Het nieuwe Boerhaave toont de mens achter het instrument

Wetenschapsgeschiedenis

Museum Boerhaave is deze week heropend. Dezelfde fraaie verzameling wetenschappelijke instrumenten, maar nu thematisch gerangschikt en omlijst met bewegend beeld, geluid en prikkelende vragen.

‘Een ijzingwekkend maar levensreddend medisch instrument’. De ijzeren long is terug in de nieuwe opstelling, maar nu in wit en met een videofilmpje. Foto David van Dam

De ijzeren long is een mooi symbool voor de ingrijpende verandering die het Leidse Rijksmuseum Boerhaave, museum voor de geschiedenis van de natuurwetenschap en geneeskunde, heeft ondergaan.

Die ijzeren long is een ijzingwekkend maar levensreddend medisch instrument. Het lijkt een eenpersoonsduikbootje. Het is een drukcabine. Patiënten met te weinig spierkracht om zelf adem te halen werden er in gelegd. Alleen het hoofd van de patiënt – om de hals een luchtafsluitende kraag – stak naar buiten. De drukcabine ging dicht en een blaasbalg zorgde afwisselend voor lichte onder- en overdruk. Genoeg om de longen vol te zuigen en leeg te drukken.

Dat was vaak levensreddend voor poliopatiënten, een verlammende ziekte door een besmettelijk virus dat de spieraansturende zenuwen stillegt. Ernstig zieke poliopatiënten stikten als er voor hen geen ijzeren long was. Voordat de poliovaccinatie bestond, stonden er tijdens een polio-epidemie zalen vol met van die ijzeren longen, gevuld met – meestal – kinderen. Weken of maanden lagen ze in dat beademingsapparaat, tot hun eigen ademhalingsspieren hersteld waren. Of tot ze overleden.

De ijzeren long, ontwikkeld aan Harvard University, is in 1928 voor het eerst gebruikt. Na de introductie van de poliovaccinatie in de jaren vijftig konden de meeste ijzeren longen naar de schroothoop.

In het oude Museum Boerhaave stond zo’n ijzeren long. Een grijs metalen museumstuk. „Die stond statisch te staan”, zegt museumdirecteur Dirk van Delft tijdens een preview van de nieuwe opstelling die vanaf dit weekend voor alle bezoekers te zien is.

Onze collectie moest veel meer naar de mensen

Meisjeshoofd

Maar nu zien we op een zijkant van die ijzeren long een dramatisch historisch filmpje. Iemand duwt een ziekenhuisbed op wieltjes met een meisje erin naar precies zo’n ijzeren long. Een verpleegster tilt haar op en draagt het kind door een soort onderzeebootdeurtje binnen. Even later komt het meisjeshoofd door een gat naar buiten. De deur van de ijzeren drukkamer wordt hermetisch afgesloten. Het meisje krijgt een luchtafsluitende kraag om, en de hoofdsteun buiten de long wordt op maat afgesteld. De blaasbalg wordt aangezet. Het wachten is op betere tijden of de dood.

En voor wie dat nog niet sprekend genoeg is: bij de ijzeren long staand kun je via een koptelefoon luisteren naar een mevrouw, nu in de tachtig, die vertelt hoe ze als poliopatiënt zo’n long in ging. Zonder haar pop. Die werd afgepakt en verbrand, want er kon wel eens poliovirus in zitten.

De nu verdwenen oude tentoonstelling van de vaste Boerhaave-collectie was strikt chronologisch. Vanaf eind vijftiende eeuw tot halverwege de twintigste. Saai maar interessant. Je zag een eindeloze reeks wetenschappelijke instrumenten, vaak in een vitrine achter glas. Met een kaartje erbij met naam, maker of gebruiker en jaartal. Geen wetenschapper te zien die ermee werkte, laat staan een mens die er iets aan zou hebben. „Het was interessant voor de bezoekers die hier in de jaren tachtig kwamen”, zegt Van Delft: „Mensen zoals jij en ik, voornamelijk oudere heren die gestudeerd hadden in een natuurwetenschappelijk of medisch vak. Zelfs de papiertjes met summiere uitleg hadden ze voor de dingen op hun eigen vakgebied niet nodig. Onze collectie is fantastisch, daar zijn vriend en vijand het over eens, maar hij moest veel meer naar de mensen gebracht. Er moest vlees en bloed in de museumopstelling komen. Patiëntenverhalen. En de geleerden zelf.”

19de-eeuwse instructiepop om hulp bij bevallingen mee te oefenen. In dit zeemleren model werden vorig jaar delen van een menselijke skelet ontdekt.

