis van één kledingstuk is ridicuul.

Vertrouwen in de werving- en selectieprocedure bij de politie maakt de discussie overbodig. Kandidaten worden op basis van vaardigheden en competenties beoordeeld. Een individu dat voldoet aan de eisen, is capabel om op basis van de wet te handelen en niet op basis van de eigen levensbeschouwing.

Het dragen van een hoofddoek zou risico's opleveren voor de veiligheid van de agent

In de gedragscode van de politie wordt verder verwezen naar risico’s voor de eigen veiligheid. De paternalistische houding is aan de ene kant bewonderenswaardig. Aan de andere kant betreft het een onnodige inperking van individuele beslisruimte. Individuen zijn capabel genoeg om eigen afwegingen te maken. Laat agenten die een hoofddoek willen dragen dat zelf beslissen.

In samenspraak met het neutraliteitsargument wordt vaak ook het ‘scheiding van kerk en staat-argument’ gebruikt. Het toestaan van een hoofddoek zou resulteren in islamitische beïnvloeding van de staat. De kern van dit algemene principe is dat de kerk en staat over en weer geen inhoudelijke en institutionele zeggenschap over elkaar hebben. Het toestaan van een hoofddoek leidt niet tot meer inhoudelijke en institutionele zeggenschap van islamitische instituties over de Nederlandse overheid. Het gebruik van deze argumentatie insinueert dat islamitische instituties als een groep hongerige wolven op de loer liggen om via islamitische agenten de Nederlandse politie te beïnvloeden. Dit zou ook zonder hoofddoek kunnen.

De chauvinistische opvattingen bij de Nederlandse politie dragen bij aan een klimaat van intolerantie. Ik bepleit het verdedigen van de ‘liberale essenties’. In het liberalisme gaat het om de vraag hoe het gezag moet worden ingeperkt en van repliek moet worden gediend. Hoe mensen, hun opvattingen en hun bezit moeten worden beschermd tegen staat, markt en samenleving. Dit is exact wat er in het geding is in de hoofddoekdiscussie. Een overheid die door middel van een gedragscode de strijd aangaat met individuele waarden. En een samenleving die daar grotendeels in meegaat.

Ik pleit voor een officiële, uniforme en passende hoofddoek voor agenten.