Column

Handige jongen, die Jan Paternotte

Wie het ver wil schoppen in de politiek moet ambitieus en slim zijn, en bij slim en ambitieus denk je in Amsterdam al snel aan Jan Paternotte. Hij kwam, zag, overwon en smeerde hem weer. Naar de Tweede Kamer, zoals we allemaal weten. En wat doet de D66’er daar op het pluche in Den Haag? De Amsterdammers een veeg uit de pan geven. Natuurlijk doet hij dat. Slimheid en ambitie dwingen de altijd nog maar 33-jarige Paternotte om afstand te nemen van de stad die voor hem een springplank naar het Binnenhof was. De veeg uit de pan was een piepklein veegje, een pixel in een komma in een voetnoot van de Rijksbegroting, maar toch. Jan Paternotte kondigde aan dat hij staatssecretaris Mona Keijzer zou verzoeken om het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen geen geld meer te geven. Die 8,7 miljoen euro kan Keijzer beter in haar zak houden. Het NBTC namelijk spant zich al jaren in om toeristen naar Amsterdam te lokken, vindt Paternotte, en dat is nergens voor nodig.

Geestig toch? Tot afgelopen maart was Paternotte de angry young man in de Amsterdamse gemeenteraad. Vanaf zijn 22ste beukte hij gezellig in tegen de gevestigde orde. Bij de laatste verkiezingen triomfeerde hij lachend over de murw geslagen PvdA, de partij die ten stadhuize al zo lang aan de touwtjes had getrokken dat ze meende er een natuurlijk recht op te hebben. Met beschermheer Alexander Pechtold als souffleur had fractieleider Paternotte vakbekwaam het kleed onder de arrogant en blasé geworden sociaal-democraten weggetrokken.

Intussen maakte Paternotte kostelijke grappen over de aantrekkingskracht van Amsterdam, als het even kon ten koste van de provincie. Aan niets merkte je zijn provinciale wortels. Brutaal, gevat, eigenzinnig, humoristisch: je zou zweren dat hij een ‘echte’ Amsterdammer was, niet een in het rivierengebied opgegroeide Bosschenaar die hier pas neerstreek om er internationale betrekkingen te studeren.

Brutaal, gevat, eigenzinnig, humoristisch: je zou zweren dat hij een ‘echte’ Amsterdammer was

De geboren politicus Paternotte – in 2010 al Nederlands beste raadslid – weet wat hem te doen staat in de Kamer: afstand nemen van 020. In tijden van polarisatie, van culturele verwijdering tussen stad en land, komt een reputatie van Amsterdamse jongen niet meer zo goed uit. De afkeer van de hoofdstad kiert onder de deuren van de volksvertegenwoordiging door. Vandaar de publicitair handige aanval op het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen.

Van Paternotte moet de subsidiekraan naar dat bureau onmiddellijk dicht. We gaan onze dure belastingcenten toch zeker niet besteden aan Amsterdam? Het NBTC leurt met foto’s van de Jordaan, aldus de jonge volksvertegenwoordiger, maar de rijen voor het Anne Frank Huis zijn nu wel lang genoeg. Laten we de provincie eens gaan promoten – het is daar hartstikke mooi!

Dit alles kwam Paternotte op veel bijval uit Brabant te staan, zijn bakermat die hij nu wel vaak in herinnering zal brengen. Aldus loopt de wakkere parlementariër van D66 warm voor de top. En peetvader Pechtold weet dat het goed is.