Thema’s

Dat is gelukt, begrijpelijkerwijs vooral in de drie zalen die zijn gewijd aan geneeskunde en gezondheid. En in de zaal over de wetenschap en de wetenschappers van nu. Waar de grote vragen van de toekomst worden behandeld.

De weg door de vaste collectie is niet langer chronologisch, maar onderverdeeld in vijf thema’s (zie kader). In de nieuwe vitrines en vooral op de tafels is ruimte gemaakt voor tablets met extra uitleg. Er zijn replica’s van museumstukken, waar bezoekers mee mogen experimenteren. Voor spellen (Van Delft: „serieuze spellen en leuke spellen”), voor portretten en voor korte filmpjes. Bijvoorbeeld van vijf Nederlandse toponderzoekers van dit moment die praten over een leermeester die voor hen belangrijk was. En gezondheidsethici die vragen behandelen als: Wil je 130 worden? Wil je een eventueel een niet-menselijk donororgaan geïmplanteerd krijgen? Wil je extra geheugen hebben? En dan hun antwoord aanpassen naar gelang je bij voorgelegde vragen op de knoppen ja of nee drukt.

Van Delft: „Die traditionele bezoekers zeggen: dat heb ik niet nodig. Maar als ze zien hoe hun kinderen en kleinkinderen er op reageren, namelijk razend enthousiast, dan vinden ze het ook leuk. Kortom, je kunt hier nu komen voor een interessant uitje, zonder dat het patat-met-mayonaise is. Iets leren op een aantrekkelijke manier vinden heel veel ouders en kinderen prettig.”

Dat was al de ervaring, want Boerhaave had op de binnenplaats sinds een paar jaar een waterspeeltuin. De tijdelijke tentoonstellingen werden vaak met veel multimedia gemaakt. De maatschappelijke vragen werden daar niet geschuwd. En de kopie van een laat-zestiende-eeuws anatomisch theater, steil oplopende zitbanken rond een snijtafel, was al spectaculair gemaakt met videoprojecties op de gipsen pop op de snijtafel, en op de wanden en plafonds.

Videoprojectie op je arm

Ook de nieuwe opstelling van de vaste collectie heeft een paar mooie speelse of licht bizarre spelelementen, zoals de videoprojectie op je blote arm waarbij die wordt opgesneden en er spieren, bloedvaten en botten worden vrijgeprepareerd. Maar het blijft een sjieke opstelling, in strakke zwarte vitrines, tafels en wanden, waar je met gepaste aandacht doorheen moet lopen om het er fijn te gaan vinden.

Foto David van Dam

De tijd dat je moest aanbellen om het museum binnen te komen heeft Boerhaave definitief achter zich gelaten. „Het museum is in 1928 gesticht om te voorkomen dat mooie oude wetenschappelijke instrumenten zouden wegrotten,” zegt Van Delft. „Het ging om collectievorming. Een publieksfunctie was er eerst nauwelijks. Maar op gegeven moment werd die voor de overheidssubsidie steeds belangrijker.”

Sinds 2006, toen Van Delft directeur werd (hij was eerder leraar natuurkunde en chef van de wetenschapsredactie van NRC Handelsblad) liepen de bezoekersaantallen op van 20.000 naar net boven de 100.000.

Voor wie het niet gemerkt heeft: Museum Boerhaave was anderhalf jaar dicht. Delen van de vaste collectie waren buiten het museumgebouw te zien. De educatiemedewerkers gingen naar scholen. Het museum heeft in die bijzondere periode ruimschoots aan zijn prestatie-afspraken voldaan, meldt het Jaarverslag 2016.

De renovatie kostte 6 miljoen euro, waarvan het Rijk het merendeel heeft betaald. De aanleiding waren groot onderhoud en vooral de aanleg van een nieuwe klimaatinstallatie. Van Delft: „Boerhaave kwam begin jaren negentig in dit pand. Er is toen een klimaatinstallatie aangelegd die was berekend op 20.000 bezoekers. En de koelcomponent was wegbezuinigd. Hij regelde dus alleen vocht en warmte. Dus wat dacht die installatie op een warme augustusdag met een dreigende onweersbui, veel bezoekers en dus een hoge luchtvochtigheid? Hoe krijg ik dat vocht weg? Stoken! Als je op zo’n dag Museum Boerhaave binnenliep dacht je ‘de verwarming staat aan!’ Dat was ook zo.”

„Voor de verbouwing heb ik nog even in de bakkersstand gestaan: tijdens de verbouwing gewoon geopend”, zegt Van Delft. „Maar dat was kansloos. Dan ook maar meteen alles aangepakt.” Nu zijn er een airco en een vaste opstelling die, behalve de regelmatig vervangen hightech spullen van Nederlandse innovatieve bedrijven, nog jaren mee kan.